<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>starik</title>
	<atom:link href="http://www.starik.nl/wp/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.starik.nl/wp</link>
	<description>Just another WordPress weblog</description>
	<lastBuildDate>Thu, 26 Jan 2012 10:18:54 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>DAGBOEK STADSDICHTER (SLOT)</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2012/dagboek-stadsdichter-slot/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2012/dagboek-stadsdichter-slot/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 26 Jan 2012 10:18:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stadsdichter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1062</guid>
		<description><![CDATA[DAGBOEK STADSDICHTER (SLOT) &#160; Het is geworden donderdag 26 januari 2012, gedichtendag, en heden verschijnt De daklozenkrant, de Z! dus, voor de supermarkten van Amsterdam. Met de naam van de nieuwe stadsdichter erin, en zijn eerste stadsgedicht op de achterpagina: Menno Wigman. Ik ben blij en trots dat hij het van me wil overnemen. Zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>DAGBOEK STADSDICHTER (SLOT)</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden donderdag 26 januari 2012, gedichtendag, en heden verschijnt De daklozenkrant, de Z! dus, voor de supermarkten van Amsterdam. Met de naam van de nieuwe stadsdichter erin, en zijn eerste stadsgedicht op de achterpagina: Menno Wigman. Ik ben blij en trots dat hij het van me wil overnemen. Zijn nieuwe bundel, Mijn naam is legioen, is net uit en belooft een van die zeldzame hits in het land der poëzie te worden. Dinsdagavond noemde Arie Boomsma in De Wereld Draait Door die bundel al, alsmede de dreigende avond in de Sugarfactory (wie bedenkt die namen toch?). Vrijdagavond in de Sugarfactory, dus, neem ik afscheid als stadsdichter en een dag later vlieg ik naar de zon, om een week plat te liggen op het zwarte strand van La Palma. Het is een wonder dat dat zand niet afgeeft, al verkleurt men een weinig, in de zonne, en slaapt men negentien uur per dag. Onder het mom dat men een boek leest, vanachter de zonnebril.</p>
<p><span id="more-1062"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De laatste weken van het afgelopen jaar stonden in het teken van het verzamelen van geld. Veel geld. Voor het project in IJburg, waar ik met Martijn Sandberg aan werk &#8211; en we hebben goed geboerd, het is grotendeels binnen. Voor de uitgave van de driedubbeldikke uitgave van de Z! 96 pagina&#8217;s, een driedubbeldik bewaarnummer, en dat voor twee euro. Amsterdams Fonds voor de Kunst, SLAA en stadsdeel Centrum sprongen bij. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan. 32 pagina&#8217;s zijn door de Z!-redactie ingevuld, de overige pagina&#8217;s met zoveel mogelijk gedichten, artikelen over, interviews met, een agenda, heel veel foto&#8217;s van Bianca Sistermans, die me anderhalf jaar lang op mijn tocht door de stad volgde. Vormgeving Melle Hammer. Hard werken dus. Vergaderen. Mensen over een streep trekken. Schrijf wat. Voor mij. En wel nu. Die wil dit en die juist dat. Van die moet je dit zeggen en van die mag dit juist niet, je moet dat zeggen. Voor je het weet heb je iets onvoorzichtigs gekwaakt, en de internetpolitie waakt streng over je, en inderdaad, er is uiteindelijk een onvoorzichtigheidje doorgeglipt, in die Amsterdamse Daklozenkrant, qua mest voor de schitterende plant rancune. Een indrukwekkende telefoonrekening, dat is een resultaat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik realiseer me dat ik heel wat mensen zal moeten bedanken, morgen, op 27 januari, wanneer ik afscheid neem: Jasper Henderson, mijn back-office, die me uit de wind hield waar nodig en altijd het maximale uit de opdrachten wist te slepen. Hulde. Melle Hammer, de vormgever van de bijlage in het Parool en van de Z!, hulde de redactie van Z!, hulde Bianca Sistermans, die me anderhalf jaar lang als fotograaf volgde, Daphne de Heer van de SLAA, die, onder veel meer, amSTARikdam mogelijk maakte, hulde, hulde de muzikanten van amSTARikdam, hulde Ronald Ockhuysen van Het Parool, die trouwhartig mijn gedichten plaatste en altijd antwoordde: &#8216;Dank, maestro!&#8217;</p>
<p>Hulde, Roeland Rengelink, Rini Scheffers, Denise Juthan van stadsdeel Centrum &#8211; die me voortreffelijk begeleidden en waar nodig extra geld ter beschikking stelden, hulde burgemeester Van der Laan, op wie ik zeer gesteld ben geraakt en die, waar mogelijk, de stadsdichter bijstond en behulpzaam was: hulde!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hulde ook Martijn Sandberg, met wie ik in IJburg dat werk nog hoop te realiseren, hulde Volken Beck, die de belettering voor het Kohnstammhuis ontwierp. Hulde de talloze opdrachtgevers, die me vroegen een gedicht voor hen te schrijven en van mij een rijk man maakten, hulde. En hulde tenslotte Menno Wigman, die bereid gevonden werd mij op te volgen. Iemand moet het doen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik blader even terug door mijn agenda, kom een optreden in schouwburg Concordia tegen, te Haastrecht, met de Barockpuppies, die ook aan amSTARikdam meededen, iedere donderdag kom ik mijn mijn les in Arnhem tegen, ik kom tegen dat er een koelkast werd bezorgd op het atelier waar ik na mijn terugtreden veelvuldig hoop te verblijven. Een bureau. Ik zie dat ik in de Nassaukerk met Christine Otten een clubje daklozen aanmoedigde om ook iets over Amsterdam te schrijven, ik zie dat ik jureerde in Festina Lente, veelvuldig met Melle en Bianca over de Z! overlegde, ik lees dat ik met Olivia Jaeggi voor Paradiso oefende en op tweede kerstdag daadwerkelijk samen met de tienjarige zong dat ze zestien was, bijna al zeventien, en ik zeventien, binnenkort achttien. Ik zie dat ik, ziekjes, een enkel optreden verzuimde, ik zie dat ik in het verse nieuwe jaar menige borrel mocht bijwonen; zo schreef ik op verzoek van het AFK het gedicht met de volgens de directeur van het AFK raadselachtige titel Braaf, dat bij de lezing van Hedy d&#8217;Ancona over de staat van de creatieve stad werd uitgesproken, een gelegenheid waarbij onze burgemeester hard uithaalde naar de stompzinnige bezuinigingen op kunst en cultuur, die Amsterdam hard zullen treffen: dat was nog dagen voorpaginanieuws. Niet het gedicht, maar die bezuinigingen. Als burgemeester zeg je zoiets niet, kennelijk.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>BRAAF</p>
<p>.</p>
<p>Of ik bang ben voor een toekomst</p>
<p>dat er niks te vreten valt, het vooruitzicht</p>
<p>dat mijn laatste lezer, u, van armoe sterft</p>
<p>en ook ik naar honger dorst en u vraagt</p>
<p>.</p>
<p>of er nog hoop is, en ik zeg ja, er is,</p>
<p>altijd, het moet ergens vandaan komen</p>
<p>en het wordt telkens weer vermorst, zo</p>
<p>niet vandaag, dan toch wel morgen.</p>
<p>.</p>
<p>Deze stad barst uit zijn voegen</p>
<p>van de mensen die iets willen, die iets</p>
<p>kunnen, die iets moeten. Niet van u,</p>
<p>.</p>
<p>mijn laatste lezer, nee, van zichzelf.</p>
<p>Werken, streven, scheppen, sterke mensen</p>
<p>zonder vrees, mensen zonder zorgen.</p>
<p><em> </em></p>
<p><em>.</em></p>
<p><em>Loflied op de creatieve stad van stadsdichter F. Starik ter gelegenheid van het uitspreken van de eerste staat van de creatieve stad door Hedy d’Ancona, scheidend voorzitter van de Raad van Toezicht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst op dinsdag 10 januari 2012 in Pakhuis de Zwijger Amsterdam</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p>Een paar dagen later overleed Luit Tabak aan de gevolgen van een dom verkeersongeluk in Nieuw West, wat ook weer nieuws was, omdat zij vroeger met de huidige burgemeester was getrouwd, ik kende haar vaag van het schoolplein, omdat hun kinderen op dezelfde school zaten als mijn zoon, en omdat zij betrokken was bij onder andere The One Minutes Foundation, waar ik ook wel eens wat voor doe.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>MASSA</p>
<p>.</p>
<p><em>I.M. Luit Tabak</em></p>
<p>.</p>
<p>Mensen die je kent, mensen die je best</p>
<p>had kunnen kennen. Een mevrouw die</p>
<p>op het schoolplein stond om daar haar</p>
<p>kinderen weg te brengen, op te halen</p>
<p>.</p>
<p>net als jij daar wachtte, soms met</p>
<p>iemand sprak, maar meestal in gedachten –</p>
<p>een gezicht dat je, als je het ergens anders</p>
<p>tegenkwam, in verwarring bracht.</p>
<p>.</p>
<p>Zoals je winkeliers alleen maar in</p>
<p>hun winkel snapt, daarbuiten klopt iets</p>
<p>niet. Zomaar een gezicht. Een gezicht dat</p>
<p>.</p>
<p>jaren later, zomaar ergens op een fietspad</p>
<p>fietst, je was het jaren kwijt, en dan weet</p>
<p>je het weer, en dan heb je bijna spijt.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik lees dat Festina Lente ook in het nieuwe jaar weer een maandagavond lang duurde, dat ik de bundelpresentatie van Wigman bezocht, dat ik op zondag 22 januari met Ramsey Nasr en Joke van Leeuwen te gast was in de het Theater van het Woord in de OBA, terwijl ik daaraan voorafgaand in Desmet voor een radio 2 programma, iets met hemel, mijn gedicht &#8216;wij spreeuwen&#8217; voorlas, dat Piet Römer overleed. Amsterdam zoals Amsterdam bedoeld is.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>AMSTERDAM ZOALS AMSTERDAM BEDOELD IS</p>
<p>.</p>
<p>Dag Piet, met je hoedje en je kapstok</p>
<p>en je nostalgie naar hoe het vroeger ook niet was</p>
<p>dat toffe Amsterdam met se Jordaan, se kejakkie,</p>
<p>met se rijkbepruikte hoere, die best een nummertje</p>
<p>.</p>
<p>gratis willen maken omdat jij het bent, meneer de kok</p>
<p>met c o c k in je gesellige nepcafé, omdat je op de echte</p>
<p>Wallen natuurlijk niet mag filmen, met je crew en met</p>
<p>je lampies, je Telegraafverhaal van weer iemand omgelegd</p>
<p>.</p>
<p>en jij weet toevallig wie. Je werpt je vieze hoedje</p>
<p>op de kapstok van het bureau, vertelt hoe je heet</p>
<p>spelt het voor ons en wij denken dat we iets</p>
<p>snappen maar wat? Niet. Dag Piet.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Ik lees dat ik op dinsdag 24 januari weer een tiental filmpjes inspreek voor Torpedo-Magazine, die op den duur in Het Parool worden geplaatst, waarna later die middag, voorafgaand aan de uitreiking van de Turing Poëzieprijs, het tienjarig bestaan van tijdschrift Awater wordt gevierd, met een tiental dichters die een ode schreven naar aanleiding van Nijhoff&#8217;s Lied der dwaze bijen. Daarvoor schreef ik dit.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>ONS, ACH ROEKELOZEN</p>
<p>.</p>
<p>Er zijn dichters die vanuit de taal</p>
<p>het beeld verwekken, er moeten</p>
<p>dichters zijn die in abstracties denken:</p>
<p>ik neem de trein en reis van zaal</p>
<p>.</p>
<p>tot zaal, waar ik mijn zoete woorden</p>
<p>achterlaat, dan vlug terug naar huis, kedeng</p>
<p>kedeng weer thuis. Als ik die vogel door de</p>
<p>lucht zie zwenken denk ik niet was ik zo</p>
<p>.</p>
<p>vrij, hooguit zoiets als lekker wel.</p>
<p>Vannacht nog in mijn droom, bezopen</p>
<p>bij, spreidde ik mijn armen moeitelozer</p>
<p>.</p>
<p>steeg zoemend op, verdween, een spel.</p>
<p>Geen glinstering, ik vlieg, maar nergens heen.</p>
<p>Ik prijs mijn huis en zing. Ik ben gewoon.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Op gedichtendag zelf geef ik gewoon les in Arnhem. En vrijdag neem ik dus afscheid. Op verzoek van de SLAA schreef ik tenslotte bij wijze van afscheidsgedicht TERMIJN. Ik rust mijn kaas.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>TERMIJN</p>
<p>.</p>
<p>Twee jaar lang mocht ik uw dichter zijn</p>
<p>en ik stond er, met liefde, vol ijver. Ik zong</p>
<p>mijn lied voor sportkantinebeheerders, op</p>
<p>bijeenkomsten met vrijwilligers, vluchtelingen</p>
<p>.</p>
<p>burgemeesters, ik liet mij zien en draafde op</p>
<p>wanneer u dat van mij vroeg, beweende wie</p>
<p>beweend moest worden, stond voor de klas,</p>
<p>bewaakte de orde en nu ben ik klaar, nu is het af.</p>
<p>.</p>
<p>Genoeg. Uw nar, uw clown, uw reisgenoot.</p>
<p>Hij kwaakte, produceerde meninkjes en</p>
<p>frivoliteiten, liflafjes, banaliteiten, vulde</p>
<p>uw maag met snelgeschreven troep –</p>
<p>.</p>
<p>draagt zich over, trekt zich terug uit</p>
<p>het publieke domein, verlangt naar</p>
<p>de keuken, waar hij soept en sudderlapt</p>
<p>en eindeloos hetzelfde vers opknapt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>© F. Starik</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>+</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2012/dagboek-stadsdichter-slot/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>EENZAME UITVAART NUMMER 139</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-139/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-139/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 14:51:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Log]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1059</guid>
		<description><![CDATA[EENZAME UITVAART NUMMER 139 N.N. donderdag 19 januari 2012, 10 uur, St Barbara dichter van dienst: Judith Herzberg &#160; Als Van Bokhoven belt, en ik traditiegetrouw opmerk: &#8216;Moment. Even een pen en een papier pakken,&#8217; zegt hij dat er maar weinig op te schrijven valt. Een onbekende man, door de politie uit het water van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>EENZAME UITVAART NUMMER 139</p>
<p>N.N.</p>
<p>donderdag 19 januari 2012, 10 uur, St Barbara</p>
<p>dichter van dienst: Judith Herzberg</p>
<p><span id="more-1059"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als Van Bokhoven belt, en ik traditiegetrouw opmerk: &#8216;Moment. Even een pen en een papier pakken,&#8217; zegt hij dat er maar weinig op te schrijven valt. Een onbekende man, door de politie uit het water van het Amsterdam-Rijnkanaal gehaald. Ter hoogte van de Zuider IJdijk nummer 139. Het lijk verkeerde in verregaande staat van ontbinding. Europees uiterlijk, het haar grijzend aan de slapen, vermoedelijk een jaar of veertig, vijftig. Dat is het. De doodsoorzaak wordt &#8216;niet natuurlijk&#8217; genoemd. Dat kan van alles betekenen. Gevallen, gesprongen, geduwd. Ik vind Judith Herzberg bereid een gedicht voor deze onbekende meneer te schrijven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdagochtend. Het regent vies. Op de begraafplaats tref ik de oude heer Degenkamp. Richard, de jonge meneer, is bezig bomen om te zagen. &#8216;We hebben een versnipperaar gehuurd. Dat is duur. Dus Richard moet zagen.&#8217; Er komt een nieuw hek, van gietijzer, met een haag ervoor, is de bedoeling. De begraafplaats wordt al jaren afgeschermd door zo&#8217;n liefdeloos Heras-hekwerk. Dat wordt nu vervangen door zo&#8217;n tijdloos, fraai nostalgie-hek. En daarvoor moeten dus eerst die bomen om.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tommy Hilfiger is er weer. Ik had eigenlijk verwacht mevrouw Herzberg ook al aan te treffen, maar haar zie ik nog niet. Wel komt kort na mij Van Bokhoven in de witte dienstauto de begraafplaats opgereden. Ik maak me lichte zorgen. Had ik haar gisterenmiddag niet nog eens moeten bellen om haar aan onze afspraak te herinneren? Dan zegt Degenkamp dat zij al lang in de wachtruimte naast de aula zit. Ze had naar me gevraagd, maar was mijn naam vergeten. &#8216;U bedoelt meneer Starik,&#8217; wist Degenkamp, en ja, die bedoelde ze. Ze heeft een kopje koffie gekregen van de mevrouw die voor de koffie zorgt, al had de mevrouw erbij gezegd dat zoiets eigenlijk niet kon, reeds voor aanvang van de dienst een kopje koffie schenken, &#8216;want we moeten toch op de kosten letten&#8217;. Judith haalt het gedicht uit haar tas, of ik er nog even naar wil kijken. Het gedicht is met de hand geschreven. In potlood is er nog een kleine verbetering aangebracht. &#8216;Het ligt zo voor de hand, wat ik geschreven heb. Ik ben bang dat iedereen hetzelfde gedicht zou hebben geschreven. Lijken die gedichten niet allemaal op elkaar?&#8217; Ik stel haar gerust.</p>
<p>Nee, die gedichten lijken helemaal niet allemaal op elkaar. Iedere dichter denkt toch weer langs andere lijnen, altijd. Dan komt Degenkamp ons halen. &#8216;Zal ik mijn tas hier laten?&#8217; vraagt ze. &#8216;En mijn jas?&#8217; Ze draagt een tamelijk omvangrijke, donkergroene regenjas, die vervaarlijk kraakt en ritselt, bij iedere beweging. Degenkamp adviseert de jas maar aan te houden. We moeten straks de kist nog wegbrengen. &#8216;O, ik dacht dat we gewoon binnen bleven. Of moet ik mijn gedicht voordragen aan het graf?&#8217; Ze heeft eerder een uitvaart gedaan, lang geleden, van het verloop ervan is haar kennelijk niet veel bijgebleven. We herinnert ze zich de mevrouw die de uitvaart van de toenmalige overledene bezocht en verklaarde dat ze elkander kenden van de tennisbaan, van vroeger, voor ze zich in haar huis verschanste, &#8216;met de meubels tegen de deur geschoven enzo&#8217;. Dat was mij dan weer ontschoten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We gaan de aula binnen. Morgenstimmung van Grieg klinkt op, heel vredig. Dan komt Tommy naar voren om Judith het woord te geven. Ze zit wat onhandig schuin in het voorste bankje op rechts gepropt, met die grote jas aan, komt moeizaam overeind, vraagt of er misschien iemand aanwezig is die het overschot uit het water heeft gehaald. Dat is niet het geval. Dan leest ze haar gedicht voor, naar de kist gekeerd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Toegift</p>
<p>.</p>
<p>Natuurlijk haal je liever iemand uit het water</p>
<p>die nog te redden is. Maar stel dat hij nog leefde</p>
<p>wat hadden we dan voor hem kunnen doen. Hem vragen</p>
<p>waar zijn wanhoop op berustte, hem zijn geliefde</p>
<p>weer terugbezorgen, of zijn werk, of zelfvertrouwen?</p>
<p>.</p>
<p>Nu kunnen we een heel klein beetje rouwen</p>
<p>niet eens om hem, omdat we hem niet kennen,</p>
<p>maar uit een vaag gevoel van menselijk fatsoen.</p>
<p>.</p>
<p>De bijna-liefde, bijna aandacht die hij straks nog</p>
<p>meekrijgt in zijn kist, was misschien nèt dat</p>
<p>kleine beetje dat hem gered had, had kunnen redden,</p>
<p>dat hij, bij leven, heeft gemist.</p>
<p>.</p>
<p>Judith Herzberg</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als ze is uitgesproken, komt ze naast me staan, op rechts, ik, op de tweede rij gezeten. Ze kijkt me aan, ik knik. Dan vraagt ze iets, terwijl de muziek weer inzet. Saint-Saëns, De zwaan, uit het Carnaval der dieren, waarover Degenkamp later trots zal opmerken dat hij het zelf mooi gekozen vond, de stervende zwaan, het water, maar ik betwijfel of die zwaan wel stervende is, of dat Degenkamp dat er zelf bij verzonnen heeft. Ondertussen vraagt Herzberg nog iets, iets algemeens, over de eenzame uitvaart, ik geef een kort, gemompeld antwoord. Het laatste muziekstuk, het Largo van Dvorák. Op de r hoort eigenlijk nog een omgekeerde circumflex, maar die kan ik niet vinden, en Degenkamp spreekt de naam van de componist geheel fonetisch uit, hetgeen ons allemaal tot klankexperimenten met de uitspraak van zijn naam zal verleiden, bij de koffie, straks. Devoorrak. Judith komt met Dvwozjak. Ik houd het op Dvordzjak. Tommy pleit voor Dvoratsj.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We horen de dragers naar voren komen, nu gaan we allemaal staan. Dat is beter. Even later wandelen we de regen in, achter de kist aan. Judith Herzberg moppert dat ze het allemaal maar erg luxe vindt. Bloemen, kist, muziek, aula en alles. Nog net de regen niet. En of het feit dat de uitvaart op een van oorsprong katholieke begraafplaats plaatsvindt, ook betekent dat dit een katholieke uitvaart is. En vraagt zich hardop af of het geld dat aan de uitvaart wordt besteed, niet beter aan de levenden ten goede was gekomen, een vraag die in haar gedicht al impliciet wordt gesteld. Ik antwoord dat ik het belangrijk vind dat alle mensen met dezelfde aandacht en eer worden weggebracht, onverschillig wat er, misschien, aan de uitvaart vooraf is gegaan. Ze oppert dat ze haar vergoeding wellicht aan een goed doel kan schenken, vraagt hoe andere dichters dat doen. Het komt voor dat een dichter afziet van zijn vergoeding, vertel ik, dan blijft het geld gewoon in de stichting, en wordt er op den duur een andere dichter van betaald, dus dat helpt niet, niet echt, concluderen we.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bij de laatste rustplaats van onze nog even onbekende man aangekomen, houden we halt, om op gepaste afstand het plaatsen van de kist gade te slaan. &#8216;Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig,&#8217; verklaart Judith dan, en stapt met de dragers mee naar voren om de toebereidselen van nabij te bekijken. Als de kist gezakt is, we een kletsnat schepje zand geworpen hebben, slenteren we terug voor de onvermijdelijke koffie. Judith zegt dat ze het nog een keer wil doen, een eenzame uitvaart, &#8216;en dan maak ik een boos gedicht&#8217;. Over het gebrek aan aandacht voor de levenden. Ik moet dan altijd denken aan kunstcritica Anna Tilroe, die me eens vertelde dat aandacht een van de zeer weinige schaarse goederen is in onze overvloedige wereld. Aandacht. Raar spul. Iedereen wil het hebben, maar niemand wil het geven. Tommy vertelt over de uitvaart van de dag tevoren, een ouwe junk, maar met een hoop vrienden, waarbij hij van de meesten dacht: die hebben ook niet lang meer te gaan. Degenkamp vult aan dat er na afloop een kettingzaag zoek was. Het zou een manier kunnen zijn om aandacht te trekken. Een ouwe junk met een kettingzaag.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hij wil weten of het waar is, dat ik binnenkort afzwaai als stadsdichter. Dat kan ik beamen. Van Bokhoven informeert naar de precieze tijd en de lokatie. Die geef ik hem.</p>
<p>Voorzichtigheidshalve spreken we af dat ik hem een nummer van een vervanger voor de eenzame uitvaart zal verstrekken, als ik na mijn terugtreden mijn traditionele week naar de zonne vlieg, om daar een week lang heel stil in te liggen. Een week. Niet langer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik bel een taxi voor Judith. Wacht samen met haar op de komst van de auto. Als ze is weggereden, staat de oude heer Degenkamp me op te wachten voor zijn kantoor.  &#8216;Vreemde vrouw,&#8217; merkt hij op. Ik lach. &#8216;Onze lieve heer,&#8217; begin ik, maar maak mijn zin niet af.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>© voor het verslag: F. Starik</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-139/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>DAGBOEK STADSDICHTER IIX</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-iix/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-iix/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 15:47:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stadsdichter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1055</guid>
		<description><![CDATA[DAGBOEK STADSDICHTER IIX &#160; Het is geworden 29 november 2011. Ik heb u achtergelaten op 16 september. Wat gebeurde er sindsdien? We bladeren terug in de agenda. Ik zie afspraken staan rond de voorstelling amSTARikdam, op 15 november in de Balie, wat een hoogtepunt in mijn stadsdichterschap zal vormen, zeker weten, want dat is al [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>DAGBOEK STADSDICHTER IIX</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden 29 november 2011. Ik heb u achtergelaten op 16 september. Wat gebeurde er sindsdien? We bladeren terug in de agenda. Ik zie afspraken staan rond de voorstelling amSTARikdam, op 15 november in de Balie, wat een hoogtepunt in mijn stadsdichterschap zal vormen, zeker weten, want dat is al geweest. Ik zie Festina Lente voorbijkomen, de derde maandagavond van de maand, waar ik tot de jury ben toegetreden, met Rick de Leeuw en Sven Ariaans. Elke donderdag reis ik trouw naar Arnhem om mijn studenten les te geven. Ik zie op 21 september een afspraak met de meestermetselaar staan die naar IJburg komt om de kosten van zijn arbeid in te schatten: het valt een soort van mee. Onze totale begroting zal neerkomen op 70.000,- waar we bijna de helft van binnen hebben. Moet lukken. Qua deadline gok ik nu op juli 2012.</p>
<p><span id="more-1055"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op 28 september heb ik mijn langverwachte ontmoeting met de burgemeester. Hij verklaart me uitvoerig zijn liefde en ik probeer zoveel mogelijk geld los te kletsen. Hij kent de exploitant van Blok 4 op IJburg, Vesteda, uit zijn tijd als minister. Hij belooft met hen te gaan praten. We kletsen over de Nacht van de Poëzie, die het in Utrecht moeilijk heeft. Is het een plan om die naar Amsterdam te halen, tot Vredenburg klaar is? Zou kunnen, maar alleen in goede harmonie, mocht Utrecht dat ook willen. Wij zijn van het harmoniemodel, zoveel is duidelijk. Ik stip het mislukte abdicatie/inauguratieplan aan. Hij is het ermee eens dat zulks een kansloze missie zal zijn. Vergeet dat, vindt hij. Wel wil hij graag dat ik nog jarenlang stadsdichter blijf, liefst zo lang tot de stadsdelen opgeheven zijn of worden, in 2014, is de planning, dan kan hij me meenemen naar de centrale stad. Nu, op dit moment, is dat onmogelijk. De begroting voor het komende jaar is gemaakt, en de tekorten vallen tegen, zwaar weer allerwegen, zucht hij.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen bereid ik de presentatie van Een steek diep voor, het boek is juist op tijd van de drukker gekomen om de burgemeester een soort van eerste exemplaar te overhandigen. Op vrijdagmiddag 30 september zit ik bij AVRO vrijdagmiddag-live, tussen 15 en 16 uur, om over het boek te praten. Aan tafel met een eonoom, die over de eurocrisis komt praten. Ik breng het gesprek danig in de war met mijn opmerking dat geld mijns inziens helemaal niet bestaat, een fictie is, dat we gewoon kunnen afspreken dat er wel genoeg is – dan druk je dat toch even bij? En bovendien, die paar miljoen Grieken, wat is dat op een paar honderd miljoenen Europeanen bij elkaar? Precies. 1 procent. Dus wat is het probleem. Er wordt gelachen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De dag erna, 1 oktober, treed ik op in de OBA, op een Caraïbische letterenavond, een voordracht over het werk van Boeli van Leeuwen. Eva Gerlach maakt indruk met haar verhalen over haar jeugd in Suriname.  Zondag 2 oktober mag ik in &#8216;Het Oog&#8217; vertellen over Een steek diep, ik rijd met John Jansen van Galen terug in de taxi van Hilversum naar huis.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We hebben een mooi kaartje laten drukken om amSTARikdam te promoten. Ik kan het op donderdag 6 oktober laten zien aan de man van stadsdeel West, die mij de sleutels overhandigt van het prachtige atelier dat ik gehuurd heb, via de CAWA, het vroegere bureau Woon en Werkruimte voor Kunstenaars. Tasmanstraat 15: een schitterend hoog lokaal, met een prachtige oude parketvloer erin, casco opgeknapt, met als extraatje een aangrenzende lerarenkamer, prachtig, prachtig. Ik teken een huurcontract per 15 oktober, dan mag ik erin.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Diezelfde middag presenteer ik eindelijk Een steek diep, in het uitvaartmuseum op begraafplaats De Nieuwe Ooster. De eerste woordloze boekpresentatie ter wereld, poch ik. Peter Zegveld en Dolf Planteijdt bespelen hun verschrikkelijke mechanische orgel: &#8216;Scherzo Mechanica&#8217;. Een soort van atonale symphonie, met heel veel rook erbij – we hebben uit voorzorg alle brandmelders afgeplakt. Het uur voorafgaand aan de presentatie praat ik met Joeroen van Kan voor radio 6 over het boek. We maken een wandeling over de begraafplaats. Na het concert wacht AT5 buiten voor een interview, terwijl de mensen binnen ernaar snakken een gesigneerd exemplaar van Een steek diep in ontvangst te nemen. Ik teken me een lamme arm, tot tegen achten de tent gaat sluiten en ik wel ophouden moet, en vlug naar huis, er mag niet flink worden doorgezakt, want de volgende ochtend vroeg wacht er alweer een eenzame uitvaart.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maandag 10 oktober brengt in de ochtend een zoveelste afspraak met de Hogeschool van Amsterdam, het Kohnstammhuis, waar na lang onderhandelen nu toch besloten is dat het gedicht &#8211; dat ik oorspronkelijk voor de film die over het gebouw gemaakt werd schreef – permanent in de aula wordt aangebracht. We komen overeen dat RIWI-Collotype het ontwerp van Volken Beck zal uitvoeren, op de lange wand onder de entresol die langs de gehele voorzijde van de aula loopt. En dit is de uiteiendelijke versie van het gedicht zoals dat inmiddels daadwerkelijk op de muur is aangebracht:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>I</p>
<p>.</p>
<p>Ik heb ze zien komen.</p>
<p>De mannen met lood</p>
<p>in hun schoenen en een kop</p>
<p>vol zorgen, de angst om het hart.</p>
<p>Ze gaven rekenschap</p>
<p>en vertrokken</p>
<p>de mannen,</p>
<p>illusies armer</p>
<p>en platzak.</p>
<p>.</p>
<p>Zo stond ik:</p>
<p>streng en grijs.</p>
<p>Standvastig als Stalin.</p>
<p>Als de rechtlijnige bureaucraten</p>
<p>die grijnzend achter hun loketten</p>
<p>zaten, ijverig in de weer met</p>
<p>stempels en betaalbewijzen.</p>
<p>Een ieder ten voorbeeld.</p>
<p>.</p>
<p>Neem en vergeet mij,</p>
<p>ik ben maar een ding. Een gebouw.</p>
<p>Een verzameling gangen, trappen en lokalen.</p>
<p>Ik draag u. U bent mijn belasting.</p>
<p>.</p>
<p>II</p>
<p>.</p>
<p>Nu zie ik je komen</p>
<p>jongens en meisjes</p>
<p>op parmantige hakjes.</p>
<p>Eindelijk vrouwen</p>
<p>op sneakers vol hoop</p>
<p>en verlangen</p>
<p>onderweg</p>
<p>naar morgen.</p>
<p>Steek op.</p>
<p>.</p>
<p>Zolang je maar weet:</p>
<p>ik zal je altijd ontvangen.</p>
<p>Zolang je maar wilt.</p>
<p>Ik reken op jou. Reken op mij.</p>
<p>Ik zal erop toezien</p>
<p>dat als je straks weggaat</p>
<p>dat jij iedere voetstap</p>
<p>in mij achterlaat.</p>
<p>.</p>
<p>Neem en vergeet mij. Zolang je onthoudt</p>
<p>dat ik elke beweging registreer en in mij opsla</p>
<p>dat ik iedere trilling bewaar, zal ik van je zwijgen.</p>
<p>Van jullie allemaal.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>© F. Starik, 2011</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Je leest het gedicht in het gebouw als twee eindeloze regels, onder elkaar, die zich 44 meter lang door het gebouw heen strekken.Prachtig. Papa trots. Een fraai stukje stadsdichtergeschiedenis, naast de OBA, waar Dienstbericht nog altijd hangt, en de verhoopte dichtregels op IJburg. Dan heeft een man toch echt wat neergezet, wat?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dezelfde middag heb ik een interview met een journalist van TROUW over Een steek diep, om aan het eind van de middag door te reizen voor docentenoverleg in Arnhem, buiten de reguliere lessen om, waar ik donderdag 13 oktober verstek moet laten gaan vanwege de voorstelling van het jaarlijkse Trendrapport over de gortdroge en uitputtend in cijfers uitgedrukte ontwikkelingen in de Binnenstad. Ik moet het gedicht dat ik er toch uit wist te puren in het Scheepvaartmuseum komen voorlezen, voor een reusachtig gericht van politici en ambtenaren, en kan niet tegelijkertijd in Arnhem aanwezig zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Feiten, cijfers, bronnen</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>In Amsterdam, die wereldstad vinden we</p>
<p>jaarlijks twaalf miljoen bezoekers, die elk</p>
<p>vijfhonderd euro uitgeven en waarvan</p>
<p>de meesten blijven slapen in de vijftigduizend</p>
<p>.</p>
<p>bedden die hen in hotels wachten, in jouw bed</p>
<p>dit jaar dus nog tweehonderd anderen van wie</p>
<p>vijfentachtig procent zegt in goede lichamelijke</p>
<p>gezondheid te verkeren, nadat ze in duizend</p>
<p>.</p>
<p>café&#8217;s en restaurants hebben gezeten, drie</p>
<p>miljoen rondvaarten over de grachten maakten</p>
<p>en het Anne Frank Huis bezochten, gezellig</p>
<p>vonden ze het wel, in Amsterdam, de binnenstad</p>
<p>.</p>
<p>waar dat jaar zo&#8217;n tachtigduizend mensen in</p>
<p>vijftigduizend huizen woonden, sliepen in hun eigen</p>
<p>bed en daar per saldo negenenveertig kinderen extra</p>
<p>maakten, de jongens heten Sem, de meisjes Julia <em>(*)</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p>.</p>
<p>© F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>(*) Bron: de populairste jongens- en meisjesnamen van het eerste kwartaal van 2011, gepubliceerd door de Sociale Verzekeringsbank.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>Op 17 oktober krijg ik het atelier aan de Tasmanstraat opgeleverd. Wow. Ik begin enthousiast te kletsen over de entresol, die ik er zeker in zal bouwen. Maar dat mag niet van stadsdeel West, het is een Rijksmonument, dit voormalige schoolgebouw, en ze hebben de entresol die de vorige huurder er in had laten bouwen, er juist uit gesloopt. Ze willen dat de ruimte de ruimte blijft. Daar moet ik een paar dagen over nadenken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dan besluit ik dat ik er een meubel in zal bouwen, een meubel, waar je op kan staan, los in de ruimte, een meubel, dat dan tevens als opslag functioneert, net zo gemakkelijk. Meinbert Gozewijn van Soest ontwerpt het ding en zal het in de komende weken los in de ruimte bouwen. Dan kom ik met de verfkwast. En ondertussen een extra gastcollege in Arnhem, afspraken met Martijn Sandberg en Roy Cremer van <a href="http://www.voordekunst.nl">www.voordekunst.nl</a> om eens te bezien of ons IJburg-project daar in anmerking voor komt. Dat doet het, maar het is nogal een risico: haal je minder dan 80% van het beoogde bedrag binnen, dan wordt het project als MISLUKT bestempeld en krijgen de donateurs hun geld terug.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op maandag 24 okober praat ik met Jurre van de berg van Sociologie Magazine over Een steek diep. Of het niet jammer is, vraagt hij, dat het bij zo&#8217;n boek altijd alleen maar over de inhoud gaat, en nooit eens over hoe mooi dat eigenlijk geschreven is? Ik zeg dat dat meevalt. Ware het slecht geschreven, dan kwam men aan de inhoud helemaal niet toe.</p>
<p>Die dinsdag mag ik met Volken nog maar eens naar het Kohnstammhuis om moeilijk te doen over het ontwerp en de uitvoering daarvan. Die woensdagochtend word ik verwacht ik op de kamer van cultuurwethouder Rengelink, maar daar komt een eenzame uitvaart doorheen. &#8216;En dat is het enige waarvoor ik alles uit mijn handen laat vallen,&#8217; excuseer ik mij bij de wethouder. De afspraak wordt genadiglijk opgeschoven.</p>
<p>Des donderdags heb ik herfstvakantie: ik hoef niet naar Arnhem, maar wel naar Diemen, om met het 7koppig blaasorkest Waarschuwing voor de scheepvaart om hun gedeelte van het programma amSTARikdam door te spelen, ten tweeden male, en er zal een derde male nodig zijn. Ondertussen vordert het ateliermeubel gestaag. Wel jammer dat ik nooit tijd heb om naar dat atelier te gaan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen aarzel ik of ik een tweede termijn als stadsdichter zal bijtekenen –enerzijds, anderzijds. Men wil mij graag houden maar kan ik dat aan? En als ik het niet voluit doe, maar op een laag pitje, waarom zou je dan stadsdichter blijven? Je moet er voor de mensen zijn, vind ik. En ik neig er meer en meer naar dat ik het niet aankan, nog twee jaar geleefd te worden, door de mensen. Ik heb het gewoon <em>te</em> druk. En in mijn vak, zo redeneer ik, gaat het om plezier, om hartstocht, om liefde. Als je dreigt dat te verliezen doe je iets niet helemaal goed.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op maandag 31 oktober presenteer ik met Martijn Sandberg ons plan voor BLOK IV bij de buurtgroep, die het idee ooit aanzwengelde. Men is enthousiast, zelfs ontroerd: ze vinden het prachtig. Dinsdag komt de verhuizer offerte opnemen: wat er vanuit mijn woning naar het atelier kan, en dan is er nog die opslag van 21 kuub in Beverwijk, die daarheen zal moeten komen. Atlas, heet deze verhuizer: dat bevalt me. Ik gooi de andere offertes weg. Atlas zal het zijn. 2 november, Allerzielen, brengt de opening van de tentoonstelling over de dood in het Tropenmuseum, waar ik in de catalogus</p>
<p>word geïnterviewd en waarin een gedicht is opgenomen, de eenzame uitvaart nietwaar?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Die middag komen we met de andere muzikanten van amSTARikdam op mijn atelier bij elkaar om de voorstelling nu eens goed in elkaar te steken, althans in virtuele zin. Ik demonstreer de kabouterdouche, die ik daartoe heb uitgevonden. En ik kan het niet laten: in eerste instantie ontvang ik in de lerarenkamer, wanneer de muzikanten binnendruppelen, die beleefd mompelen dat het een fijne kamer is, om pas later de deur naar het lokaal open te zwaaien. Dat grapje bevalt zo goed, dat we het bij iedere nieuwkomer blijven herhalen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Des donderdags is de individuele beoordeling van mijn studenten, waarna op vrijdag met Martijn Sandberg een nieuwe aanvraag voor IJburg wordt getimmerd – nu de buurt en de VVE van Blok 4 mee zijn, staat niets ons meer in de weg, behalve dat tekort van 40.000,-. De zaterdag brengt een uitvaart in de buurt van Arnhem, geen eenzame, een gewone, gevolgd door het afscheid van meneer Degenkamp, de beheerder van St. Barbara. Als hij me ziet, zie ik een kinderlijke blijdschap over zijn lieve gezichtje schieten. Ik heb dan drie kwartier in de rij gestaan, teneinde hem de hand te mogen schudden. Ik dacht: ik doe het gewoon. In de rij staan. De avond brengt de Museumnacht: optreden in de Nieuwe Kerk, twee keer. Over familie moet het gaan. Verschrikkelijke acoustiek, een matig geïnteresseerd publiek. De volgende ochtend, zondag 6 november, moet ik alweer vroeg op voor een Allerzielenconcert op begraafplaats Westgaarde, waar ik gedichten zal voorlezen aan de genodigden die dat jaar een geliefde of een familielid verloren. Herdenken. Er wordt hard om mijn verzen gehuild. Na mijn eerste optreden bel ik Bianca Sistermans dat ze maar beter niet kan komen om de stadsdichter te volgen, dat zou niet netjes zijn. Wat een verdriet. Zeer aangrijpend. En dat vier keer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Aan het eind van de middag borrel ik te lang na met de organisatie. Men kijkt terug op een bijzonder geslaagd evenement. Nou en of. Maar zwaar. Ik wankel naar huis met een reuzenboeket bloemen. Het is verdiend. Dat zeker.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op woensdag 9 november word ik met Rini Scheffers, de man van het stadsdeel die mij begeleidt, en backoffice Jasper Henderson bij de wethouder Roeland Rengelink verwacht. Ik vertel dat ik besloten heb mijntermijn niet te verlengen. Men vindt dat ik er nog maar een nachtje over moet slapen. Want het is wel jammer. Ik zeg dat ik moe ben. Ik herhaal het argument van<em> te</em>. Te druk. Niet fijn. Zonder iets bereikt te hebben stappen we weer op. Langzaam maakt een zekere opluchting zich van mij meester. Er gaat een eind aan zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag brengt de eerste lesdag van blok 2, in Arnhem, des avonds repeteer ik met de Scheepvaart, Sistermans fotografeert de overvolle huiskamer vol toeteraars en 1 dichter.</p>
<p>Vrijdagmiddag haast ik me naar de OBA voor een radio-interview over de aanstaande voorstelling in De Balie, amSTARikdam. Ik mag een half uur kletsen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zondag 13 november brengt een aangename kunstmiddag in een uitpuilend zaaltje in ARTI, thema &#8216;transsubstantiatie in de kunst&#8217;, georganiseerd door Chantal Breukers. Sprekers van uiteenlopende aard, onder andere Hans Maarten van den Brink, Hans Aarsman, acteur Marcel Faber, Vrouwkje Tuinman, Maria Barnas en mijzelve buigen zich hierover tot we aan het eind van de middag echt niet meer weten wat dat nu eigenlijk is, of was. Verhelderend, op duistere wijze. Buiten trekt ondertussen met veel lawaai de intocht van Sint Niklaas voorbij, terwijl Modeste Breukers op zijn bas Bach speelt, wat de voorstelling bij vlagen een surreëel tintje geeft.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maandag 14 november hebben we de gehele dag gereserveerd om de voorstelling amSTARikdam te repeteren, op te bouwen, in te stellen. En dinsdag 15 ook. Dan arriveert pas het geluid, we blijken een hoop herrie bij te moeten huren. &#8216;s Avonds volgt de voorstelling. Tachtig, negentig bezoekers: er kunnen er 130 in. Goed gevuld, mar lang niet uitverkocht. Het Parool heeft er niets aan gedaan, qua aankondiging. Dat had van mij best gemogen. Wel staat er de volgende dag over een halve pagina een foto van de dichter en zijn voorstelling op de kunstpagina: daar zijn jullie dus niet bijgeweest.</p>
<p>Maar de voorstelling verloopt rimpelloos, we zijn goed, de bezoekers betonen zich voldaan, en het lukt ons om de gehele voorstelling in 1 uur en zeven minuten erdoor te jagen, waar we vantevoren schatten dat het zeker 90 minuten zou zijn. Zo hard gaan wij.</p>
<p>Toch iets van dertig, 35 gedichten, grotendeels voor de stad geschreven. En deels uit eerder werk gesampled, omdat ook daarin de stad een hoofdrol speelt. Zo begint het.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>PROLOOG</p>
<p>.</p>
<p>Als en of je van een stad kunt houden:</p>
<p>een stad is niets dan straten en gebouwen</p>
<p>mensen die zich ergens heen verlangen</p>
<p>haasten zich naar winkels, warenhuizen</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>café&#8217;s en restauranten, bioscopen</p>
<p>en hotels om in te slapen, nee je wil nog</p>
<p>niet naar huis, je wilt alleen wat dansen,</p>
<p>drinken, iemand om mee weg te lopen</p>
<p>.</p>
<p><em> </em></p>
<p>nee teer te beminnen, toch iets kopen.</p>
<p>Lang heb je dat als ze je vroegen: &#8216;Heb jij</p>
<p>die cake van de Xenos&#8217; en jij zei &#8216;nee, die</p>
<p>.</p>
<p>heb ik zelf gebakken&#8217; opgevat als compliment,</p>
<p>het stilt de honger, tot iemand eindelijk wist:</p>
<p>je liegt. Je moet een eigen stad beginnen. Vlieg.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>NEST ONDER DE BRUG</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Duiven. Je hebt er eens een met zijn kont</p>
<p>uit de zojuist gedaalde brug zien steken,</p>
<p>dacht dat hij nog net naar binnen kon, nest</p>
<p>onder de brug, geen idee, waar je maar een ei</p>
<p>.</p>
<p>kan bakken, okee, het beweegt een beetje</p>
<p>maar we zitten hier droog enzo. Te laat.</p>
<p>Het is goed om af en toe aan je buurvrouw</p>
<p>te denken. Weet dat zij aan jou denkt, zij</p>
<p>.</p>
<p>ook aan jou. Uitzicht heb je, als de brug weer</p>
<p>opengaat, uitzicht op haar, uitzicht op ramen</p>
<p>die naar jou terugkijken, uitzicht op de straat</p>
<p>.</p>
<p>die we allemaal begaan met onze boodschap,</p>
<p>onze gedachten dozen vol rotzooi die we niet</p>
<p>willen hebben. Duiven. En maar kwebbelen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag 17 november brengt een ode aan Remco Campert, Klup Vurrukkulluk, in een sjieke tent op de Stadhouderskade. Voor die gelegenheid heb ik het boek opnieuw gelezen, wat ik sinds mijn middelbare schooltijd niet heb gedaan. Een openbaring. Ik vis er onderstaande anekdote uit.</p>
<p>.</p>
<p>HET VURSCHRUKKULLUKKE VOORVAL MET HET SCHILDERIJ</p>
<p>EN DE WINKELIER MET DE BAARD</p>
<p>.</p>
<p>Een artiest met een baard is tot daar aan toe</p>
<p>maar een winkelier met een baard, dat gaat de buurt te ver.</p>
<p>Ze willen hem weg hebben. En waarom? Omdat hij een baard heeft.</p>
<p>.</p>
<p>In het kamertje achter zijn winkel ruikt het als in een café.</p>
<p>De meubels zijn er bruin en zwaar en nooit jong geweest.</p>
<p>Op tafel een bijna lege fles whisky en eronder een volle.</p>
<p>.</p>
<p>De winkelier met de baard kijkt. Al vijftien jaar. Hij raakt niet uitgekeken.</p>
<p>Een schilderij gevat in een gouden prachtlijst geeft zicht op een heidelandschap.</p>
<p>Op de voorgrond een herder met zijn kudde.</p>
<p>.</p>
<p>Een schaap tracht achter de lijst te verdwijnen.</p>
<p>De hond van de herder snuffelt wantrouwend aan de handtekening van de maker.</p>
<p>Daar geniet de winkelier met de baard nu al jaren van.</p>
<p>.</p>
<p>Het is geen goed schilderij, gelooft hij, maar hij houdt niet van goede schilderijen.</p>
<p>Die laten niets aan je fantasie over. Nu ziet hij voor het eerst dat de schilder</p>
<p>gewoon vergeten is de hond een staart aan zijn lijf te schilderen.</p>
<p>.</p>
<p>Vervelend. Voortaan zal hij alleen nog naar de plek kunnen kijken</p>
<p>waar die staart had horen te zitten. Misschien had die hond geen staart maar</p>
<p>dat had de schilder dan op een of andere manier waar moeten maken.</p>
<p>.</p>
<p>Dan had je bijvoorbeeld in de verte een wolf met een hondenstaart in zijn bek</p>
<p>weg moeten zien lopen. En dat gaat de buurt te ver.</p>
<p>Een winkelier met een baard en een schilderij van een hond zonder staart.</p>
<p>.</p>
<p>Aan de einder gaat met veel misbaar van kleuren de zon onder.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>Ik word na mijn  voordracht geïnterviewd door Philip Freriks, we lachen om de herinnering dat we hem ooit, als jonge dichtertjes, in Parijs hebben ontmoet, op zoek naar poëzie daar, en die was er niet, of ingeslapen, een tijdverdrijf voor fijne luyden. Ik heb het geluk dat ik tamelijk voorin het programma sta, er is nog volop aandacht. Die zal later danig verslappen. De organisatie schenkt, gedurende het programma, geen drank, zeer Oncampertiaans, en het programma duurt lang, erg lang.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maandag 21 november, de derde maandag van de maand, brengt inderdaad de poëzieslam in Festina Lente. We hebben het gezellig. Dinsdag 22 november mag ik een klimaatconferentie toespreken in De Rode Hoed. Ik schrijf er een klimaatgedicht voor.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>CANARISCH EILAND</p>
<p>.</p>
<p>Ik weet niet wie er ooit bedacht heeft</p>
<p>dat er mensen moeten leven in dit land</p>
<p>want erg leefbaar is het niet, hier in de kou</p>
<p>de regen en voor wie fietst: wind tegen</p>
<p>.</p>
<p>altijd. De winter brengt ons schaatsen</p>
<p>op glad ijs, loopneus erwtensoep, ogen</p>
<p>roodomrand, onze gezichten grijs</p>
<p>van ellende en wat doet de regering?</p>
<p>.</p>
<p>Helemaal niets. Ik eis een klimaat</p>
<p>als op een Canarisch eiland, zomer, winter</p>
<p>altijd prijs. Helder blauw water, zonneschijn</p>
<p>.</p>
<p>een milde bries, precies hoe het moet.</p>
<p>Zie dan de Noordzee, die oceaan</p>
<p>van grauwe soep. Warm op, kom goed.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen gaat ons land gebukt onder een dichte mist. De maandag kopt het Parool in chocoladeletters: &#8216;Mist blijft verkeer hinderen.&#8217; Mijn gedicht daarover heeft die middag in de krant gestaan, dus die tikken we er nog even achteraan.  Je hoort de deskundigen gniffelen, daar in De Rode Hoed: grappige lui, die dichters.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>MIST</p>
<p>.</p>
<p>We kunnen alleen nog denken in termen</p>
<p>van overlast. We ondervinden overal maar</p>
<p>hinder van. Niemand ziet terwijl hij fietst</p>
<p>de schoonheid van een wereld die tijdelijk</p>
<p>.</p>
<p>verdwenen is, opgelost, onttrokken</p>
<p>aan het alziend oog dat doorzicht eist.</p>
<p>Wij hebben niets aan grijs. Daar gaan we,</p>
<p>op de tast. We ondervinden overlast.</p>
<p>.</p>
<p>We moeten snel op reis. Wij zijn tegen.</p>
<p>We denken niet dat we nu al dagenlang</p>
<p>in wolken mogen wonen, er dwars doorheen</p>
<p>.</p>
<p>op onze fiets, een beetje bang. De wereld is er</p>
<p>nog, waarschijnlijk, ze laat zich gewoon even</p>
<p>niet aan ons zien. Misschien is ze verlegen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag 24 november vindt dan eindelijk de langverwachte opening van de Hogeschool van Amsterdam plaats, ik mag mijn Kohnstammhuisgedicht daar voorlezen. Of dat moet, zo kan je het ook zeggen. Ik verheug me erop de film te zien, die Rudolf Cremer Eindhoven heeft gemaakt, met heel veel mij erin. Maar wat we te zien krijgen is een wezenloos reclamefilmpje. Ergens vererop, in een collegezaaltje, draait een langere versie: ook niet veel soeps. Ik sms naar Rudolf: &#8216;Wat is er gebeurd?&#8217; Hij schittert door afwezigheid, en sms-t even later terug dat hij in Thailand zit, boos en teleurgsteld: van die film is niets heel gelaten. Dat zie ik ook.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het gedicht is heel mooi geworden, op de lange wand, dat is dan tenminste wel gelukt, al had ook dat wel heel veel voeten in de aarde, en werd ik tot het uiterste afgeknepen, financieel gesproken. Dat je een ontwerper moet betalen, en de schilder van de letters, dat begrijpen de mensen wel, maar voor een gedicht? Enfin. Ik tref Lodewijk Asscher, op de eerste rij, en weet hem vlug voor Blok 4 te interesseren, u bent toch niet alleen van onderwijs, maar vooral ook van financiën? &#8216;Mail me maar,&#8217; zegti, &#8216;ik zal me erin verdiepen.&#8217; Dat heeft de directeur van De Rode Hoed ook gezegd. Het zal toch wel goedkomen?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het afscheid van uw stadsdichter sluipt naderbij.We hebben ooit besloten dat we mijn afscheid gaan markeren met een speciale editie van de Z!, de daklozenkrant, extra dik, met een hoop stadsgedichten erin. Ook daarvoor komen we nog 5.000,- of misschien zelfs 7.000,- tekort. Ik schrijf mijn lieve wethouder dat het nu tijd is om zijn vage belofte dat mocht er ooit meer geld nodig zijn voor de stadsdichter, hij best over de brug wil komen, in te lossen. Met Melle Hammer, de ontwerper, en Hans van Dalfsen, de hoofdredacteur van Z! overleg ik hoe we dit gaan aanpakken. Bijna december. Op 12 januari moet het ding naar de drukker. En dan komt die kutkerst er nog tussendoor.</p>
<p>Er zal nog even keihard doorgebuffeld moeten worden. Eerst dat verslag maar eens even bijtikken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik ben dankbaar dat ik de verhuizing naar mijn atelier een maand heb uitgesteld, al was, in dit licht, twee maanden nog beter geweest. Het meubel is af, de muren zijn mooi wit gesausd, in de lerarenkamer staat alles klaar om de spullen te ontvangen, ik ben al naar de IKEA geweest om twee vitrine&#8217;s te laten bezorgen, net al naar Van Dijk &amp; co voor 12 grappige stoelen. maar nu moet in mijn huis nog alles uitgezocht: wat mee mag, wat weg moet. Dozen. &#8216;Onze gedachten dozen vol rotzooi die we zelf niet willen hebben.&#8217; Bovendien wordt de buitenzijde van mijn woning geschilderd. Ik verdwijn achter steigers. Daar moet de verhuizer ook maar doorheen kunnen. Of die rotzooi afbreken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden 30 november. Van de uitgeverij kreeg ik, trotse vader, een stapel Hollands Maandblad binnen, het nummer waarin mijn zoon, Boris von der Möhlen, 17 jaar oud, debuteert met een hilarisch verhaal over popfestival Sziget. Van de Balie kreeg ik de opnamen van amSTARikdam binnen, het is heel goed geworden, geweest: ik ben trots op mijzelf. En op mijn muziekvrienden nog het meest. Goed. Voor de komende tijd staat vooral, op 10 december, een optreden met grotendeels dezelfde muziekvrienden op het programma, in Schouwburg Haastrecht, een paar moeizame ontmoetingen met geldschieters, een bijeenkomst met daklozen die poëzie proberen te schrijven, en natuurlijk, het inmiddels bijna traditionele hoogtepunt van het jaar: de kerstmatinee, op tweede Kerstdag in Paradiso, met het Paradiso-Orchestra en fanfare St Cecilia, en met mijn eigen Vrouwkje Tuinman. Ik zal deze kerst enkele hoogtepunten uit the Sound of Music voor de vrome menschen zingen. Waaronder: &#8216;jij bent zestien, zeker geen zeventien&#8217; in een eigen, buitengewoon krukkige vertaling, waarbij de rol van Liesl wordt vertolkt door Olivia Jaeggi, tien jaar oud.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En op 26 januari 2012 ben ik dus weg. Uw Rolf. Dat wordt gevierd in the Sugar Factory. Tot zover.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-iix/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>VIER STERREN WAAR HET ER VIJF HADDEN KUNNEN ZIJN</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/vier-sterren-waar-het-er-vijf-hadden-kunnen-zijn/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/vier-sterren-waar-het-er-vijf-hadden-kunnen-zijn/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 15:01:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Een steek diep]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1053</guid>
		<description><![CDATA[F. Starik, &#8216;Een steek diep&#8217; (2011) Lichtvoetige tristesse cuttingedge.be &#160; &#160; Geen verhalen zijn schrijnender dan die over eenzame doden. Mensen die wekenlang in hun appartementje liggen zonder dat er een haan naar kraait, tot op het moment dat één van de buren begint te klagen over de niet te harden stank die in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>F. Starik, &#8216;Een steek diep&#8217; (2011)</strong></p>
<p>Lichtvoetige tristesse</p>
<p><a href="http://www.addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;winname=addthis&amp;pub=cuttingedgebe&amp;source=tbx-250&amp;lng=nl-nl&amp;s=digg&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.cuttingedge.be%2Fbooks%2Freviews%2F337317-steek-diep%3Futm_source%3Ddlvr.it%26utm_medium%3Dtwitter&amp;title=Boek%3A%20F.%20Starik%2C%20'Een%20steek%20diep'%20(2011)%20-%20Cutting%20Edge&amp;ate=AT-cuttingedgebe/-/-/4ed641c19135990b/4&amp;frommenu=1&amp;uid=4ed641c1be95eeb8&amp;ct=1&amp;pre=http%3A%2F%2Ft.co%2Fy1PfzbIt&amp;tt=0"></a></p>
<p><span id="more-1053"></span></p>
<p>cuttingedge.be <a href="http://addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;username=cuttingedgebe"></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Geen verhalen zijn schrijnender dan die over eenzame doden. Mensen die wekenlang in hun appartementje liggen zonder dat er een haan naar kraait, tot op het moment dat één van de buren begint te klagen over de niet te harden stank die in de trappenhal hangt. Vervolgens wordt het lijk weggehaald en volkomen eenzaam ter aarde besteld: een erger einde is moeilijk in te beelden. Dat vond ook F. Starik, een Amsterdams schrijver, die zich inzet voor een waardige begrafenis voor deze eenzame doden. Met dat doel voor ogen hielp hij De Eenzame Uitvaart in Amsterdam uit de grond stampen. Bij dit project worden bij toerbeurt dichters gesommeerd een gedicht te schrijven dat door de dichter in kwestie tijdens de begrafenis voorgedragen wordt. Een groot aantal van zijn ervaringen heeft Starik nu opgetekend in het prachtig vormgegeven ‘Een steek diep. Schetsen van verloren levens’.</p>
<p>Starik, van 2010 tot 2012 stadsdichter van Amsterdam, bundelt verhalen over eenzame uitvaarten waarvoor hij het gedicht verzorgde of waarbij hij in de hoedanigheid van coördinator van De Eenzame Uitvaart aanwezig was. Ondanks het feit dat het gedurende het hele boek over eenzame doden gaat, verveelt de verhalenbundel geen moment. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de grote verscheidenheid aan verhalen achter de doden. Starik vertelt over mensen zonder familie of vrienden, over mensen die in onmin leven met hun naaste omgeving, maar ook over lichamen die niet geïdentificeerd konden worden of over buitenlanders die in Amsterdam het leven lieten en waarvan de familie niet voldoende geld ter beschikking had om het lichaam naar het thuisland te laten overbrengen. Zo krijgen de verhalen, hoewel ze in essentie allemaal op dezelfde manier gestructureerd zijn, toch elk een aparte invalshoek.</p>
<p>Ondanks het feit dat de dichters van De Eenzame Uitvaart vaak erg weinig informatie ter beschikking hebben over de overledene in kwestie, weet Starik elk verhaal toch weer interessant te maken door zijn oog voor detail. Hij vermeldt kleine omstandigheden, gesprekken met het eventuele publiek of met mensen die ambtshalve op de begrafenisdienst aanwezig zijn. Op die manier transformeert hij de begrafenissen in een poëtisch tafereel. Hoe schrijnend de omstandigheden ook zijn waarin de overledenen zijn teruggevonden, toch krijgen ze via de dienst De Eenzame Uitvaart een prachtig, zij het eenvoudig afscheid.</p>
<p>Naast Stariks oog voor detail zijn ook de gedichten die in ‘Een steek diep. Schetsen van verloren levens’ opgenomen zijn een pluspunt. De gedichten zijn vaak echte pareltjes en je krijgt als lezer vaak een beter beeld van de manier waarop dergelijke gelegenheidsgedichten tot stand komen. Een derde element dat ertoe bijdraagt dat wij Stariks nieuwe verhalenbundel warm kunnen aanbevelen, is de lichtvoetige toon waarop hij de verhalen brengt. Met een dergelijke thematiek dreigt men een al te dramatische toon aan te slaan, maar daarvan is bij Starik niets terug te vinden. Zonder respect voor de overledene te verliezen, weet hij vaak een komische noot in de verhalen te brengen.</p>
<p>‘Een steek diep. Schetsen van verloren levens’ heeft ons zeker weten te bekoren. Starik heeft een aantal prachtige verhalen opgetekend en ook enkele gedichten hebben een blijvende indruk achtergelaten. Stariks nieuwe verhalenbundel is weliswaar geen boek om in één ruk uit te lezen, maar wel uitermate geschikt om verhaal per verhaal te degusteren.</p>
<p><strong>Elie Pauwels</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>© Cutting Edge &#8212; 28 Nov 2011 images © Nieuw Amsterdam</p>
<p><a href="mailto:info@cuttingedge.be">Reageer</a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/vier-sterren-waar-het-er-vijf-hadden-kunnen-zijn/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>DAGBOEK STADSDICHTER VII</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-vii/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-vii/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 29 Nov 2011 10:51:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stadsdichter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1051</guid>
		<description><![CDATA[DAGBOEK STADSDICHTER VII &#160; Het is geworden bijna 16 september 2011. Bij het uitzoeken van gedichten voor mijn optreden op 16 september kom ik het gedicht Crèche tegen, geschreven bij de eerste commotie rond &#8216;t Hofnarretje, geplaatst in Het Parool. Het bestand is gedateerd (laatst geopend) op 14 december 2010. Volgens mij heb ik het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>DAGBOEK STADSDICHTER VII</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden bijna 16 september 2011. Bij het uitzoeken van gedichten voor mijn optreden op 16 september kom ik het gedicht Crèche tegen, geschreven bij de eerste commotie rond &#8216;t Hofnarretje, geplaatst in Het Parool. Het bestand is gedateerd (laatst geopend) op 14 december 2010. Volgens mij heb ik het gedicht in dit overzicht gemist.</p>
<p><span id="more-1051"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>CRÈCHE</p>
<p>.</p>
<p>We zijn niet veilig. Zolang we onze kinderen wegdoen</p>
<p>achter ergens een raam waarop gedrukt staat dat hier</p>
<p>eindelijk geknuffeld wordt, staat daar jouw naam</p>
<p>geschreven. Stop. Er is niets zeker in dit leven.</p>
<p>.</p>
<p>We zijn niet veilig: achter iedere ruit kan iets</p>
<p>verschrikkelijks gebeuren, achter elke deur en</p>
<p>achter ieder mens. Want we weten niet wie we zijn.</p>
<p>We leven in de wens van perfectie zoals we die</p>
<p>.</p>
<p>op televisie zien, iemand praat van achter een raam,</p>
<p>een bekend gezicht, een naam, en we weten niet wie daar</p>
<p>achter zit. Vandaag zijn we vader, geliefde, man en kind:</p>
<p>.</p>
<p>morgen barst er een beest in ons los. Misschien</p>
<p>zijn we inderdaad niet veilig. Er woont een baby</p>
<p>in ons, heilig. We leven in vertrouwen. Blind.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Goed. Ondertussen. Het gedicht Metro, dat ik graag in een metrostation had gezien, heeft het niet gehaald. Het heeft in een krantje gestaan dat geheel gewiojd is aan de werkzaamheden rond de Noord-Zuidlijn, een vriend van me die toevallig bij de Dienst werkt die de bezigheden rond die lijn coördineert, heeft er nog een intern rondschrijven aan gewaagd, daarna werd het stil. Hij analyseerde die stilte later als: &#8216;Ze hebben het niet zelf bedacht, dat er een gedicht moet komen, dus het komt er niet.&#8217;</p>
<p>Waarvan akte.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen op IJburg:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8216;Je kunt altijd opnieuw beginnen. Je kunt nog alles overdoen.&#8217; Deze twee eenvoudige regels zijn afkomstig uit een gedicht dat ik op verzoek van een groep bewoners van IJburg schreef. Men benaderde mij omdat ik nu eenmaal stadsdichter ben, en tegen de tijd dat dit project eens gerealiseerd wordt, hoogstwaarschijnlijk <em>was</em>, want we hebben ons grote moeilijkheden op de hals gehaald.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het begon ermee dat het bewonersgroepje eigenlijk niet zo&#8217;n scherp idee had, hoe dat allemaal zou moeten, een gedichtenroute door hun geliefde buurt, men dacht voornamelijk dat het wel <em>leuk</em> zou zijn en had een paar locaties in gedachten, waaronder het prachtige BLOK 4, een van de eerste gebouwen die op IJburg in gebruik genomen werd. Dat leek mij wel een uitgangspunt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dus ik heb gezegd: bemoeien jullie je er verder maar niet te veel mee, ik zorg wel dat het in orde komt, dat het echt kunst wordt. Ik benaderde Martijn Sandberg om met het gedicht aan de slag te gaan. We kwamen al snel tot de keuze voor die twee regels. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst zegde bijna 25.000 euro toe om het gedicht als kunstwerk in de openbare ruimte te realiseren. Klaar.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar dat was buiten Martijn Sandberg gerekend. Die bedacht iets verschrikkelijks, iets onhaalbaars, iets krankzinnigs. Hij ontwierp een letterbeeld op basis van het grid dat de stenen van de gesloten, gemetselde gevel vormen: iedere steen een pixel. De logische consequentie van die gedachte was vervolgens: die muur moet dus opnieuw gemetseld.</p>
<p>Juist. We gaan dus een zo goed als nieuwe, in prima staat verkerende muur afbreken om die in iets gewijzigde vorm weer op te bouwen. Dat zullen de bewoners leuk vinden. Dat vloekt prachtig met het huidige politieke klimaat. Dat is zo mooi zinloos, dat het weer zin krijgt, nee, meer nog, zin gééft. Dat kost grofweg een ton, in plaats van de vijfentwintigduizend die we ter beschikking hebben.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik heb een zwak voor onhaalbare projecten. Ooit bedacht ik een festival, duizenddichters, waar inderdaad duizend dichters ieder precies 1 minuut zouden optreden: het uitspreken van een sonnet duurt ongeveer 45 seconden. Recenter vatte ik het plan op om de koningin, bij wijze van geschenk van de Amsterdamse bevolking, bij haar abdicatie met bloemen te bestrooien: blombardement. Dus dit kan er ook nog wel bij. Omdat het die twee regels wáár maakt, letterlijk waar maakt. Je kunt altijd opnieuw beginnen. Je kunt nog alles overdoen. De pioniersgeest van de bewoners van IJburg in steen gevat. Nu nog even die ontbrekende 75.000 euro ergens vandaan halen. Iemand?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Amsterdam, 16 september 2011, F. Starik</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-vii/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>LEEST NAAST UW KRANT VRIJ NEDERLAND</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/leest-naast-uw-krant-vrij-nederland/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/leest-naast-uw-krant-vrij-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Nov 2011 10:31:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Een steek diep]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1048</guid>
		<description><![CDATA[In Vrij Nederland een kleine recensie van Bouke Vlierhuis, die Een steek diep beloont met vier sterren en concludeert: &#8216;Dit boek bevat gedichten van Starik zelf maar ook van Eva Gerlach, Neeltje Maria Min, Menno Wigman en andere topdichters, ingebed in trieste maar fascinerende inkijkjes in het leven aan de zelfkant. Stariks ironische en geestige [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In Vrij Nederland een kleine recensie van Bouke Vlierhuis, die Een steek diep beloont met vier sterren en concludeert: &#8216;Dit boek bevat gedichten van Starik zelf maar ook van Eva Gerlach, Neeltje Maria Min, Menno Wigman en andere topdichters, ingebed in trieste maar fascinerende inkijkjes in het leven aan de zelfkant. Stariks ironische en geestige stijl houdt de verslagen luchtig maar kan de grote emotionele betrokkenheid van de dichter niet verhullen.&#8217;</p>
<p><span id="more-1048"></span></p>
<p>Daar denkt Roderik Six op Knack.be heel anders over:  &#8217;De doden begraven is een werk van barmhartigheid, maar levert het ook goede literatuur op? Hoe nobel Stariks initiatief ook is, zijn teksten slagen er niet in het urbane isolement tastbaar te maken. Daarvoor is zijn taal te schutterig en te laconiek.<br />
Zelfs het verslag over een dode baby, gevonden in een plastic zak, leest als een boodschappenlijstje. Nooit wordt de lezer bij het nekvel gegrepen, nooit lopen de koude rillingen langs je rug. Meer dan uitgesponnen doodsprentjes worden de gedichten niet.&#8217;</p>
<p><strong>http://tinyurl.com/ch7brf7</strong></p>
<p>Op de site Meander wordt daar weer wat genuanceerder over nagedacht: <strong>http://tinyurl.com/c7zqvx2</strong></p>
<p>Joop Leibbrand schrijft onder andere: &#8216;Alle gedichten zijn natuurlijk puur maakwerk, in korte tijd, vaak binnen twee of drie dagen geschreven, maar ze hebben zonder uitzondering een heel speciale intensiteit. Behalve die van Starik zelf, vallen ook de gedichten van Anneke Brassinga, Neeltje Maria Min en Catharina Blaauwendraad op.<br />
Adriaan Jaeggi, aan wie het boek is opgedragen, deed op 24 december 2007 uitvaart 85. Starik zet in zijn verslag: &#8220;Jaeggi vertelt dat hij echt moe is de laatste tijd. Vermoeider dan eigenlijk nodig is, zeg maar. Hij zal misschien eens naar de dokter moeten, vindt hij zelf.&#8221; Starik memoreert het in zijn nawoord, en hij eindigt: &#8220;Een half jaar later was hij dood.&#8221; Daarmee wordt ‘dood’ meteen het laatste woord van het boek.</p>
<p>Hopelijk is het project nog een lang leven beschoren en kan Starik in zijn wat onderkoelde, gereserveerde maar altijd eerbiedige stijl verslag blijven doen. Want de doden zullen er zijn, dat is wel zeker.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/leest-naast-uw-krant-vrij-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame uitvaart nummer 136</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2011/eenzame-uitvaart-nummer-136/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2011/eenzame-uitvaart-nummer-136/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 Oct 2011 12:42:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Log]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1044</guid>
		<description><![CDATA[EENZAME UITVAART NUMMER 136 &#160; Ali Mahmood meldt: &#8216;We hebben een gezamenlijke overledene.&#8217; Meneer Biezen. Hendricus Johannes Adrianus. Geboren 23 december 1945, in Breda. Op 13 oktober 2011 om 16 uur overleden in het Boven IJ ziekenhuis, in Amsterdam Noord. Bij leven woonachtig in de Bremstraat, ook in Noord. Hoe lang meneer in het ziekenhuis [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>EENZAME UITVAART NUMMER 136</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ali Mahmood meldt: &#8216;We hebben een gezamenlijke overledene.&#8217; Meneer Biezen. Hendricus Johannes Adrianus. Geboren 23 december 1945, in Breda. Op 13 oktober 2011 om 16 uur overleden in het Boven IJ ziekenhuis, in Amsterdam Noord. Bij leven woonachtig in de Bremstraat, ook in Noord. Hoe lang meneer in het ziekenhuis gelegen heeft, weet meneer Mahmood niet, en ook niet waaraan hij is overleden. Ongehuwd, geen kinderen, dat weet Ali wel, en ook dat hij nog een broer en twee zusters heeft: &#8216;Niks mee te maken hebben, lang geen contact meer, veertig jaar, zoiets.&#8217; Ik vraag hem of hij de woning heeft bezocht. Dat heeft hij. &#8216;Niet echt, gewoon, een bende, niet prettig, weinig meubels ook. Maar dat hoeft niet in het gedicht,&#8217; vat Mahmood zijn bevindingen samen. Meneer Biezen genoot een AOW-uitkering. Net 65 geworden. Of en wat voor werk hij had, kan Mahmood niet vertellen. &#8216;Dat weet ik niet.&#8217;</p>
<p><span id="more-1044"></span></p>
<p>Er is geen testament, de melding kwam binnen via PC-uitvaartzorg. Meer krijg ik er niet uit. Als ik Hendricus Johannes Biezen googel, levert dat geen resultaten op.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hij wordt op woensdag 26 oktober begraven, om 10 uur &#8216;s morgens op St Barbara. Dichter van dienst: Sasja Janssen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Woensdagochtend. Het regent niet, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Bij de poort van de begraafplaats staan de dragers in het gelid, de uitvaartleider in het midden. Grijs, overal op zijn gezicht even kortgeknipt haar, hetzelfde haar, ik bedoel: er is geen verschil tussen hoofd- en baardhaar. Glimlachend rijd ik de erehaag door, de dragers buigen, lichten hun hoed. Op de begraafplaats tref ik de oude heer Degenkamp, lichtgebruind van zijn vakantie. Nog een ruime week voor zijn officiële afscheid. Sasja Janssen zit op een bankje. Ik wil me bij haar voegen, maar Degenkamp weerhoudt me, er is veel bij te kletsen. Dat doen we. Als ik merk dat ik mijn zakdoeken vergeten ben, volgt hij me naar de koffiekamer, waar ik de koffiedame tref, die De Telegraaf aan het lezen is. Weer buiten snuit ik mijn neus. &#8216;Loopneuzenweer,&#8217; zal Sasja Janssen even later opmerken. En dat er een filmploeg rondloopt, ergens, op de begraafplaats. Maar die kan ook alweer verdwenen zijn. &#8216;Beau van Erven Dorens,&#8217; merkt zij op, volgens mij was die erbij. &#8216;Achter de schermen,&#8217; helpt Degenkamp, &#8216;het is voor een programma dat achter de schermen heet. Ze komen bij ons achter de schermen kijken.&#8217;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Van Bokhoven arriveert, met een stagiaire. Ze vertelt dat ze mijn boek aan het lezen is. Dat heeft ze van Van Bokhoven geleend, die zorgvuldig in het midden laat wat hij zelf met het boek gedaan heeft, behalve het uitlenen. Van Bokhoven vindt dat het lekker weer is, het gaat niet regenen vandaag, zegt hij. Prompt begint het heel zacht te regenen. Sasja overhandigt de muziek die ze heeft meegenomen aan de borstelige uitvaartleider, die zijn voorkeur voor drie keer licht-klassiek niet verhullen wil. Dit is drie keer kort-klassiek, maar net iets zwaarder. We kunnen naar binnen. Elly Ameling zingt een lied van amper een minuut, dan komt Sasja naar voren, met kleine, afgepaste stapjes, het is bijna trippelen. Ze leest, beheerst, haar gedicht voor.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Liever bloemen</p>
<p>.</p>
<p>Wij moeten dringend met elkaar spreken, ik ben daarvoor ingehuurd</p>
<p>of u het nu aanstaat of niet, wij huurlingen denken in vertakkingen</p>
<p>U dwaalde vaker onder de lucht van inkt die de bloemen bevlekte</p>
<p>Dat hebben wij in ieder geval gemeen, wij lachen opgelucht in deze doodskamer</p>
<p>.</p>
<p>De nachten worden niet meer in zwart gedrukt, uw doopnamen letters</p>
<p>die u niet meer bij elkaar houden, tijd en ruimte kwellen nu anderen</p>
<p>maar nog één keer lopen wij langs papaver, ranonkel, sleutelbloem</p>
<p>naar de wangen van het havenwater</p>
<p>.</p>
<p>Wij zijn uitgesproken, of heeft u nog wat? Het is u te zoetig? U bent</p>
<p>zo anders? Wacht maar tot de grond u neemt, net als uw nacht</p>
<p>Ik geloof dat we elkaar begrijpen, laat die bloemen toch slapen</p>
<p>.</p>
<p>© Sasja Janssen</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het gedicht schuift ze opengeslagen op de kist, waar men doorgaans geneigd is het gedicht toe te vouwen, in drieën, in vieren, afhankelijk van hoe het gedicht oorspronkelijk gevouwen was. Misschien dat haar gedicht nooit gevouwen is geweest, afkomstig uit een ruim formaat tas, van een naar oranje neigend bruin, die tas, de dichter zelf is in het zwart gekomen, netjes. Bach dan, sonate in F. Adagio. Voor wie van nummers en getallen houdt: BWV 1022. Het laatste muziekstuk werd geschreven door de componist Buxtehude, nooit van gehoord. &#8216;O Herzlich lieb hab ich dich o Herr.&#8217; We kunnen naar buiten. De uitvaartleider schuift het gedicht onder een van de knoppen van de kist, draait die extra aan, zo, die zit. Aan het eind van de pad zien we de filmploeg staan. Mooi beeld. Achter de schermen. Men houdt afstand. Als de kist gedaald is, het schepje zand geworpen, we teruggelopen zijn naar de aula, zien we Beau gearmd met de jonge mevrouw Degenkamp, Jacqueline, terug naar het kantoortje lopen. Ze zwaait trots naar ons. Meneer Degenkamp vertelt dat toen zijn vader stierf, hij een bordje bij de ingang van de begraafplaats heeft gehangen: &#8216;Wegens sterfgeval gesloten&#8217;. Hij bedoelt maar te zeggen dat een begrafenisondernemer nooit vrij heeft, achter de schermen. Dat moet in dat programma dan ook tot uitdrukking worden gebracht. Zaterdag komt er een groot stuk over zijn afscheid in Het Parool, daar heeft hij dat van dat sterfgeval ook aan verteld.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>© voor het verslag: F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2011/eenzame-uitvaart-nummer-136/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>EEN LAATSTE KONTJE NAAR GOD</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/een-laatste-kontje-naar-god/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/een-laatste-kontje-naar-god/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 14 Oct 2011 12:02:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Een steek diep]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1042</guid>
		<description><![CDATA[TROUW, vrijdag 14 oktober, JOOST VAN VELZEN &#160; Schrijvers zijn observanten. Wie met F. Starik spreekt, maakt het mee in de praktijk. Op een terras in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt gaat het gesprek over de dunne scheidslijn tussen een &#8216;normaal sociaal leven&#8217; en een teruggetrokken bestaan. En dat het iedereen misschien wel kan overkomen: alleen overblijven. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div id="art_box2">
<p>TROUW, vrijdag 14 oktober, JOOST VAN VELZEN</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Schrijvers zijn observanten. Wie met F. Starik spreekt, maakt het mee in de praktijk. Op een terras in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt gaat het gesprek over de dunne scheidslijn tussen een &#8216;normaal sociaal leven&#8217; en een teruggetrokken bestaan. En dat het iedereen misschien wel kan overkomen: alleen overblijven.</strong></p>
<p><span id="more-1042"></span></p>
<p>De schrijver scant met geoefende blik het pleintje en zegt dan: &#8220;Kijk maar eens naar die man daar in dat keurige pak. Ja, die daar een toespraak staat te houden voor zichzelf.&#8221;</p>
<p>Wordt dat een eenzame dode, wil de verslaggever weten. Mogelijk, zegt Starik.</p>
<p>Je ziet ze dus bij leven al aankomen, de eenzame doden, en het is een grootsteeds verschijnsel.</p>
<p>Amsterdam telt jaarlijks tussen de vijftien en twintig mensen die als eenling de dood vinden. Te veel voor Starik alleen.</p>
<p>Hij richtte daarom een Poule des Doods op, zodat verschillende dichters (o.a. Neeltje Maria Min, Eva Gerlach, Menno Wigman, Wim Brands) afwisselend begrafenisdiensten kunnen draaien.</p>
<p>Hun woorden zorgen zo voor een waardig afscheid van de eenzame. Starik: &#8220;Maar wij willen wel graag weten wie de dode was.&#8221;</p>
<p><strong>Zou de dode ook willen weten wie u bent? Ik bedoel: Zitten eenzame doden wel te wachten op een gedicht?</strong></p>
<p>&#8220;Het is best mogelijk dat een dode het misschien niet gewild had. Maar daar staat tegenover dat bijna alle mensen bij alle grote gebeurtenissen toch dichtregels kiezen op kaartjes en in advertenties. Bij geboortes, als ze gaan trouwen en dus ook op begrafenissen. Bij de gemeentelijke dienst die de eenzame uitvaarten regelt, is het streven om de begrafenissen zo gewoon mogelijk te laten zijn. En op een gewone uitvaart wordt nu eenmaal gesproken, iets voorgedragen. We oordelen er daarbij niet over of het leven van de dode nou zielig is geweest of niet.&#8221;<br />
<strong><br />
Maar of het op prijs wordt gesteld weet u nooit<br />
</strong><br />
&#8220;Soms komt er toch nog onverwacht bezoek op een begrafenis. Die mensen zijn er altijd blij mee, ik heb het nog nooit anders meegemaakt. Het gaat uiteindelijk om de aandacht die de dode krijgt. Het verhaal dat ze is afgenomen &#8211; of dat is uitgestorven &#8211; geef je ze als dichter weer een klein beetje terug. Met het gedicht geef je ze het laatste kontje naar God.&#8221;<br />
<strong><br />
Hoe gaat u te werk? U krijgt bericht dat er een teruggetrokken persoon is overleden, en dan?</strong></p>
<p>&#8220;Dan begint dat mannetje in mijn hoofd te denken voor mij. En ik ga informatie inwinnen: die persoon googelen, naar de plek des onheils fietsen. Soms spreek je buurtgenoten of weet je wat voor kleren iemand aanhad. Of je ziet een rare sticker op de deur. Tegen de tijd dat de deadline nadert &#8211; je hebt gemiddeld vijf dagen de tijd &#8211; heeft dat mannetje in mijn hoofd dat gedicht klaar.&#8221;</p>
<p><strong>De dode blijft een onbekende. Is het moeilijk om te dichten over iemand waar u niets van weet?</strong></p>
<p>&#8220;Het paradoxale is: soms weet je juist teveel van een dode. Dan heeft alles al uitgebreid in de krant gestaan. Dat komt het gedicht niet altijd ten goede.&#8221;</p>
<p><strong>Maar te weinig weten is ook niet goed.</strong></p>
<p>&#8220;Niets weten heeft een curieus aspect. Het leidt er soms in een gedicht juist toe dat je de werkelijkheid benadert. Je hoort dat de dode onderhuurder was en daar bedenk je dan een leven bij dat later blijkt te kloppen. Toch moet je altijd iets weten van de dode. Neem het verhaal van die overleden baby. Een pasgeboren baby die in het Noordhollands Kanaal was gevonden. Omdat de politie hoop had dat de moeder zich nog zou melden, en ook om te voorkomen dat er valse meldingen zouden binnenkomen, wilde zij niet bekend maken of het babylijkje een jongetje of een meisje was. Maar Neel (Neeltje Maria Min, JvV) was de dichter van dienst en zij wilde weten of de baby een jongen of een meisje was. Daar ben ik toen achteraan gegaan. Met succes, gelukkig; als je zoiets cruciaals niet weet kun je geen goed gedicht maken, dan blijft het een soort pop. Dan weet je ook niet of je een roze of blauwe hortensia moet meenemen.&#8221;</p>
<p><strong>Waar moet het eenzame uitvaartgedicht aan voldoen?</strong></p>
<p>&#8220;Ik ben in de eerste plaats dichter dus ik vind het belangrijk dat de gedichten die worden voorgedragen goed zijn. Wat precies goed is? Daar kun je niks algemeens over zeggen. Ik ben er in ieder geval erg streng in. Ik wil geen gerommel aan het graf. Wat de dichter wellicht helpt, dat is: zorg dat je eerst een &#8216;goede dood&#8217; hebt meegemaakt. De dood van mijn opa &#8211; van wie ik zielsveel hield &#8211; was voor mij een goede dood. Ik was twaalf. We hielden elkaars hand vast, er waren tranen maar er was ook berusting. Het was goed zo.&#8221;</p>
<p><strong>Geeft het onderwerp dit genre een literaire meerwaarde?</strong></p>
<p>&#8220;Veel van de voorgedragen gedichten staan ook in de bundels van de dichters van dienst. Dat zegt wel iets. De laatste woorden voor iemand dichten, dat is een aangrijpende en eervolle opdracht. En er is weinig tijd; de dichter moet dus alles geven wat ie in zich heeft. Je moet bovendien bedenken dat iemand bij die laatste woorden voor het laatst met &#8216;jij&#8217; wordt aangesproken. Daarna wordt het hij of zij.&#8221;<br />
<strong><br />
&#8220;Ik ga ermee door tot ik zelf doodga.&#8221;</strong></p>
<p>VOOR JOU</p>
<p>Die altijd door water omgeven</p>
<p>altijd gedreven heeft</p>
<p>maar even geleefd</p>
<p>Wie heeft in jouw ogen gekeken</p>
<p>jouw trekken gelezen</p>
<p>vergeving gesmeekt</p>
<p>Wie heeft zich naar buiten begeven</p>
<p>het plasticzak-scheepje</p>
<p>een zetje gegeven</p>
<p>Wie heeft één, twee, drie,</p>
<p>in godsnaam! gezegd</p>
<p>Dat je ontstaan was, bestaan wou</p>
<p>was niet jouw fout</p>
<p>Naamloos, onschuldig</p>
<p>dood in de Buiksloot</p>
<p>nul dagen oud.</p>
<p>In godsnaam rust zacht</p>
<p>rust zacht zacht zacht</p>
<p>In de naam van je vader</p>
<p>en je moedertje:</p>
<p>rust zacht</p>
<p>(Neeltje Maria Min)</p></div>
<div>
<div>
<div><a title="Mail een vriend(in)" href="http://www.trouw.nl/tr/mailFriendForm.do?language=nl&amp;componentId=2967129&amp;componentUrl=%2ftr%2fnl%2f4512%2fCultuur%2farticle%2fdetail%2f2967129%2f2011%2f10%2f14%2fHet-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml"><img src="http://www.trouw.nl/tr/images/buttons/button_mail.gif" alt="mailIcon" width="16" height="16" align="absmiddle" /></a><a title="Printversie" rel="nofollow" href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/2011/article/print/detail/2967129/Het-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml"><img src="http://www.trouw.nl/tr/images/buttons/button_print.gif" alt="print" width="16" height="16" align="absmiddle" /></a><a title="toevoegen aan favorieten" href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2967129/2011/10/14/Het-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml#"></a>|<a title="deel dit artikel op facebook" href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2967129/2011/10/14/Het-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml#"></a><a title="deel dit artikel op twitter" href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2967129/2011/10/14/Het-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml#"></a><a title="deel dit artikel op hyves" href="http://www.addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;winname=addthis&amp;pub=orange&amp;source=tbx-250&amp;lng=nl&amp;s=hyves&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.trouw.nl%2Ftr%2Fnl%2F4512%2FCultuur%2Farticle%2Fdetail%2F2967129%2F2011%2F10%2F14%2FHet-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml&amp;title=Het%20gedicht%20als%20laatste%20kontje%20naar%20God%20-%20Cultuur%20-%20TROUW&amp;ate=AT-orange/-/-/4e9822d053798ecc/1&amp;frommenu=1&amp;uid=4e9822d07992fbf5&amp;ct=1&amp;ui_cobrand=%3Cimg%20src%3D%22%2Ftr%2Fimages%2Flogos%2Ftr_logo_mini.gif%22%3E&amp;pre=http%3A%2F%2Ft.co%2FKW9GrwSW&amp;tt=0" target="_blank"></a><a title="deel dit artikel op linkedIn" href="http://www.addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;winname=addthis&amp;pub=orange&amp;source=tbx-250&amp;lng=nl&amp;s=linkedin&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.trouw.nl%2Ftr%2Fnl%2F4512%2FCultuur%2Farticle%2Fdetail%2F2967129%2F2011%2F10%2F14%2FHet-gedicht-als-laatste-kontje-naar-God.dhtml&amp;title=Het%20gedicht%20als%20laatste%20kontje%20naar%20God%20-%20Cultuur%20-%20TROUW&amp;ate=AT-orange/-/-/4e9822d053798ecc/2&amp;frommenu=1&amp;uid=4e9822d01245dbb8&amp;ct=1&amp;ui_cobrand=%3Cimg%20src%3D%22%2Ftr%2Fimages%2Flogos%2Ftr_logo_mini.gif%22%3E&amp;pre=http%3A%2F%2Ft.co%2FKW9GrwSW&amp;tt=0" target="_blank"></a><a href="http://www.addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;pub=orange"></a>|</div>
</div>
</div>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/een-laatste-kontje-naar-god/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Avonden</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/de-avonden/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/de-avonden/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Oct 2011 08:39:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Een steek diep]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1039</guid>
		<description><![CDATA[F. Starik wandelt met Jeroen van Kan over De Nieuwe Ooster begraafplaats, voorafgaand aan de presentatie van Een steek diep. De gehele aflevering van De Avonden is hier na te luisteren, het gesprek met Starik begint ongeveer na een half uur: http://programma.vpro.nl/deavonden/afleveringen/2011/10/12102011.html &#160; +]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>F. Starik wandelt met Jeroen van Kan over De Nieuwe Ooster begraafplaats, voorafgaand aan de presentatie van Een steek diep.</p>
<p><span id="more-1039"></span></p>
<p>De gehele aflevering van De Avonden is hier na te luisteren, het gesprek met Starik begint ongeveer na een half uur:</p>
<p>http://programma.vpro.nl/deavonden/afleveringen/2011/10/12102011.html</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/de-avonden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>EEN STEEK DIEP op AT5</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/een-steek-diep-op-at5/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/een-steek-diep-op-at5/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 08 Oct 2011 09:28:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Een steek diep]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1037</guid>
		<description><![CDATA[http://www.at5.nl/artikelen/69379/boek-voor-eenzame-begrafenissen]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>http://www.at5.nl/artikelen/69379/boek-voor-eenzame-begrafenissen</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/een-steek-diep-op-at5/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

