BIO
BIOGRAFIE
F. Starik (1958) is schrijver, dichter, zanger en kunstenaar. In de periode 2010-2012 is hij de vierde stadsdichter van Amsterdam, nadat hij al eens was genomineerd als ‘Amsterdammer van het jaar’ en werd onderscheiden met de Amsterdamprijs voor de kunst. Recent publiceerde hij de dichtbundels Songloed, Victoria, en de roman De gastspeler.
Starik studeerde aan Rietveld Academie en Rijksacademie, fotografie en mixed media. Ondertussen werkte hij enige jaren op het kantoor van poëziefestival One World Poetry. Van daaruit organiseerde hij onder andere een tournee langs jongerencentra met bevriende dichters onder de vlag van H.J. van de BijL. In 1987 verscheen zijn officiële debuut Nepvuur (In de Knipscheer), spoedig gevolgd door de geruchtmakende bloemlezing Maximaal. Hij debuteerde overigens op zestienjarige leeftijd met een bundeltje in eigen beheer: Mot, of de neerslag van de twijfel, onder het pseudoniem Osi Peuke. (Aussi peu que, je schaamt je dood.)
Sinds zijn afstuderen is hij verbonden aan de Flatland Galerie te Utrecht – www.flatlandgallery.com – waar hij diverse solo- en groepstentoonstellingen had. Daarbij richtte hij aan de Amsterdamse Rozengracht het Starik Museum van kleine werken op. In 1993 verscheen een roman in briefvorm, Mijn Leven Als Museum. Twee jaar later bouwde hij daar Nieuwe Vleugel (foto’s brieven, gedichten, uitg. Voetnoot) aan. In 2000 verscheen het kunstwerk De zwaaiende fietser op zestien onopvallende straathoeken in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark. Daar is ook een dichtregel in neon vastgelegd: ‘Langs de Kostverlorenvaart / zag ik het schip Ambitie varen.’ Een aantal jaar geleden werd The Floating Poetry Room opgeleverd, een verblijfsruimte op IJburg van de Iraanse architect Siah Armajani met in het hekwerk een gedicht van zijn hand.
Het jaar 2001 bracht tentoonstelling, cd en dichtbundel Simpele Ziel; hij trad met het Voerendaals mannenkoor op het Crossing Border-festival op. In 2003 was hij de curator van De grote vakantie, een ode aan het jaarlijkse gat in de tijd, met medewerking van een veertigtal kunstenaars, in Arti & Amicitea. De bijbehorende, gelijknamige bundel, zijn laatste bij In de Knipscheer, verscheen een jaar later. Rode Vlam en De verdwijnkunstenaar verschenen gelijktijdig in 2004 bij Vassallucci.
Sinds 2002 beheert Starik de Amsterdamse Poule des Doods, een groep dichters van wisselende samenstelling die bij eenzame uitvaarten gedichten schrijft en voordraagt. Het boek daarover, De eenzame uitvaart, met daarin een vijfentwintigtal verslagen en de bijbehorende gedichten van de deelnemende dichters, verscheen in 2005 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Een mid-price editie van De eenzame uitvart verscheen het jaar daarop. Hij werd door Het Parool genomineerd als ‘Amsterdammer van het jaar.’
In 2007 verscheen zijn bundel Songloed, die door de Poëzieclub werd verkozen tot clubkeuze van dat kwartaal. Het leverde de bundel een tweede druk op.
In 2009 volgden zowel zijn tweede roman De gastspeler, die juichende kritieken oogstte, als de dichtbundel Victoria, waarvan al spoedig een tweede druk werd opgelegd. De gastspeler verschijnt medio 2010 als goedkope herdruk.
