<?xml version='1.0' encoding='windows-1250'?><rss xmlns:atom='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' version='2.0'><channel><atom:id>tag:blogger.com,1999:blog-3038921529504248575</atom:id><lastBuildDate>Wed, 14 Oct 2009 13:34:54 +0000</lastBuildDate><title>pers</title><description>Starik Pers &lt;a href="mailto:pers@starik.nl"&gt; reageer&lt;/a&gt;</description><link>http://www.starik.nl/pers/</link><managingEditor>noreply@blogger.com (uw Starik)</managingEditor><generator>Blogger</generator><openSearch:totalResults>1</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>25</openSearch:itemsPerPage><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-3038921529504248575.post-2325748250226485603</guid><pubDate>Thu, 20 Dec 2007 14:35:00 +0000</pubDate><atom:updated>2008-02-04T17:28:04.936+01:00</atom:updated><title></title><description>VERZAMELDE RECENSIES &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;over de bundel Songloed.&lt;br /&gt;Wilt u meer lezen over andere bundels van F. Starik, keert u dan terug naar de thuispagina van www.starik.nl en klikt u middenonderaan op 'dieper'. Op de zich dan openende pagina Simpele Ziel vindt u linksboven opnieuw een kopje PERS.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;LUISTER: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/33264570/items/34613662/media/34613085/&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;POËZIETIJDSCHRIFT AWATER, voorjaar 2007&lt;br /&gt;SONGLOED is clubkeuze van de Poëzieclub&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed&lt;br /&gt;ISBN nummer: 9789046802847&lt;br /&gt;Prijs: € 16,50&lt;br /&gt;Uitgever: Nieuw Amsterdam&lt;br /&gt;´Nader tot u´ voor nu&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ik leef zo. Ik ben zo’ – deze woorden van Jan Arends geven volmaakt weer wat F. Starik beweegt. Zijn gedichten leggen unverfroren getuigenis af van wie hij is. Hard is de wereld. Met harde woorden slaat hij terug. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;   Misschien valt Stariks poëzie nog het best te omschrijven als existentialistisch. Meer nog dan in zijn eerdere bundels is in Songloed een dichter aan het woord die midden in het leven en midden in de dood staat. Tegelijkertijd is Stariks oog voor het alledaagse, of beter: het vergeefse van het alledaagse van een scherpte die je bij weinig andere dichters zult aantreffen. In Songloed wemelt het van de zielloze winkelstraten, de Blokker- en Kruitvatfilialen en de versleten echtparen in kreukvrije winterjassen. Dit is Nederland, denk je als je Starik leest, en hier, in deze reusachtige winkelpassage waar driftig ‘het zuurverdiende loon wordt weggezet’, hier moeten we maar verder zien te leven. Het is van een vergeefsheid die even voorspelbaar als adembenemend is, adembenemend omdat de dichter voor al die lulligheid steevast de juiste woorden weet te vinden. Lees hoe dodelijk een telefoongesprek met een geliefde wordt beschreven: ´´Je luistert niet.´ / Alsof ze door de telefoon heen / ziet. ´Ja maar,´ zegt men dan. / Men luistert al zo lang.´&lt;br /&gt;   De toon van deze gedichten is gelaten, maar gelaten op een montere, soms bijna explosieve manier. Misschien kunnen we elkaar maar het beste zacht slaan: &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;                                Helpt ons geluid tegen de dood?&lt;br /&gt;                                De tijd is triest noch trots, herneemt&lt;br /&gt;                                zijn loop. Dus wat is de klacht?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;                                Het hele concept van de tijd is gebaseerd&lt;br /&gt;                                op onze sterfelijkheid. Er is geen hoop.&lt;br /&gt;                                Geen mens die blijft. Sla zacht.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Dus wat is de klacht?... Laconieker kan een dichter zich bijna niet uiten. En toch, of Starik nu over een eenzaam overleden bejaarde, over een luguber helderziende tante, een uitgebluste uitgever of werkeloze zakkenroller dicht, uit al zijn gedichten spreekt een bemoedigend soort mededogen. Niet al deze gedichten zijn edelstenen, sommige hebben een trage glans, maar in z´n geheel is Songloed van een eenvoud en kracht die simpelweg verblindend is. Dat daar amper een taalexperiment aan te pas komt en deze gedichten, zoals de achterflap het stelt, ´gevaarlijk toegankelijk´ zijn, werkt alleen maar als een bevrijding. Sommige van deze gedichten zou je bij wijze van spreken zo in het oor van een stervende kunnen fluisteren.&lt;br /&gt;   Ongetwijfeld kent u Gerard Reves Nader tot u, met al die prachtige, door geen modegril of tijdgeest aangetaste gedichten. Net zo tijdloos, aandachtig en ontroerend zijn de gedichten van Starik. Songloed is Nader tot u voor nu. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Menno Wigman /Esther Jansma&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;II&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;POËZIERAPPORT&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;woensdag, augustus 29, 2007&lt;br /&gt;SONGLOED - F. Starik &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;VRETEN, NEUKEN, VECHTEN&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is niet zonder enige g?ne dat ik me aan een recensie van F. Stariks ‘Songloed’ waag. Dit heeft te maken met de verantwoording die hij achteraan de bundel publiceert. In deze kostelijke tekst geeft Starik toelichting bij zijn eigen teksten. Hij doet dat op een bepaald moment alsof hij zichzelf recenseert. Ik citeer uitgebreid:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘De bundel is gerangschikt in vier delen, ieder met een eigen onderwerp, een thema zo u wilt: waar in het eerste deel veel gedichten met het woordje ik beginnen, (zelf)portretten schilderend, het raadsel van de ‘menselijke conditie’ in algemene termen naderend, gaan we in deel twee op reis, op reis: provinciesteden, een zwembad, de slager, een bulkvakantie, op expeditie tussen antidiefstalpoortjes, om in deel drie te sterven, waarna wij in het laatste deel leren liefhebben. Te laat, maar toch. Enigszins bemerkenswaard dunkt me dat het de dichter heeft behaagd ieder deel te voorzien van een motto, een motto dat, zoals in hedendaagse dichtbundels gebruikelijk, zowel afkomstig kan zijn uit de popmuziek, als kan bestaan uit een dichtregel van een belangrijke voorganger, dan wel die van een bewonderde tijdgenoot. Het motto dat aan wil tonen dat de dichter niet van de straat is, veel gelezen heeft en bovendien een modern mens is, van alle markten thuis. Mijn poëzie is zich welbewust van de conventies waaraan zij voldoet, de vorm die mij past, deze poëzie, onttrekt zich nergens aan, wil tot hilariteit en zelfs tot troost zijn, ten laatste. Wie zich op glad ijs begeven wil doet er goed aan eerst te leren schaatsen.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe onweerstaanbaar grappig ook, als recensent is het net alsof ik een lepel zand moet doorslikken, zelfs al is die lepel afgestreken. In de voorstelling van de structuur van zijn bundel (die overigens klopt als een bus), herken ik maar al te goed het taaltje, het gestrekte vingertje van sommige doordeweekse, naar mediocriteit en het belerende neigende recensies (vooral dat laatste zinnetje snijdt). Starik weet waar hij zijn spottende pijlen moet richten: recht in het hart. Natuurlijk is er hier meer aan de hand: dit is een verkapt pro domo. Starik wenst zijn afstand te bewaren ten aanzien van een bepaald soort poëzie. Zonder het bij naam te noemen: poëzie van de intellectualistische soort. Ik zou hierover een andere mening kunnen hebben. Maar hierin wil ik Starik het volle woord gunnen. Hij bepleit zijn plaats, zijn bestaansrecht als dichter, als persoon. En tegelijkertijd relativeert hij zich als dichter, relativeert hij de dichters en hun dichtkunst (en hun commentaar op de dichtkunst die vaak ijdel blijkt) in het algemeen. Een pleidooi voor een poëzie zonder kapsones, voor dichters zonder kapsones. Die laatste zijn erg dun gezaaid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een recensie zou dus niet mogen. Maar ik hou te veel van deze bundel, te veel van Stariks werk om mijn recensentenbekje te houden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Laat me eerst tot de kern van mijn leeservaring gaan. (En laat me dat doen op een manier dat eigenlijk niet echt bij een recensie past.) Ik vind ‘Songloed’ een geslaagde bundel. Een handvol gedichten in dit boekje waren van zo’n grote herkenbaarheid, zo confronterend, dat ze me gewoonweg van kop tot teen pakten, mij overhoop gooiden en me deden vloeken omdat ze verdomme zo raak waren. Een ervaring waarvoor ik dus als recensent geen adequate woorden kan vinden. (Ik ben er mijn recensentenevangelie van kwijt. De dichter grijnst.) Starik verdient daarom alle eer: moet ik nu echt zwijgen? (Ik zal de gedichten die mij zo raakten niet opsommen: u leest ze zelf wel in de bundel. Ik zou meteen met lezen beginnen als ik u was. Het zal u niet spijten. Al hebt u waarschijnlijk op het einde van de rit andere voorkeuren dan de mijne. So what?)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is me te sterk. Ik kan het niet laten om wat bijkomende, persoonlijke commentaar te geven. Het klopt inderdaad dat de bundel ordentelijk is gerangschikt in vier delen met elk een eigen thema. Maar over de hele lijn bekeken, is het nu ook weer niet zo simpel. Het betreft hier niet zomaar een bundeling van losse gedichten gerangschikt onder het afdakje van vier thema’s. Starik componeerde zijn bundel. Gedichten volgen elkaar in een soort logica op. Verschillende gedichten verwijzen en zwaaien subtiel naar elkaar. En wat met dat wat Starik in het citaat hierboven ‘conventies’ noemt? Starik heeft inderdaad een veel te laconieke kijk op de wereld en zijn zaken om gedichten te schrijven die een complexe moza?ek van meerduidigheden en/of formele structuren zouden aanbieden. Zo’n dichter is hij niet. En dat hoeft ook niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inderdaad, sommige gedichten nemen de vorm aan van een sonnet. Terzinen, binnenrijmen, schaarse eindrijmen etc. Maar dit maakt Starik nog niet tot een conventioneel dichter, niet tot een ex-maximalist die plots een huis-tuin-en-keukenbocht van 180 graden zou hebben gemaakt. Hij is er te geslepen, te intelligent en een dagje te oud voor. Hij heeft subtiel een heel eigen, eigenzinnige en eigenwijze stijl (zeg maar schriftuur) ontworpen waarvan hij zowel in zijn gedichten als in zijn prozastukken (en zelfs in zijn spaarzame maar telkens weer opvallende interventies op sommige weblogs) gebruikt maakt. Er gebeurt hier en daar wel eens iets onverwacht op het syntactische niveau: er wordt wel een iets geknipt, gesnoeid en afgeknakt. In het hieronder gepubliceerde gedicht ‘Zou komen’ gebeurt dit zelfs uitdrukkelijk. Dat knippen voegt een prangend staccato effect aan het crescendoverloop van het gedicht toe. De hele syntaxis heeft dan iets van een labyrint.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het eerste gedicht uit de bundel, ‘Bokser’, geeft het meteen aan: het is Starik om een démasqué te doen. Een démasqué van zowel maatschappelijke waarden als eigenwaarden. Het openingsgedicht is een Baconachtig (zelf)portret (‘de kop verdwijnt in de mond’ en ‘op sommige plekken kan je dwars door de neus heen kijken’) Starik is een recht voor de raapse maar in de formulering onderkoelde moralist: hij legt bloot waar het in feite vaak, nee immer, om gaat: niet zozeer om het ‘waarom’ maar om het ‘hoe’ van het bestaan. De ons dominerende, darwinistisch en pavloviaanse gerichte grondbeginselen van het huidige maatschappelijk bestel worden hier te kijk en te kakken gezet, met name: rat race, struggle for life, survival of the fittest. Starik vertaalt dit vrij en in een Nederlands dat aan duidelijkheid niet te wensen overlaat: ‘Vreten, neuken, vechten.’ (Kortom de alles monopoliserende principes van de zogenaamde ‘vrije’ concurrentie en ‘dito’ markt.) Hij maakt het existentiële proces op, klaagt een fundamenteel gebrek aan voluntarisme aan. Hij wijst de vinger zowel naar ons als naar zichzelf. Niemand heeft een gaaf gezicht. Iedereen heeft wel eens last van een in elkaar gedeukte smoel: ‘we leven in de leugen van het filmische moment’ (...) ‘terwijl het eigenlijke leven in de doffe opeenvolging van dwaze dagen rust.’ Reclame brengt ons met zijn fetisjen en belletjesgerinkel aan het geilen en kwijlen en we noemen dat euforie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stariks demasqué gebeurt op een spottende manier. Die spot is streng maar nooit brutaal of absoluut genadeloos. (Hij probeert ons niet te imponeren met grote of gore woorden.) Veeleer betreft het een spot waarin grote melancholie nasmeult. Zeker, hij is de dichter van de nuchterheid, maar in al zijn nuchterheid laat hij wel eens een sentimenteel steekje vallen en laat hij hier en daar veel onuitspreekbaars toe (zoals ondermeer in het gedicht ‘Zou komen’ en in quasi al zijn uitvaartgedichten). Hoe expliciet deze gedichten lijken, wezenlijk zijn ze impliciet. Starik is allerminst cynisch – hij maakt hooguit de analyse van het maatschappelijk cynisme op. (In die analyse steekt precies zijn nuchterheid.) Deze dichter heeft zijn empathisch vermogen, zijn ‘medeleven’ weten te bewaren: iets blijft hem aan mens en ding binden. Dat maakt zijn gedichten in de kern teer, aan gevoelige nuances onderhevig en bezorgt de toon die melancholische, starikse touch. Geen solipsisme te bespeuren. Nergens stralen deze gedichten zelfgenoegzaamheid uit, nergens verrekte gelijkhebberij. Starik weet het niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed wordt ongetwijfeld de doorbraakbundel voor Starik. Alvast werd deze bundel tot de Poëzieclubkeuze van voorjaar 2007 verkozen. In het juryrapport, opgemaakt door Menno Wigman en Esther Jansma wordt Songloed vergeleken met de verzameling gedichten Nader tot u (1969) van Gerard Reve (die in het juryrapport een tijdloze bundel, vrij van modegril of tijdsgeest wordt genoemd, maar is dat wel zo?). Ik moet eerlijk toegeven dat die vergelijking mij ontsnapt. Uiteraard omdat deze recensent met Reve zo moeilijk overweg kan. Ik vind Songloed helemaal niet de Nader tot u van nu. Punt en uit. Ik zie bijvoorbeeld geen echte thematische verwantschap tussen de twee bundels. Misschien een mogelijke ontmoeting als het over Dood en Liefde gaat. Maar Starik schrijft deze woorden nooit met een hoofdletter. De typische reviaanse religieuze en erotische attributen onderken ik bij Starik aan geen kanten. Stilistisch zijn er gemeenschappelijke trekken: het archa?serende taalgebruik, de soms in lange slierten uitdijende zinsbouw, de ironie. Ja, de ironie vind je ruimschoots in die twee bundels terug, maar dat maakt ze nog niet tot tweelingen. Dubbelzinnigheid is een kenmerk van ironie, zeker, maar die dubbelzinnigheid blijft bij Reve, in de afdronk ervan, ... dubbelzinnig. (En ja, Mulisch zei het me voor, maar ik haal het niet bij hem - ik distilleer het uit mijn eigen leeservaring.) Bij Starik is, dit naar mijn aanvoelen, niet het geval: zijn statements, zijn zoeken, zijn aanklachten, zijn engagement, zijn empathieën, zijn eenzame-uitvaarten-verontwaardigingen zijn duidelijk. Onlangs citeerde de journalist Hugo Camps in een van zijn columns de West-Vlaamse wielrenner wijlen Briek Schotte. ‘Sla is sla. Aardappelen zijn aardappelen.’ Zou Schotte ooit eens geponeerd hebben. Twijfelachtig of de Flandrien zich op die manier uitgedrukt zou hebben (de aardappelen zullen wel als ‘patatten’ moeten worden uitgesproken). Maar de boodschap is duidelijk. Songloed is Songloed en Nader tot u is Nader tot u. Reve valt me te reactionair uit. Starik heeft iets van een goeie ouwe situationist. Hij stelt zich in ieder geval libertair op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ZOU KOMEN&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je hebt gezegd dat je zou komen&lt;br /&gt;dus werk en wacht ik, de klok zegt&lt;br /&gt;twee, kijkt uit het raam, ziet over straat&lt;br /&gt;en hoort een spatbord rammelen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;half, een bel, maar niet de jouwe.&lt;br /&gt;IJzer op ijzer, een fiets valt om, de fiets&lt;br /&gt;van iemand anders, ver weg. Ik ken die&lt;br /&gt;mensen niet, drie, van horen zeggen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;telefoon, een stem, mijn zoon komt thuis,&lt;br /&gt;zegt dag, vertelt een ezelsbrug, huiswerk&lt;br /&gt;wacht, gaat naar zijn kamer, werkt, stelt&lt;br /&gt;vier vragen als, je hebt gezegd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;dat je zou komen dus ik schrijf een brief&lt;br /&gt;aan iemand anders, hoor buurvrouw op de trap&lt;br /&gt;betekent vijf, half zes, ze zal wel ergens&lt;br /&gt;een vaste betrekking hebben, stipt op tijd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;is zij, maar jij, je hebt gezegd&lt;br /&gt;dat je zou komen, je hebt&lt;br /&gt;gezegd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Recensent: Alain Delmotte&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed - F. Starik&lt;br /&gt;Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam, 2007&lt;br /&gt;ISBN 978 90 468 0284 7 - € 16,50&lt;br /&gt;posted by Philip Hoorne at 29.8.07    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Comments | Trackback&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;III&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;DE RECENSENT&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zingen in de zon&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sommige mensen knakken de ruggen van boeken. Anderen steken hun neus tussen de bladzijden. De meeste lezers openen simpelweg het boek en beginnen met lezen. Ik heb de gewoonte om eerst alle opsmuk door te lezen en het boek te checken op hoofdstukindeling. Ik doorloop bij dit proces een vaste volgorde: eerst de achterflap en eventuele zijflaptekstjes, vervolgens de verantwoording, het dankwoord en/of colofon. Daarna schiet ik naar voren en lees de inhoudsopgave en (indien aanwezig) één of meerdere motto’s. Bij de nieuwste dichtbundel van F. Starik ging ik niet anders te werk, met één opvallend verschil: ik bleef langdurig lachend achterin hangen bij de verantwoording. Een kleine geruststelling voor de nieuwsgierige poëzieliefhebbers: er staan ook gedichten in de bundel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De flap&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed is de titel van de nieuwste Starik, een mooi vormgegeven bundel, met ruim 80 bladzijden poëzie. Op de achterflap siert de kop van de dichter: witte boorden omhoog, sik naar beneden en bril recht vooruit, vooral de ogen achter de brilglazen spreken boekdelen: hier presenteert een zelfverzekerde dichter zijn werk. De flap vermeldt waar wij de dichter van kennen: zijn project De eenzame uitvaart, maar geeft tevens weer waar de titel op slaat: Songloed is een goedkope, niet smerige supermarktwijn, maar verwijst vooral naar een ambitie van Starik. Goedkoop en niet smerig te zijn? Nee, Starik wil ‘wandelen in het overweldigende licht, zelfs al schijnt de zon op haar schoonst, wanneer zij ondergaat.’ Halleluja, Amen, zou ik daar bijna aan toevoegen. Een romantisch, bijna religieus, streven. Tevens op de achterflap een gebruikelijk recensiecitaat. Maar bijzonder hierbij is dat het niet om een vorige bundel gaat, maar om Songloed die met lovende woorden (“Songloed is een hedendaags Nader tot U”) luid wordt toegezongen door het juryrapport van de Poëzieclub. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De verantwoording&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;In de acht bladzijden Verantwoording geeft Starik van de meeste gedichten aan wat de aanleiding was en soms zelfs hoe het gedicht te interpreteren is. Voor de kunst-om-de-kunst-lezer niet van belang, maar voor de resterende lezers is deze Verantwoording een zeer handige en, vooral, geinige inleiding tot de gedichten. Een inleiding die toch wel wat zegt over het opmerkelijke dagelijks leven van de dichter. Hij laat zich bijvoorbeeld portretteren met een baard van vis, schrijft gedichten bij wijze van Hommage aan het Fonds der Beeldende kunst, ruilt bundels met Cor van Keuks, wie deze onbekende dichter ook moge zijn. Starik laat zich inspireren door rondvliegende lijken, maar schrijft met hetzelfde gemak over de Kerncentrale te Petten of over The Birthday Party. Waarbij Starik de interpreterende lezer alvast waarschuwt: verwar de ik in de gedichten niet met de dichter zelve en niets heeft met een okapi ( - ) te maken. Wel wil Starik graag stadsdichter van Apeldoorn worden en daartoe schreef hij ‘De Apeldoornse weg’. &lt;br /&gt;Uit het feit dat het gedicht ‘Kastanje’ eerder verscheen in de bundel Kastanjedichten kunnen we opmaken dat Starik na de eenzame doden wellicht een nieuw onderwerp te pakken heeft waarmee hij nog jaren doorkan: dichten over uitstervende bomen. Voorlopig brengt de dichter een ode aan het Sportfondsenbad, dat, ik citeer hier de Verantwoording: “niet geheel onterecht op de nominatie staat om gesloopt te worden. Goed schoonmaken zou ook al helpen.”&lt;br /&gt;Al lezend in de Verantwoording begin ik steeds vaker even het bijbehorende gedicht erbij te zoeken. In het geval van ‘Badmeester’ is dat een hilarische en tegelijk gore ervaring: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Badmeester&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn zoon en ik. Woensdagmiddag.&lt;br /&gt;Sportfondsenbad. Wat er glinstert&lt;br /&gt;stinkt ons tegemoet – dapper duiken&lt;br /&gt;wij de kleverige vloeistof in&lt;br /&gt;vegen losgeschoten inlegkruizen&lt;br /&gt;stukjes stront van tussen de bil geweekt&lt;br /&gt;met koninklijke gebaren van ons af&lt;br /&gt;ploegen door kalknagels, duizend&lt;br /&gt;kinderplassen, bejaardenincontinentie&lt;br /&gt;de duikplank van het diepe af, versnellen&lt;br /&gt;langs pleisters over bloed die voor straf&lt;br /&gt;niet blijven plakken. Wij gaan&lt;br /&gt;ons straks wel wassen. We laten ons&lt;br /&gt;heel langzaam dieper zakken&lt;br /&gt;driftig met de beentjes &lt;br /&gt;wapperend, met kleine scheutjes&lt;br /&gt;ons ontlastend.&lt;br /&gt;(p. 39)&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;De meest komische verantwoording geldt het gedicht ‘Otto’: ‘ontstond als opdracht voor een firma in dierenbenodigdheden, maar ze vonden het gedicht te somber. De beloning zou bestaan uit een jaar lang gratis kattenvoer, wat nog best veel is als je geen kat hebt. En je moet het allemaal op verjaardagen weggeven.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Otto&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als Otto overlijdt, wat God verhoede&lt;br /&gt;dan vraag ik aan de dierenarts&lt;br /&gt;of hij al het goede van mijn lieve rooie&lt;br /&gt;kater voor mij opzijlegt, voor later&lt;br /&gt;Van zijn staart knip ik, mooi recht,&lt;br /&gt;een iets te korte das. Van zijn darmen&lt;br /&gt;span ik nieuwe snaren voor mijn contrabas,&lt;br /&gt;de vacht bewaar ik voor een fraaie winterjas.&lt;br /&gt;Eén twee Otto’s nog te gaan.&lt;br /&gt;Dan lig ik even koud en stijf te kijk&lt;br /&gt;en gun ik hem mijn hart, de nieren&lt;br /&gt;en de lever kleingesneden.&lt;br /&gt;Nuttige dieren, wij. Otto&lt;br /&gt;knort tevreden.&lt;br /&gt;(p. 56)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De gedichten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na deze uitgebreide, achter in de bundel te vinden, inleiding, zou je de bundel terzijde kunnen leggen. De Verantwoording van Songloed biedt op zichzelf al een mooi, alternatief en humoristisch kijkje in het leven, en specifiek de werkwijze van de dichter. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De liefhebbers van poëzie dienen echter verder te lezen. Starik biedt zijn werk in vier delen aan: 1. Groen, over de ‘ik’ en de mens zelf. 2. De Apeldoornse Weg, over reizen. 3. Doodsliedjes, over sterven. 4. Bedsc?nes, over het leren liefhebben. Starik geeft in zijn Verantwoording aan dat het wel wat laat komt, dat leren liefhebben, na de dood van deel drie. Deze thematische indeling is handig voor de luie lezer, al stonden de gedichten in een willekeurige andere volgorde, de thema’s en motieven liggen er bij Starik bovenop. Starik is geen moeilijke dichter. Aangezien Starik wel een goede dichter is, is deze lezer daar niet ontevreden mee. Het sterke in de poëzie van Starik zit ’m in de combinatie van anekdote en ritme. Hij vertelt simpele verhaaltjes in zijn gedichten, die vol zitten met scherpe inzichten en humoristische terzijdes. Zowel ‘Badmeester’ als ‘Otto’ zijn daar goede voorbeelden van. Soms benadert de stijl en het ritme die van het proza. Een gedicht als ‘Afwassen in films’, dat mij als filmliefhebber zeer bekend voorkomt, is niet alleen als gedicht te lezen, maar ook prima als een scherp essay over het fenomeen Afwassen in films: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Afwassen in films&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er wordt hooguit één bord in het water gestoken.&lt;br /&gt;Dan gaat de bel. De handschoenen worden aan het schort&lt;br /&gt;gedroogd (komedie) of zorgvuldig uitgetrokken (drama).&lt;br /&gt;De afwasser is altijd een vrouw. Soms staat er een man&lt;br /&gt;ter decoratie naast, een theedoek werkeloos in zijn handen,&lt;br /&gt;hij heeft nog niets gedaan. Heeft de man een schort aan&lt;br /&gt;staat er iets lolligs op. Hij kookt, voor zijn hobby.&lt;br /&gt;Wordt er geen bord maar een mes uit het water genomen&lt;br /&gt;dan vallen er straks doden. Glazen zijn functioneel&lt;br /&gt;voor zover ze in de overdracht stuk kunnen vallen&lt;br /&gt;en in de volgende verzoenende sc?ne tot bloed&lt;br /&gt;en pleisters leiden, dat is het einde. &lt;br /&gt;(p. 71)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ricco van Nierop&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;IV&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;   &lt;br /&gt;Songloed / F. Starik&lt;br /&gt;Door Dirk de Geest&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;"Songloed" is de vrij raadselachtige titel die F. Starik aan zijn jongste bundel meegaf. De titel lijkt een echo van 'song' of van 'zonnegloed', maar in feite gaat het om een goedkope Zuid-Afrikaanse wijn. Die combinatie van het exotische met het goedkope zal de dichter allicht bijzonder fascineren. Starik wil immers in zijn poëzie de dagelijksheid van de moderne mens laten verschijnen, met inbegrip van alle symbolen die kenmerkend zijn voor onze tijd. Niet toevallig is het dichterlijke ik vaak op weg met de trein, het symbool bij uitstek voor de mobiliteit en de unheimlichkeit. Ook de personages waarachter het ik schuilgaat worden getypeerd vanuit dezelfde onzekere, dubbelzinnige gevoelens. Ook zij zijn onderweg, buitenstaanders in hun bestaan. Daarenboven is Starik erg begaan met de outsiders; zo bevat deze bundel enkele mooie gedichten die hij schreef in het kader van zijn project 'eenzame uitvaart', voor overledenen zonder familie of bekenden. Daarnaast zijn er evenzeer gedichten uit de persoonlijke sfeer, die veel vrolijker van toon zijn. Telkens valt echter de pregnante verwoording op. Starik toont zich met name een uitstekend observator; in enkele beelden of zinnen weet hij een situatie perfect neer te zetten. De overtuigingskracht van zijn lyriek hangt daarmee duidelijk samen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik: Songloed, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2007, 101 p. , € 16,5. ISBN 9789046802847&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;V&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Oude wijn in nieuwe zakken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over Songloed van F.Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;door Peter Wullen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik verwierf naam en faam door zijn Poule des Doods, een losvast Hollands collectief van dichters, dat eenzame uitvaarten begeleidt en er passende gedichten voor verzint. Bij Vassallucci verscheen in 2004 al het dure tweeluik Rode Vlam en De verdwijnkunstenaar met een aantal van die gedichten. Het rode boekje ging over de liefde. Het zwarte ging over de dood. Zijn nieuwe bundel Songloed, genoemd naar een Zuid-Afrikaanse wijnsoort, evenaart die bijna geniale dubbelslag net niet, maar toch excelleert Starik hier opnieuw. Geen Poule des Doods dit keer, maar een erg fraaie bundel met diverse gedichten, opgedeeld in vier deeltjes.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik is een populaire dichter. Dat merk je meteen als je de bundel op de eerste pagina openslaat. Eerste druk april 2007 staat er. En net daaronder staat netjes te lezen Tweede druk april 2007. Van een nieuwe bundel tegelijk twee drukken op de markt brengen, dat zullen weinig Nederlandstalige dichters hem nadoen. Hij spreekt dus een breed publiek aan. De titel is ook zo mooi gekozen. Ik ging eens googelen naar songloed en ik vond het volgende citaat uit het Noordhollands Dagblad:&lt;br /&gt;Rollade - Ervan uitgaand dat een rollade van rund of varken altijd gekruid is, heeft een stevige rode wijn de voorkeur, in het bijzonder Kaapse Pinotage. Opvallend goed, zeker voor hun prijs, zijn de Frog Hill 2005 en Welmoed 2005 (beide Albert Heijn) en de Songloed (minder dan 4 euro; Dirk, Digros, Bas van der Heijden).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waw! Daar haalt hij het dus vandaan. De Songloed is een pittige Zuid-Afrikaanse wijn die je zomaar in de supermarkt vindt voor 4 euro! Starik is bovendien erg attent voor zijn lezers. Achter in de dichtbundel laste hij een acht bladzijden tellende verantwoording in. Geen hoogdravende beschouwingen van een bekende dichter, maar een klein en luchtig essay, enkele ironiserende tongue in cheek toespelingen over het dagelijkse leven van een dichter en enige toelichting bij de gedichten uit de bundel.&lt;br /&gt;Men zou niet weten wat te doen als het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst niet af en toe subsidie gaf, waarmede men het hoofd boven water weet te houden. Dat klinkt grappiger dan bedoeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de achterflap lezen we dat Starik 'gevaarlijk toegankelijke poëzie' schrijft. Daar wringt de schoen voor mij. Het tweeluik Rode Vlam en Verdwijnkunstenaar leed veel minder aan dat euvel. Starik murwt zich in Songloed iets te genoegzaam in het keurslijf van simpelheid dat hem aangemeten wordt, zodat het geheel naar mijn smaak soms wat te gemakzuchtig overkomt en te eenvoudig wordt. De grens tussen hoge en lage cultuur is hier flinterdun. Goede gedichten worden afgewisseld door gedichten die balanceren op het randje van het futiele. Starik scheert soms rakelings langs de banaliteit van het leven. Ik kan mezelf dan ook heel moeilijk vinden in de bijna ondraaglijke lichtheid van de volgende regels in Het evangelie van Starik uit de cyclus Groen, over 'het raadsel van de menselijke conditie in algemene termen naderend':&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik moet mijn zoon nog zeggen&lt;br /&gt;dat hij moet leren op zichzelf &lt;br /&gt;te staan, ik moet hem uitleggen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;je komt alleen, je gaat alleen&lt;br /&gt;en onderweg zijn vele wegen&lt;br /&gt;maar die gaan nergens heen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twaalf is hij. En grijnst verlegen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit is gewoon te makkelijk. Of, uit zijn cyclus over Apeldoorn: 'Stad van niks, uitgegroeide klont/ van huizen en kantoren, zadeldaken,/ buitenwijken, winkelketens, spijkerbroeken,/ dames met paars haar in watergolven, permanentje.', waar de banaliteit zichzelf verheft tot poëzie op het randje van het banale:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn vette hart aan Vosselman&lt;br /&gt;wees wegen die elders leidden,&lt;br /&gt;weg van Gep en waar ik maar vlucht&lt;br /&gt;ik blijf geboren, in Apeldoorn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Veel beter is Starik wanneer hij die eenvoud inkleedt in zijn ongeëvenaarde eruditie. Dat levert bijzonder virtuoze, zuivere, en strakke gedichten op, waar geen woord te veel in staat en die gaan over de meest eenvoudige handelingen van het leven. Dan is hij een van de beste dichters hier te lande. Tijdens het lezen van de eerste regel van onderstaand gedicht moest ik even met de ogen knipperen. Wat een beginregel! Die kan zo in het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Starik schudt de gevleugelde verzen zo uit zijn pen. In 'Calendula' heeft hij het over het snoeien van een rozenplant, die aangevreten is door luizen: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tegen de luis in de roos googelde ze lavendel.&lt;br /&gt;De lavendel wilde niet bloeien en de luizen gingen niet dood&lt;br /&gt;dus heeft ze de roos eerst teruggesnoeid en daarna weggegooid.&lt;br /&gt;Weggegooid is een groot woord. Ze heeft de zieke plant&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;naar beneden gebracht, tot het plantsoen zich met een schepje&lt;br /&gt;prijsgaf, de kluit grotendeels werd toegedekt met schrale&lt;br /&gt;achterstandsaarde, tussen de schaamstruiken gemeentegroen.&lt;br /&gt;De luizen, wist ze, werden door de mieren meegenomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sterk! Elders gooit hij zich op zijn lievelingsthema, de dood. Zoals eerder aangehaald, vind je in deze bundel geen gelegenheidsgedichten van de Poule des Doods. De gedichten die hij daarvoor schreef, zullen binnenkort wel opduiken in Eenzame uitvaart deel 2. Starik maakte een uitzondering voor die gedichten die hij achteraf grondig heeft herschreven en die zo de gelegenheid overstegen. De dood blijft echter een obsessie doorheen de volledige bundel. Uit 'Auto' in de cyclus Doodsliedjes pikten we de volgende gevleugelde woorden:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een mensenleven duurt zes honden lang,&lt;br /&gt;een stuk of zeven auto's, een half huis-&lt;br /&gt;we slijten wat af en verslijten ten slotte zelf,&lt;br /&gt;riemen, heupen, botten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed is een uitmuntende bundel waarin alles op zijn plaats valt. Of waarin alles net niet op zijn plaats valt. Er is immers ook nog de liefde, of liever het gebrek aan liefde. De bundel eindigt in mineur met de gedichtensuite 'Bedsc?nes', waarin de dichter een beklijvende kroniek schetst van een verloren gegane liefde - het beste deel van de bundel. De welmoed wint het hier van de songloed. &lt;br /&gt;Songloed vind ik bijwijlen de beste poëziebundel die tot nu toe dit jaar verscheen. Hij stemt me ondanks de wat mindere gedichten toch af en toe lyrisch. Ik ga er trouwens zo meteen op toasten met een glaasje felrode Kaapse wijn, gekocht in de Carrefour en niet bij Albert Heijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meisje werd vrouw, de buurt werd zolang opgeknapt&lt;br /&gt;tot ook het geweldig onvervuld zijn van die dagen&lt;br /&gt;met de bloemenman verging: ze stichtte een gezin&lt;br /&gt;met iemand anders, verdween naar Hilversum, en ik,&lt;br /&gt;de haringkar, het kaasgordijn, ahum, wij hebben veel&lt;br /&gt;gemasturbeerd. Zo aan het einde van mijn straatje&lt;br /&gt;stond geschreven. Srenang. Wowojo.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik – Songloed&lt;br /&gt;Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2007; 104 blz.; € 16,50;&lt;br /&gt;ISBN 10: 9046802841 &lt;br /&gt;ISBN 13: 978 90 468 0284 7&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Peter Wullen&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;^    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;VI&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;8WEEKLY&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een man van het land, niet van de zee&lt;br /&gt;F. Starik - Songloed&lt;br /&gt;door M G Sieger&lt;br /&gt;15 oktober 2008&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vooral om zijn dichterscollectief Poule des dood bekende F. Starik is meer dan een dichter alleen; hij is ook zanger en beeldend kunstenaar. Dat hij daarnaast ook nog eens liefhebber is van wijn, blijkt uit de titel van zijn nieuwste bundel. Songloed is namelijk, zoals hij in zijn verantwoording schrijft, 'een goedkope Zuid-Afrikaanse supermarktwijn, in vele varianten leverbaar, van een dieprode merlot tot een vrugtige roospienk'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Bokser, het eerste gedicht van de in vier hoofdstukken opgedeelde bundel, zien we de dichter 'met een baard van vis', een beeld dat we vaker terugzien, bijvoorbeeld in het gedicht 'Bis bald'; beide gedichten werden geschreven naar aanleiding van een portret dat de kunstenaar Jans Muskee van de dichter vervaardigde. Dit beeldgebruik is kenmerkend voor de stijl van Starik, die steevast gepaard gaat met een ironische kijk op het bestaan. Over het algemeen zijn de gedichten van een treffende eenvoud en vormen ze een lofzang op het tijdloze. Starik laat fragmenten zien van het alledaagse, het iedereen welbekende en komt daarbij met verrassende associaties. Dit geeft energie aan zijn poëzie, maar tegelijkertijd komt het ook wat eenvoudig over. Zoals in het gedicht 'Het evangelie van Starik':&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik moet mijn zoon nog zeggen&lt;br /&gt;dat hij moet leren op zichzelf &lt;br /&gt;te staan, ik moet hem uitleggen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;je komt alleen, je gaat alleen&lt;br /&gt;en onderweg zijn vele wegen&lt;br /&gt;maar die gaan nergens heen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Twaalf is hij. En grijnst verlegen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Prikken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook duikt hij nu en dan de diepte in, zoals in het onderstaande gedicht 'Dwerg'. Wat de zichtbare werkelijkheid in dit geval betreft, blijft hij beleefd. Wanneer hij "op pillen naar de stad" gaat (lees: gedrogeerd), heeft hij zijn eigen geestelijke blokkades omver geworpen en loopt hij trippend rond, enthousiast, eerlijk en onbevooroordeeld zoals een kind. Starik kan "bij iedereen naar binnen kijken". Zonder dat hij het beseft probeert hij aan te raken wat er onder het tastbare ligt; hij prikt blijkbaar door alle façades heen. De maskers worden afgeworpen, de oogkleppen afgedaan. Starik ziét. Toch blijft het onderliggende uiteindelijk onzichtbaar en onuitgesproken - hij beseft dat hij nooit verder kan gaan dan zijn eigen beleving: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een van de jongens van mijn lichting&lt;br /&gt;was een dwerg. Ik was nog veel te beleefd&lt;br /&gt;om zijn anderszijn op te merken. Of hij niet &lt;br /&gt;eigenlijk in een circus hoorde. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik weet dat het afgeraden wordt, maar&lt;br /&gt;ik moest op pillen naar de stad.&lt;br /&gt;Straten maken. Liep elektrisch&lt;br /&gt;als had ik nieuwe batterijen in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het Leidseplein ontmoette ik&lt;br /&gt;de andersgevormde mens. Ik wilde&lt;br /&gt;mijn enthousiasme aan hem kwijt.&lt;br /&gt;Ik kan bij iedereen naar binnen kijken&lt;br /&gt;even vanzelfsprekend als je op andere momenten&lt;br /&gt;alleen de buitenkant van mensen en van dingen ziet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sommigen zijn heel groot. En jij bent echt piepklein.&lt;br /&gt;Heden, toekomst en geschiedenis, ik zie alles mijn.&lt;br /&gt;Dat zei ik. Alleen de pijn van de dwerg, dus &lt;br /&gt;zijn geluk en zijn verdriet, ik zag het niet.&lt;br /&gt;Ik zag nog niets.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het eerste hoofdstuk kruipt de dichter uit de duisternis, zoekt hij het licht en vindt hij het ook. Hij laat het licht zelfs bij dag branden. Evenwicht lijkt hij gevonden te hebben in het tweede hoofdstuk, tijdens een wandeling in de zon door Apeldoorn en verder. Hij neemt ons mee naar de slager, de markt, de snackbar en het (zo ranzige!) zwembad. Net als we met zijn veilige en alledaagse beelden vertrouwd raken, slaat tegen het einde van de afdeling de toon om. Over lege perrons lopen zakkenrollers met de handen in de zakken en blijven we achter op een nagenoeg verlaten station.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Magere Hein&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het derde hoofdstuk is het licht niet langer de warmte van het leven, maar juist het schrille schijnsel aan het einde van de tunnel. De dood zit eenieder op de hielen, mens en dier, het verbindt alle levende wezens met elkaar en doet hen beseffen: we zijn één. Magere Hein vereffent en zet een streep door de rekening; hij verlost. De tijd staat niet stil. Er is geen toekomst of verleden, enkel het nu, het huidige moment regeert. Dat is wat Starik wil zeggen: leef nu - geniet of walg - maar leef nu. Een mooie manier om de tijd uit te schakelen en in wezen onsterflijk te worden, vinden we in het gedicht 'Diep'. In het laatste gedeelte, 'Bedsc?nes', zijn het vooral de man, de vrouw en de vergane, onbeantwoorde liefde die ronddansen op het plein van het leven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meestal breng ik dode mensen weg, maar&lt;br /&gt;vandaag mocht ik een gedicht ten grave dragen.&lt;br /&gt;Over honderd jaar, zo was mij uitgelegd, zouden&lt;br /&gt;nieuwsgierige historici mijn tekst weer bovenhalen &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;en tegen elkaar zeggen: zie je wel.&lt;br /&gt;Deze bij leven reeds vergetene,&lt;br /&gt;hij haalde de historie niet, nu ja&lt;br /&gt;met deze dunne woorden, één steek diep.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als u mij bovenhaalt, en ik hier&lt;br /&gt;voor u opsta, over honderd jaar, dus zeg maar nu&lt;br /&gt;ontwaak, alsof ik honderd jaren sliep&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;bedenkt u dan, historici, deze brief aan u&lt;br /&gt;was - in mijn tijd - al aan de toekomst gericht,&lt;br /&gt;memento morici, dus leg mij terug, begraaf me diep.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eerder verscheen van Starik bij Vassallucci in 2004 het tweeluik Rode vlam en De verdwijnkunstenaar. Rode vlam ging over de liefde, De verdwijnkunstenaar over de dood. Songloed is een goed vervolg op het tweeluik maar heeft minder diepgang, is lichter van aard en komt eenvoudiger over. Op de achterflap lezen we dat Starik "gevaarlijk toegankelijke poëzie" schrijft en wordt de bundel in het juryrapport van de Poëzieclub vergeleken met Gerard Reves Nader tot U. Of het de tijd even dapper zal doorstaan blijft uiteraard de vraag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;VI&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;LAS!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;15.6.07&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik. Songloed. Amsterdam: Nw Amsterdam, 2007 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lang, lang leve de Poëzieclub. Doordat ik lid ben, krijg ik af en toe een bundel opgestuurd, en vaak is dat natuurlijk een bundel die ik zelf nooit zou kopen. En dat blijkt soms ineens onterecht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik weet bijvoorbeeld niet of ik ooit uit eigen beweging iets van F. Starik zou hebben gekocht. Dat leek me wel een sympathieke man, maar op de een of andere manier krijg je als buitenstaander dat hij een beetje tweederangs is. Nu ik deze bundel heb gelezen, weet ik wel beter: F. Starik moet je lezen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu is zijn dichtkunst misschien niet spectaculair, zijn toon is niet zo heel bijzonder, zijn drang tot vernieuwing houdt niet over, je wordt niet geconfronteerd met de nieuwste, pas ontdekte gevoelens.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij schrijft een soort gedichten dat vooral menselijk is, dat zich inleeft in andere mensen, dat niet schroomt om de eigen huiselijke maar toch bijzondere persoon voor het voetlicht te brengen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De jury van de Poëzieclub vindt dat Songloed (de titel verwijst naar 'een goedkope supermarktwijn die lang niet smerig smaakt') lijkt op Gerard Reve's Nader tot U vanwege de tijdloosheid, de aandacht en de ontroerendheid. Daar kan ik me dan weer weinig bij voorstellen. Ja, die criteria zijn misschien wel op beide bundels van toepassing, maar dat zijn ze op alle goede dichtbundels, en verder zie ik weinig overeenkomsten. Starik heeft helemaal niet het licht hysterische dat Reve kenmerkt, maar daar staat dan weer tegenover dat hij zich prachtig kan inleven in anderen. Zoals de okapi:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The birthday party&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen God de wereld schiep en alle rare&lt;br /&gt;dieren, bedacht Hij een goedkopere giraf.&lt;br /&gt;Of de okapi zich schaamde voor zijn lange tong&lt;br /&gt;of gewoon verlegen was hij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;hield zich eeuw na eeuw verborgen&lt;br /&gt;deep in the woods (...)&lt;br /&gt;'s Nachts ligt hij op de koude vloer&lt;br /&gt;en weent en weent, met heel zijn lijf.&lt;br /&gt;Likt zijn eigen oor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bundels die ik eerder van de poëzieclub kreeg waren, onder andere De herfst van Zorro van Al Galidi, Bodemdaling van Rouke van der Hoek, en Langzame nederlaag van Wouter Godijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Labels: Nederlands, poëzie&lt;br /&gt;GEPLAATST DOOR MVO OP 1:43:00 PM   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;VII&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;MEANDER&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed van F. Starik   &lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;9-8-07&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Toegankelijke poëzie, maar dan wel perfect&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een toegankelijke dichter noemt men F. Starik. 'Gevaarlijk toegankelijk' schrijft zijn uitgever zelfs. Ongetwijfeld is dat een steek onder water naar zekere poëziecritici, bestrijders te vuur en te zwaard van de 'toegankelijke poëzie', die te pas en te onpas het standpunt uitdragen dat gedichten 'gevaarlijk' moeten zijn. Maar wat is eigenlijk toegankelijk? En is het een goede of een slechte eigenschap voor een gedicht? Daar wordt in de poëziewereld nog uitgebreid over gediscussieerd en het ziet er niet naar uit dat daar ooit een eind aan zal komen. Maar goed, laat ons het er op houden dat je, als je een gedicht van Starik leest, in de meeste gevallen min of meer weet waar het over gaat.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;door Bouke Vlierhuis &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;In het geval van Songloed is het materiaal van klassieke snit: Ich und die Welt, het dichtersleven, de dood, de liefde. Dat alles wordt door Starik met zijn scherpe observatievermogen en zijn al even scherpe pen wel stevig in het Nederland van 2007 neergezet. Schijnbaar met groot gemak en in een ironisch glimlachend parlando. Naast de grote thema's vergeet hij niet kleinere motieven in de bundel te verweven. De titel, ontleend aan goedkope supermarktwijn, bevat ze al: de zon, het zingen en de wijn die de draadjes zijn die Songloed tot een geheel knopen. Genoeg grond, alles bij elkaar, om te beweren dat Starik een van de grootste Nederlandse dichters van het moment is. Gevaarlijk, toegankelijk, gevaarlijk toegankelijk, wat dondert het eigenlijk? Bovendien, de term 'toegankelijk' roept al te makkelijk de associatie op met de huisvrouwenpoëzie, met de Marijke Hanegraafs van deze wereld die iedere twee strofen de behoefte voelen het allemaal nog eens uit te leggen. Nee, bij Starik is er voor de lezer die graag doorassocieert en zelf bepaalt wat hij voelt nog genoeg ruimte:&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Het evangelie van Starik&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ik moet mijn zoon nog zeggen&lt;br /&gt;dat hij moet leren op zichzelf&lt;br /&gt;te staan, ik moet hem uitleggen&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;je komt alleen, je gaat alleen&lt;br /&gt;en onderweg zijn vele wegen&lt;br /&gt;maar die gaan nergens heen.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Twaalf is hij. En grijnst verlegen.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Volledig verantwoord&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niet dat Starik vies is van wat uitleg, overigens. Dat blijkt wel uit een 'verantwoording' (noem het maar gerust een nawoord) van acht pagina's. Daarin doet de dichter van de meeste gedichten kort de ontstaansgeschiedenis uit de doeken en vertelt zo ook veel over de gedichten zelf. Zoveel zelfs, dat je denkt, is dat nou nodig. Hij doet de interpretatieruimte die hij de lezer geeft in zijn gedichten met de uitleg achterin gedeeltelijk weer teniet. Wel getuigt het opnemen van deze verantwoording, die bij tijd en wijlen druipt van de ironie, van de pretentieloosheid van Starik. Hij hoeft zijn gedichten niet met een waas van mysterie te omgeven, lijkt hij er mee te zeggen, ze zijn zo goed genoeg. En hij heeft gelijk. En passant maait hij ook nog even wat gras voor de voeten weg van eventuele kommaneukende recensenten. Zo staat in het gedicht 'Toch teder', over een intens saaie man, de formulering 'het ijzeren ros/ in wankel evenwicht'. Au, au. Maar achterin schrijft Starik: 'En ja, de dichter is zich ervan bewust dat het woordpaar [...] 'ijzeren ros' een meer dan beproefde metafoor voor fiets vormt. Het is hier ingezet om de verbeeldingsarme wereld van de rechtlijnige patriarch te benadrukken.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toch is Starik ook nog wel op een enkele niet zo functionele gemeenplaats te betrappen. De titel van het gedicht 'Lied, gezongen in de nacht' voorspelt wat dat betreft al weinig goeds. In de laatste strofe heet het: 'Het hele concept van de tijd is gebaseerd / op onze sterfelijkheid. Er is geen hoop. / Geen mens die blijft.' Dat is toch wel erg gratuit.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;De consumptiemaatschappij in drie woorden&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar tegenover staan in Songloed gelukkig legio briljante vondsten. Zo luidt de titel van een gedicht 'Pannenset in rolkoffer'. Zo'n titel is een gedicht op zichzelf. Hij vat in drie woorden samen waar onze consumptiemaatschappij aan lijdt: de hebberigheid, het verlangen naar karrenvrachten schijnbaar goedkope onzin.&lt;br /&gt;De eerste strofe van 'Tas' luidt:&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Hij zou gaan liggen op zijn bed&lt;br /&gt;of in de stoel hier wachten&lt;br /&gt;tot het einde kwam. Hij zou&lt;br /&gt;haar komen halen ergens,&lt;br /&gt;zij zou hem bellen of hij bijtijds&lt;br /&gt;opgestaan en wakker was.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Het maakt werkelijk niets uit waar zo'n strofe over gaat. Door het ritme, de eenvoudige woordkeus en de dreigende ondertoon worden deze regels muziek, puur literair genot. En daar staat Songloed bol van.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Songloed&lt;br /&gt;F. Starik&lt;br /&gt;Nieuw Amsterdam, 2007&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;IIX&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Songloed"&lt;br /&gt;gedichten&lt;br /&gt;auteur : F. Starik (foto)&lt;br /&gt;uitgever : Nieuw Amsterdam , Amsterdam &lt;br /&gt;101 blz., € 16,50&lt;br /&gt;ISBN 978 90 468 0284 7&lt;br /&gt;www.nieuwamsterdam.nl&lt;br /&gt;www.starik.nl &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat ik in de bovenstaande gegevens niet kwijt kon: Frank Starik heeft op de omslag van deze bundel het woord Songloed laten afdrukken in de vorm&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;SONG&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;LOED&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De letters SON zijn daarbij in de kleur geel gehouden, de G erachter en de rest eronder dragen een rode tint. Daardoor krijgt de titel iets mysterieus'. Had voor mij niet gehoeven: Stariks gedichten h?bben niks Chinezerigs, ze zijn rechtdoorzee, zéér eigentijds, vaak van een hartveroverende nuchterheid. &lt;br /&gt;Songloed - ik vermeld het maar even voor de goede orde - is het merk van 'een goedkope Zuid-Afrikaanse supermarktwijn'. Lees ik (op pag. 93) in Starings Verantwoording van de hier gepresenteerde poëzie ?n op de achterflap van de uitgave. Het gedicht met de titel Songloed (op pag. 25) refereert overigens niet aan deze drank, tenzij de laatste strofe (hieronder geciteerd) zou suggereren dat de kwaliteit daarvan minder is dan achterop het boek wordt gemeld:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zoek de zonzij van de straat.&lt;br /&gt;Een lach die schalt. Een harde droge hoest.&lt;br /&gt;De weg die afloopt naar een ijzeren afvoerput.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een gedichtbundel begin ik meestal ergens in het midden te lezen. Ik sla hem op goed geluk open en kijk wat ervan komt. Zo ook in het geval van 'Songloed'. Ik schoof mijn duim, in eerste instantie dus, tussen pag. 50 en 51:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;STELLA'S VERWIJDERINGSBIJDRAGE&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een vader sterft. Er wordt een mooie&lt;br /&gt;kist voor hem uitgezocht. Een schoon &lt;br /&gt;overhemd. Familie aangesproken.&lt;br /&gt;Rouwkaarten moeten verzonden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stella heeft een karaokeapparaat.&lt;br /&gt;Er zijn alleen geen teksten bij geleverd.&lt;br /&gt;Stella bezit een verrijdbaar droogrek&lt;br /&gt;omdat er een wasautomaat bij werd beloofd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;met uitgestelde starttijd en&lt;br /&gt;resttijdaanduiding, 19 programma's&lt;br /&gt;en met een capaciteit van 6 kilo, incl.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;verwijderingsbijdrage. Een vader sterft&lt;br /&gt;en niemand heeft zin voor hem te huilen.&lt;br /&gt;Daar schuift Stella het beeld in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat is van een navrante impact, die bij mij meteen onder de huid schuift. - Wat de bundel verder inhoudt aan poëzie (want dat ?s het, in hoge mate) is voor het grootste gedeelte van vergelijkbaar kaliber. Mijn favoriet echter werd het gedicht 'Aan tafel', waarvan ik graag het begin, de eerste helft zeg maar, wil laten zien bij wijze van besprekings-uitsmijter:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Omdat meisje nooit kan slapen, gaan ze&lt;br /&gt;om zes uur al aan tafel. Een half uur later&lt;br /&gt;moet de eerste pil erin, sorry zegt ze, sorry&lt;br /&gt;zegt ze graag, dat mag van de dokter maar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ze mag van hem nog niet naar bed.&lt;br /&gt;De avond vergaat in lusteloos gapen.&lt;br /&gt;Als het eindelijk bedtijd is geworden&lt;br /&gt;is niemand meer moe.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(P.S. - Laat Google óók eens wat werk opknappen. Klik, muisje, klik - op lemma F. Starik. Interessant en bijzonder goed verzorgd.)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jaap Reiding &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;IX&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kapsalonade (F. Starik) &amp; PJ Roggeband&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Leven uit een koffer met PJ Roggeband, F. Starik en&lt;br /&gt;de stadsdichter uit Gorinchem zo luidde ongeveer de &lt;br /&gt;aankondiging die Roggeband per e-mail rondstuurde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dat wilde ik wel even gaan smaken, want leven uit &lt;br /&gt;een koffer, hoe proeft dat? Getogen dus naar de Arto-&lt;br /&gt;teek op de Grote markt 17 in Gorinchem alwaar de be-&lt;br /&gt;zoeker direct al na het betreden van de eerste trap (de &lt;br /&gt;ruimte was op de eerste verdieping) tegen een levens-&lt;br /&gt;groot gedicht "Pannenset in een rolkoffer" aan knalde &lt;br /&gt;van F. Starik dat op de wand was bevestigd. Het is een &lt;br /&gt;vers uit zijn dit jaar uitgekomen bundel Songloed die &lt;br /&gt;ook de clubkeuze van het voorjaar 2007 was van de &lt;br /&gt;Poëzieclub (u weet wel; blad Awater en zo).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Starik mocht de kofferavond openen. Uiteraard deed &lt;br /&gt;hij dat met een aantal gedichten uit de nieuwe bundel &lt;br /&gt;Songloed (door Alain Delmotte danig fijn besproken op &lt;br /&gt;de site van Poëzierapport), waaronder ook 't genoem-&lt;br /&gt;de rolkoffergedicht. Nu is het met deze dichter zo dat &lt;br /&gt;er tijdens zijn optreden, zo mocht ik al eerder beleven, &lt;br /&gt;iets van een sleetse dominee in hem lijkt te gaan schuil-&lt;br /&gt;en, &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;iets als een voorganger die dan wel niet het goddelijke &lt;br /&gt;van God maar toch zeker het licht zwartgoddelijke van &lt;br /&gt;het leven vanaf de kansel (in dit geval een houtkleurige &lt;br /&gt;katheder) via zijn gedichten in de keeltjes van de niet &lt;br /&gt;al te ingewijde schaapjes wil penselen. Zo ook deze a-&lt;br /&gt;vond, al leek de dichter zich dit keer wel weinig moeite &lt;br /&gt;te getroosten zijn optreden tot een succes te maken &lt;br /&gt;als was ie inmiddels wellicht ietwat te verveeld geraakt &lt;br /&gt;van al dat voorlezen overal en nergens. Ja, zelfs een &lt;br /&gt;beetje blasé leek hij gezien de ogenschijnlijk verveelde &lt;br /&gt;wijze waarop hij de voordracht deed. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En toch wonder boven wonder. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het publiek; ademloos namelijk. Zelfs nadat hij even &lt;br /&gt;later aankondigde iets van minder zwaarte te gaan &lt;br /&gt;voorlezen om de pret wat meer in de tent te krijgen &lt;br /&gt;(vrije vertaling, WS) wilde het publiek door de voor-&lt;br /&gt;gaande aangesmeerde maar ook ironisch geënte &lt;br /&gt;zwaarsfeer niet aan de lach, wat de dichter, na de &lt;br /&gt;voordracht van de pret, deed opmerken dat er heus &lt;br /&gt;gelachen mocht worden waarna er toch nog een gei-&lt;br /&gt;nig wakkergemaakt buldertje door de zaal klonk. &lt;br /&gt;Een uitgekiende optreedpose uiteindelijk?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Want het werkte vreemd genoeg, deze wat vermoeide &lt;br /&gt;blaséhouding. Het was daardoor of het licht existentia-&lt;br /&gt;listische (gepikt van juryrapport clubkeuze) in zijn ge-&lt;br /&gt;dichten precies die zwaarte kreeg die nodig was om &lt;br /&gt;het publiek redelijk ademloos te laten toehoren in het &lt;br /&gt;plaatsje Gorinchem. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na Starik mocht PJ Roggeband. Hij begon met het tonen&lt;br /&gt;van een dia-serie over een verre tocht naar de Solovitski &lt;br /&gt;eilanden in het Noorden van Rusland. In zijn koffer het &lt;br /&gt;werk van Daniil Charms en Velimir Chlebnikov. Na een&lt;br /&gt;aantal dia's waarin getoond werd dat Roggeband o.a. het &lt;br /&gt;huisadres van Charms niet kon vinden, de nummering in &lt;br /&gt;de straat ging van ...5, 6, 7.57, 9, 10 etcetera. Charms &lt;br /&gt;woonde ooit op nummer acht volgens de overlevering. &lt;br /&gt;Later bleek .57 nummer acht te vertegenwoordigen. Er &lt;br /&gt;volgden nog wat plaatjes uit Rusland, echter het was een&lt;br /&gt;teveel aan beelden om ze hier op te noemen maar uit-&lt;br /&gt;eindelijk kwam het erop neer dat Roggeband op de Solo-&lt;br /&gt;vitski eilanden belande alwaar voor een kruishout met af-&lt;br /&gt;dakje het idee van de elf zo in zijn lijf sprong dat hij er ter &lt;br /&gt;plekke ideeën over kreeg. Dat was in '91. In dat jaar ook&lt;br /&gt;plaatste hij deze tekst "Ik herhaal 11" in de krant om daar-&lt;br /&gt;na te zweren dat hij elf jaar later de elf weer in de wereld &lt;br /&gt;zou helpen. In 2002 ontstond dan ook een archief van elf-&lt;br /&gt;letterige trefwoorden op een weblog dat de vorm kreeg van &lt;br /&gt;de breedste site van de wereld. Het is de bedoeling dat dit &lt;br /&gt;project tot 2013 doorgaat aldus de kunstnaar in tekenen/&lt;br /&gt;taal en theater. Na deze dia-serie toverde Roggeband o.a. &lt;br /&gt;een paar houten podia in de vorm van schoenen uit zijn &lt;br /&gt;koffer om van daaraf nog wat (korte verhaaltjes, o.a. een&lt;br /&gt;vertaling van Charms) voor te dragen waarmee hij de lach-&lt;br /&gt;ers door de komische lading van die verhaaltjes makkelijk &lt;br /&gt;aan het al door Starik voorgebakken lachje kreeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pauze. &lt;br /&gt;Gratis drank. &lt;br /&gt;Gratis nootjes.&lt;br /&gt;Een gratis ook veel stemgeklep in de pauzerende oren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na de pauze was het vreemd genoeg zo gebeurd met de &lt;br /&gt;avond 'Leven uit een koffer" want de stadsdichter van Go-&lt;br /&gt;rinchem Ro van Doesburg had er kennelijk niet veel zin in&lt;br /&gt;of hij mocht niet langer, dat kan ook. In ieder geval begon &lt;br /&gt;hij met een grote koffer op het toneel, daarop een hoed, &lt;br /&gt;waar de dichter aan het begin van de avond, dus voor de &lt;br /&gt;optredens, ook al mee binnen was gekomen. Uit de koffer &lt;br /&gt;kwam na een paar seconden stilte een stem die aan de &lt;br /&gt;presentator vroeg of hij het publiek wilde vragen een paar &lt;br /&gt;keer heel hard 'Jan Klaasen' te roepen, en ja hoor dikke &lt;br /&gt;lol, de presentator vroeg en het publiek braaf als altijd &lt;br /&gt;riep de gevraagde woorden waarna de dichter uit de kist &lt;br /&gt;kwam met een kranig rood hoofd van de benauwde ruim-&lt;br /&gt;te waarin hij voor een behoorlijk stevig moment dubbel-&lt;br /&gt;gevouwen had gehuisd. Twee gedichten van eigen hand &lt;br /&gt;droeg de stadsdichter voor, gedichten die te weinig indruk &lt;br /&gt;maakten om er hier nog wat over te zeggen, om vervol-&lt;br /&gt;gens nog een gedicht van Gerrit Komrij voor te dragen &lt;br /&gt;(ooit speciaal geschreven voor Jan Wolkers) als ode aan &lt;br /&gt;Jan Wolkers die die dag was overleden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En toen was ineens de avond om. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Of nee, Roggeband sprong tijdens het begin van de af-&lt;br /&gt;kondiging van de avond nog even het toneel op om zijn &lt;br /&gt;breedste weblog van de wereld nog wat meer in het zon-&lt;br /&gt;netje te zetten en het publiek te vragen er vooral eens &lt;br /&gt;te gaan lezen, waarna de presentator nog een duitje er-&lt;br /&gt;bij kinkelde door een elfletterwoord op te halen dat hij &lt;br /&gt;het mooiste vond op de site, en wel het woord "aarsge-&lt;br /&gt;wei" (11 letters??) waarop F. Starik opstond en kwam &lt;br /&gt;met de mededeling dat hij ooit een woord speciaal had &lt;br /&gt;gemaakt voor Roggebands site, het was het woord "kap-&lt;br /&gt;salonade" een woord dat de nodige uitleg vroeg volgens &lt;br /&gt;Starik en die nodige uitleg volgde dan ook; het woord &lt;br /&gt;kapsalonade duidt een frisse salade aan die overheerlijk &lt;br /&gt;gegarneerd is met vers geknipte stukjes haar. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En zo eindigde de avond van "leven uit een koffer" jolig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;IX&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;F. Starik &lt;br /&gt;F. Starik (1958) is schrijver, dichter, zanger en kunstenaar. Recentelijk publiceerde hij de bundels Rode vlam en De verdwijnkunstenaar.&lt;br /&gt;Zie ook: www.starik.nl.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Luister naar een lang interview met F. Starik en de uitzending van de presentatie van Songloed op http://nachtvanhetgoedeleven.kro.nl   (uitzending van 14 mei 2007)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik genomineerd voor Bijbels Museum Kunstprijs&lt;br /&gt;F. Starik behoort tot de twaalf genomineerden voor de Bijbels Museum Kunstprijs met zijn inzending SONGLOED; een video waarbij het titelgedicht uit de bundel Songloed op muziek is gezet met beelden van eenzame uitvaart.&lt;br /&gt;Voor meer informatie: www.bijbelsmuseum.nl&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meer van deze auteur:&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Songloed&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;De eenzame uitvaart&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;De eenzame uitvaart (mid-price)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rode Vlam&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De verdwijnkunstenaar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De grote vakantie&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Simpele ziel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn Leven als muzseum&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nieuwe vleugel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nepvuur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;X&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;IN LETTERLAND&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Interview met F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;door Olaf Risee&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;F. Starik is met zijn gedicht Groot in Japan winnaar geworden van de Plantage Poëzieprijs 2006, die op 28 oktober wordt uitgereikt in Amsterdam.&lt;br /&gt;Allereerst: van harte gefeliciteerd! En dan de enige vraag die er toe doet: wat ging er door u heen toen u de blijde boodschap vernam?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik dacht: 28 oktober, 28 oktober, ik ken die datum, ja, dan moet ik al iets anders doen, en inderdaad. Ik heb voorgesteld dat men de Prijs aan een ander geeft, maar dat wilden ze niet. En een andere datum zat er ook niet in. De Prijs wordt al vijftien jaar uitgereikt op de laatste zaterdag van oktober.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Plantage Poëzieprijs levert u geen geld, maar wel een hoop nieuwe vrienden op. Wat denkt u daarmee te gaan doen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn nieuwe vrienden van de Hortus, mijn nieuwe vrienden van de Plantage, hun vriendschap is slechts één jaar geldig. Misschien kan ik aan het einde van dat jaar zo hier en daar wat lenen. Dan hoef ik dat niet allemaal zo moeilijk terug te gaan betalen, dunkt mij, als de vriendschappen toch al worden opgezegd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een interview met de Poëziekrant (mei-juni 2005) zei u met betrekking tot het literaire prijzencircuit: 'Ik bemoei me verder nergens mee. Het zal me aan me reet roesten, zeg ik dapper. Dan nomineren ze iemand als Menno Wigman toch gewoon niet eens voor een prijs? Dan schuiven ze de écht gevaarlijke poëzie van Erik Jan Harmens achteloos terzijde? Of die meesterlijke laatste bundel van Hans Verhagen? Om van al was het maar één van die drie heerlijke bundels van het afgelopen jaar van mijzelf maar te zwijgen? Daar kan ik inderdaad beter over zwijgen. Niet ik ben het, die van mijzelf de loftrompet moet steken.' Mag ik uit deze woorden opmaken dat u zich enigzins miskend weet door het immer rondtrekkende poëtische prijzencircus?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als u dat zo onthouden heeft, heb ik dat zo gezegd. Zal wel geweest zijn naar aanleiding van de nominaties voor de VSB-prijs van 2004, gegeven de lange productieperiode van zo'n tijdschrift. Er zat nauwelijks een fatsoenlijke bundel bij die nominaties, terwijl er, als gezegd, echt voldoende fatsoenlijke bundels werden uitgebracht, dat jaar. Dat ik mijn eigen bundels daarbij noem, dat was ironie. Ik schrijf geen poëzie teneinde Prijzen te gewinnen. Ik schrijf vermoedelijk het soort gedichten dat tot de stroming van het Vomitisme wordt gerekend, dan moet men niet op prijzen rekenen. Als men al gevoelens van miskenning koestert, dan zal men daarover inderdaad beter zwijgen. Gevoelens, bah. Dat ik kan leven van mijn werk, dat is mijn prijs. In zekere zin ben ik vrijgesteld van arbeid om mijn eigen ding te kunnen doen. Opdrachtje hier, optredentje daar, een beetje subsidie, projectje dit, stukje dat.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Plantage Poëzieprijs is onder meer in het leven geroepen om 'literair talent te stimuleren'. Heeft uw literaire talent na zoveel publicaties een dergelijke stimulatie eigenlijk nog wel nodig? Ofwel: zou u zichzelf inmiddels niet liever omschreven zien als 'gearriveerd dichter'? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Arriveren doet men op een station. Ik ben dankbaar dat ik onderweg ben. Nergens heen, maar onderweg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kunt u vijf dichters noemen die, naar uw mening, volstrekt ten onrechte nog nooit een prijs hebben mogen ontvangen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vijf lijkt me veel. Als eerder genoemd, geloof ik dat Wigman nooit een Prijs van betekenis heeft gewonnen. Ik lees nu de verzamelde gedichten van Anna Enquist, en vind die gedichten veel, veel beter dan de kritiek mij tot dusver deed vermoeden. Heeft vast en zeker nooit een prijs gehad, ja, misschien een Publieksprijs.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En een publieksprijs is geen 'Prijs van betekenis'?&lt;br /&gt;Niet in de traditionele zin van dat de vaste commissie voor het uitreiken van Prijzen daarvoor bijeenkomt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uw komende bundel zal de titel 'Songloed' dragen. Met welke prijs zou u die het liefste bekroond zien? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met een grote prijs, een substantiële prijs, zo'n prijs waarvan men een mooi huis kan kopen, en nog jaren nadien zorgeloos van kan leven, maar zulke prijzen bestaan geloof ik niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op uw weblog publiceerde u recentelijk een aantal gedichten die niet in de nieuwe bundel komen. Welk gedicht zal daar zeker wél in komen te staan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Heden mosselen  &lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;Straks komt de vertaler mossels eten &lt;br /&gt;maar ik moet eerst de wijn uitzoeken. Licht, wit,&lt;br /&gt;een sprankeling. Ik moet mijn mail beantwoorden&lt;br /&gt;een tijdstip weten, mijn liefste kussen.&lt;br /&gt;Ik moet de doden nog wegbrengen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zie ze liggen in hun kist, een ding, tevreden&lt;br /&gt;met de gedachte dat dit ook mijn lot zou wezen&lt;br /&gt;en ondertussen. Ik moet mijn boodschappen betalen. &lt;br /&gt;Wie komt mij halen? Ik heb een jongen gekend&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;die zo prachtig leefde dat hij voor zijn dertigste&lt;br /&gt;versleten was. De vertaler van de mossels &lt;br /&gt;herinnert zich zijn ziekte, een datum,&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;iemand, ik moet zijn naam opschrijven.&lt;br /&gt;We heffen ons glas. Wij moeten nog blijven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;donderdag 28 september 2006 om 12:11 in Interviews | Permanente link&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;br /&gt;http://dichterbijjou.yourbb.nl/viewtopic.php?t=45&amp;highlight=&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;publicatiedatum 20 december 2007&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;door E. van Hoof.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Songloed kwam veel eerder dit jaar uit, maar ik kom er helaas nu pas toe om er iets over te schrijven. De achterflap belooft een bundel die de Reve van deze generatie gaat worden. Dat is heel wat, want Reve is, wat je dan ook van de Avonden vindt, niet de minste der schrijver/dichters. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En ik moet zeggen Songloed, genoemd naar goedkope wijn, is een krachtige bundel geworden, vol gepassioneerde alledaagse verwikkelingen die interessant en doordacht gepresenteerd worden. Songloed spreekt een taal die universeel lijkt, de taal van een dichter die weet hoe hij de geest en de harten van de lezers moet raken. Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat Starik sentimenteel of psychologisch aan de slag gaat, helemaal niet. Maar juist die breekbare alledaagsheid, de heldere bewoordingen geven Songloed haar hart en ziel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De bundel bestaat uit vier gedeeltes, en de gedichten die in de respectievelijke gedeeltes zijn opgenomen hebben een thematiek die overeen komt met de titel van dat gedeelte. Terugkerende thematiek, zoals de wijn Songloed, zorgt ervoor dat de bundel als geheel niet zomaar overeind blijft, maar een diepere intensiteit krijgt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Minpuntje: Starik legt in zijn slotwoord erg veel uit, 10 pagina's aan uitleg volgen de gedichten. Dit had naar mijn smaak wat korter gekund, want hij maait zo erg veel gras voor de voeten van de lezer weg, veel fantasie en interpretaties die de lezer niet meer hoeft te geven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verder: dat deze bundel wordt gezien als de Reve van deze generatie, dat is iets wat enkel de tijd kan leren. Maar verdienen doet deze precieze en mooie bundel het zeer zeker wel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/3038921529504248575-2325748250226485603?l=www.starik.nl%2Fpers'/&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.starik.nl/pers/2007/12/potverpers.html</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author><thr:total xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'>0</thr:total></item></channel></rss>