<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>starik</title>
	<atom:link href="http://www.starik.nl/wp/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.starik.nl/wp</link>
	<description>Just another WordPress weblog</description>
	<lastBuildDate>Thu, 26 Apr 2012 08:59:22 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>EENZAME UITVAART NUMMER 143</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-143/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-143/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 05 Apr 2012 14:08:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Log]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1086</guid>
		<description><![CDATA[EENZAME UITVAART NUMMER 143 I.M. Pieter Michael Heinemann donderdag 5 april, 9 uur, begraafplaats St. Barbara dichter van dienst: Neeltje Maria Min &#160; Ali Mahmood meldt het overlijden van Pieter Michael Heinemann, geboren op 6 februari 1953 in Düsseldorf, Duitsland, overleden op 26 maart 2012 in verpleeghuis Sint Jacob. Hij is getrouwd geweest, lang geleden, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>EENZAME UITVAART NUMMER 143</p>
<p>I.M. Pieter Michael Heinemann</p>
<p>donderdag 5 april, 9 uur, begraafplaats St. Barbara</p>
<p><span id="more-1086"></span></p>
<p>dichter van dienst: Neeltje Maria Min</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ali Mahmood meldt het overlijden van Pieter Michael Heinemann, geboren op 6 februari 1953 in Düsseldorf, Duitsland, overleden op 26 maart 2012 in verpleeghuis Sint Jacob. Hij is getrouwd geweest, lang geleden, en al spoedig weer gescheiden. Volgens het bevolkingsregister trouwde hij op vijftienjarige leeftijd, en had hij zijn scheiding op zijn achttiende al achter de rug. Hij bewoonde een zolderkamer op de Warmoesstraat, tot aan zijn opname in Sint Jacob, en was werkzaam als kok. Er is een broer in Duitsland, die wordt nog gezocht, weet meneer Mahmood. Neeltje Maria Min is dichter van dienst. Zij belt met het verpleeghuis, waar men weet te vertellen dat hij werd opgenomen na een infarct en daarnaast alvleesklierkanker had, in een terminale fase.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bij de uitvaart van dinsdag informeer ik bij meneer Kiewik of de broer al gevonden is.</p>
<p>Dat is hij niet, of wel, meent Kiewik, in ieder geval zal hij niet komen, donderdag. Dan wordt het donderdag. IJskoud en grijs, dat is het, deze morgen. Als ik op de begraafplaats aankom zitten meneer Mahmood, mevrouw Min en een mij onbekende meneer op een rijtje in de koffiekamer. We schudden handen. De meneer stelt zich voor als Wim. Hij vertelt erbij dat hij eigenlijk Willem heet. Een vriend, de enige vriend van Mits. Zoals Willem liever Wim wordt genoemd, zo noemde hij Pieter Michael dus Mits. &#8216;Ik deed boodschappen voor hem,&#8217; vertelt hij. Ze leerden elkaar kennen toen Mits nog als kok werkte, in zo&#8217;n backpackershotel, in de Warmoesstraat, daar kon je in de kelder goedkoop eten. En toen hij niet meer kon werken, is Wim hem blijven opzoeken. &#8216;Ik ben ooit begonnen als ziekenbroeder,&#8217; vertelt Wim, &#8216;dus dat zorgen heeft er bij mij altijd ingezeten.&#8217; Maar als broeder moest je in zo&#8217;n witte jurk rondlopen, daarom was hij uiteindelijk trucker geworden. Kon je tenminste je gewone kloffie bij aanhouden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Mits woonde in een heel klein kamertje, op zolder, eigenlijk meer een berghok, met één piepklein raampje, waardoor nauwelijks zonlicht binnendrong. Boven zijn bed had hij een zonnehemel geïnstalleerd, ter compensatie. Maar daardoor kon Wim, als hij op bezoek kwam, dus niet op het bed zitten. Het moest nog een hele tour zijn om je in dat bed te wurmen. Mits zat zelf op de enige leunstoel die zijn kamer rijk was, hij zat daar altijd, hij zat eigenlijk alleen nog maar. En hij rookte, zware shag, en dronk, halve liters, en at, en dijde uit. En Wim ging dan op zo&#8217;n plastic krukje zitten, dat men doorgaans in de keuken als opstapje gebruikt. Onder dat krukje stond de emmer, die Mits gebruikte om zijn gevoeg te doen &#8211; het toilet was helemaal beneden, en daar had Mits een half uur werk aan, de trap af en weer helemaal op. Hij bleef liever boven zitten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De dragers hebben zichtbaar moeite met het gewicht van de kist. Een nieuwe uitvaartleidster stelt zich aan ons voor. Ze is in haar eigen auto achter de lijkwagen aan gereden. Chique vrouw, rijzige gestalte. Zorgvuldige dictie. Ze vraagt of Wim wil spreken, naast de dichteres, wier naam ze op haar formulier noteert, Neeltje, Maria, Min. En ja, dat Maria moet ertussen. Dus uw achternaam is Min. En niet Mariamin. Wim moet erover nadenken of hij wil spreken, zegt hij, want hij heeft niets ingestudeerd. Bij het overlijden van zijn vader had hij ook gesproken. Maar dat had hij van tevoren allemaal eerst opgeschreven. De uitvaartleidster zet zijn naam er toch bij, op haar lijstje. Wim. &#8216;En wat is uw achternaam?&#8217; &#8216;Die kan ik zelf niet eens uitspreken. Een Indonesische naam, en ik ben nooit in Indonesië geweest.&#8217; Hij doet het voor, hoe zijn naam ongeveer gaat. De uitvaartleidster laat het erbij. Wim dan maar.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De muziekkeuze is bepaald op drie keer licht-klassiek, we treden binnen op de klanken van de Peer Gynt Suite. Als die is uitgeklonken neemt de uitvaartleidster het woord, vertelt dat we in dit kleine gezelschap de heer Heinemann zullen gedenken met woorden en muziek. &#8216;Nu zal eerst Neeltje Maria Min een gedicht voorlezen.&#8217; Neel komt naar voren, zet haar leesbril op en leest haar woorden voor.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>KOK VAN BEROEP</p>
<p>.</p>
<p>Geboren in wat hier een rampjaar was.</p>
<p>Met negenenvijftig jaren voor de boeg,</p>
<p>waarin gebeuren moest wat iedereen gebeurt:</p>
<p>ouderlijk huis, school, straat en kroeg,</p>
<p>het kiezen voor een vrouw en een beroep.</p>
<p>.</p>
<p>Dat deed je, zij het wel wat vroeg.</p>
<p>Je bent in Gustorf &#8211; plaats die als</p>
<p>gestorven klinkt &#8211; getrouwd.</p>
<p>Je was als vijftienjarig kind</p>
<p>in één klap oud. Na drie jaar kwam je vrij.</p>
<p>.</p>
<p>We zien u terug als kok in Amsterdam.</p>
<p>We zeggen u en meneer Heinemann.</p>
<p>U antwoordt niet. Bent u al ziek?</p>
<p>U roert traag in de soep en staart</p>
<p>alsof u daarin uw verleden ziet.</p>
<p>.</p>
<p>U hebt uw koksmuts afgezet,</p>
<p>uw messen ingeleverd. U hebt</p>
<p>geen wapens meer. U ligt in bed.</p>
<p>U denkt te genezen,</p>
<p>de ziekte weet beter.</p>
<p>U trekt de dood</p>
<p>als een dekentje</p>
<p>over u heen.</p>
<p>.</p>
<p>(C) Neeltje Maria Min, 5 april 2012</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als Neeltje is uitgesproken, haar bril heeft afgezet, stil voor de kist heeft gestaan, klinkt De stervende zwaan op, van Saint-Saens, ook mooi. Dan kondigt de uitvaartleidster Wim aan. Hij gaat wijdbeens bij de katheder staan en richt zich tot Mits. Hij memoreert hen samen op dat kleine kamertje, boven die luidruchtige straat, de goede jaren en ook de tijden dat het minder ging, en dat hij Mits helaas niet meer in Sint Jacob heeft kunnen bezoeken, omdat er geen geld was voor de bus. Jammer. Hij spreidt zijn armen in een hulpeloos gebaar, knikt dan naar de kist, gaat ervoor staan en buigt nog eens. Dan zet hij zich terug in zijn bankje. En klinkt het laatste muziekstuk op. Even later wandelen we de kou in, naar zijn laatste rustplaats.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de koffiekamer praten we lang na. Wim vertelt honderduit, over zijn familie, zijn jaren als trucker, en dat hij nu &#8211; als drieënzestigjarige &#8211; niet meer aan de bak komt, hoe saai het is, te moeten wonen in Hoofddorp, dat hij graag een toespraak had voorbereid, en dat hij dan natuurlijk niet in zijn dagelijkse kloffie was gekomen maar met een mooi pak aan, en met een echte hoed op, in plaats van het petje dat hij nu droeg, een zwart petje met  het opschrift: NY GIFT. Dat hij wel een half uur zou kunnen spreken. Wij geloven dat. Hij weet dat Mits ooit getrouwd was, hij heeft wel eens foto&#8217;s van zijn vrouw gezien, een Italiaanse, maar hij gelooft niet dat Mits op vijftienjarige leeftijd al trouwde: dan had hij dat er heus wel bij verteld. &#8216;Zo staat het in het Bevolkingsregister,&#8217; zegt Ali, &#8216;dus voor ons zijn dat de feiten.&#8217;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tegen half elf neemt de oude heer Degenkamp, die de uitvaart heeft begeleid, nadrukkelijk afscheid: er staat een volgende uitvaart gepland. Onze tijd is om. Buitengekomen vraagt Wim wie van ons met de auto is gekomen, dan kan hij misschien stukje meerijden. Maar Neel is lopend, ik heb alleen een fiets. En meneer Mahmood is al vertrokken. &#8216;Ik heb niet eens een rijbewijs,&#8217; beken ik. &#8216;Ik ook niet,&#8217; vult Neel aan. Daar kan Wim wel om lachen. Dan maar weer de bus. Terug naar Hoofddorp, of nog even de stad in.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>(C) voor het verslag: F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-143/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>EENZAME UITVAART NUMMER 142</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/1081/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/1081/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 04 Apr 2012 09:05:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Log]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1081</guid>
		<description><![CDATA[EENZAME UITVAART NUMMER 142 I.M. Helena Aaltje van Zandbergen dinsdag 3 april 2012, 14 uur, begraafplaats St. Barbara dichter van dienst: Jannah Loontjens &#160; Ali Mahmood staat woensdagochtend vroeg, eind maart, op mijn antwoordapparaat, met de gegevens van mevrouw Van Zandbergen en hij vertelt erbij dat hij na de lunch weer telefonisch bereikbaar is. Na [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>EENZAME UITVAART NUMMER 142</p>
<p>I.M. Helena Aaltje van Zandbergen</p>
<p>dinsdag 3 april 2012, 14 uur, begraafplaats St. Barbara</p>
<p><span id="more-1081"></span></p>
<p>dichter van dienst: Jannah Loontjens</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ali Mahmood staat woensdagochtend vroeg, eind maart, op mijn antwoordapparaat, met de gegevens van mevrouw Van Zandbergen en hij vertelt erbij dat hij na de lunch weer telefonisch bereikbaar is. Na de lunch: dan ben ik in Arnhem om les te geven. Ik schrijf de gegevens die op band verstrekt zijn op een kladblok en steek dat in mijn tas. Ik zal dan onderweg wel gaan bellen. Mevrouw woonde in de Epicurusstraat, daar werd ze gevonden, op 16 maart. Ze heeft lang op de woning gelegen. Tenminste een paar weken. Daar werd ook een dode kat aangetroffen. Daar moet een dichter wat mee kunnen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Jannah Loontjens neemt op. Ja, daar zal ze wel wat mee kunnen. Ik vraag haar Ali Mahmood nog maar eens te bellen, misschien weet hij meer en dan weet hij in ieder geval dat de boodschap is doorgekomen. Van Bokhoven heeft vakantie, dus hij staat er alleen voor. Jannah belooft dat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het wordt dinsdag. Ik fiets in een voorzichtig zonnetje door een levensbejahend Westerpark naar de begraafplaats. De magnolia&#8217;s bloeien zo uitbundig als alleen magnolia&#8217;s dat kunnen, de treurwilg is al uitgelopen, andere bomen tonen een voorzichtig waas van teder groen, het is allemaal prachtig. Bij de poort staan acht dragers opgesteld: mevrouw had geld. Ik ga binnen door hun erehaag. We lachen er allemaal om, traditiegetrouw. Hoed in de hand.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de aula zie ik de jonge meneer Degenkamp toebereidselen treffen. Ik overhandig hem de cd die ik heb meegebracht: Case Mayfield. Nummer drie, wijs ik. &#8216;I don&#8217;t know I don&#8217;t&#8217;</p>
<p>In het uur voorafgaand aan de uitvaart wist ik, dat dit het lied zou moeten zijn dat op het gedicht van Jannah zou moeten volgen: ze had het me tevoren al opgestuurd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Daar is de lijkwagen, gevolgd door de witte dienstauto van chef Kiewik, en daar komt ook Jannah Loontjens de begraafplaats op schrijden. Weinig mensen kunnen zo fraai lopen. We kijken hoe de kist wordt uitgeladen, het is een mooie, dure kist met koperbeslag, het bloemstuk is gevuld met orchideeën. &#8216;We staan verkeerd op de wind,&#8217; merkt Kiewik op. &#8216;Ook al ben ik verkouden.&#8217; We ruiken het. Wie eenmaal de geur van ontbinding opsnoof, vergeet dat nooit meer. Als de kist naar binnen is gedragen blijft de chauffeur nog een tijdje staan kletsen, de deuren van zijn auto wijd open. De uitvaartleider vertelt dat hij zijn leven lang niets heeft kunnen ruiken. Of dat een handicap is, weet hij niet. &#8216;Als je nooit hebt kunnen ruiken, weet je ook niet wat je mist,&#8217; stelt hij gelaten vast. Voor dit moment beamen we dat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We staan in een iets te wijde kring om de chauffeur geschaard, tot deze zijn deuren sluit en zegt dat de boel zo wel voldoende is doorgelucht. Hij vertrekt. En wij gaan beginnen.</p>
<p>Ik leg de uitvaartleider uit dat ik een lied heb meegebracht, dat na het gedicht moet klinken. Hij heeft zelf ook muziek meegenomen. &#8216;Ik begin altijd met Morgenstimmung.&#8217;</p>
<p>Maar het is goed. Dan besluiten we met het Air van Bach.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We beluisteren de ochtendstemming, deze middag. Dan komt Jannah naar voren. Ze vertelt kort wie we wegbrengen. Dan steekt ze van wal.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Laatst in de Epicurusstraat</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>U woonde in een straat vernoemd naar een man</p>
<p>die persoonlijk geluk als hoogste goed zag.</p>
<p>Maar wat zegt dat? U stierf onopgemerkt</p>
<p>alleen met uw kat. Misschien sliep zij</p>
<p>.</p>
<p>op uw schoot nadat u overleed, likte aan uw oor</p>
<p>of oog in de hoop dat het zou kijken. Of zij begreep</p>
<p>zoals geen mens in uw omgeving deed</p>
<p>dat u verdwenen was. De kleinste hoop op genot</p>
<p>.</p>
<p>voor altijd achter u. Geen aai geen woord geen lach.</p>
<p>Niemand weet wat uw kat zag in de dagen</p>
<p>weken voordat ook zij bezweek in datzelfde huis</p>
<p>dezelfde straat, waar u nog altijd lag.</p>
<p>.</p>
<p>We weten niets. Niet van u niet van de kat</p>
<p>niets van geluk of van de dood. Niets dat ons</p>
<p>kan binden of juist scheiden. Het enige dat ik</p>
<p>zeggen kan: ook ik ben vrouw en ook ik hou</p>
<p>net als u van katten.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>(C) Jannah Loontjens</p>
<p>Amsterdam, 3 april 2012</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de aanloop naar de uitvaart spitste de discussie zich toe op de eindregels van het gedicht, waar zij opzichtig het voor de hand liggende halve eindrijm laat lopen, waar ik voor de verleiding zou zijn bezweken, in deze geruststellende wereld. Een vrouw die net als u van katten houdt. Jannah vond dat Sinterklazerig. En dan geeft Case Mayfield dus antwoord. &#8216;Where did all the good things. Where did all nice things.&#8217; En de sweet, de great, de neat, de right things. En dat weet hij dan dus niet. Hij stelt dezelfde vraag nog diverse malen. &#8216;Where did all the good folks.&#8217; En dat weet je dan dus niet.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een van de dragers heeft er hoorbaar plezier aan, zit met vinger of voet de maat van de muziek mee te tikken. Ik moet obsessief slikken, in de hoop een hoest te vermijden, een hoest die ik hoop te onderdrukken terwijl de dienst loopt. De amateurdrummer moet ook hoesten, dat kan er nog wel bij. Iemand komt de aula binnen en verlaat deze ook weer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We kijken allemaal achterom en maken van de gelegenheid gebruik om eens flink uit te kuchen. Iemand kraakt met een folie waar wel hoestsnoepje achter verborgen zal zitten. Onder Het Air wordt het weer stil, tot de uitvaartleider aangeeft dat het tijd is om te vertrekken &#8211; de dragers stommelen uit hun bankje, buigen voor de kist, de jonge meneer Degenkamp komt achter het gordijn tevoorschijn, de uitvaartleider mompelt: &#8216;Heren. Alstublieft.&#8217; De kist wordt uit de aula gedragen en buiten aangekomen geschouderd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De dingen gaan zoals ze moeten gaan. Vlakbij de plek waar mevrouw Van Zandbergen haar laatste rustplaats vindt treffen we een eenvoudig houten bordje met in handgeverfde letters de naam Marco van Moock erop. &#8216;Wie is dat ook alweer,&#8217; vraag ik mij hardop af. Pas thuis herinner ik het me weer: het is de man die we voor Helena Aaltje hebben weggebracht, eind februari, geloof ik. De kist zakt, er worden schepjes zand geworpen, we wandelen terug naar de koffiekamer, kletsen wat. Over de documentaire, die over ons in de maak is, wat we daarmee aanmoeten. Hoe we die ellende oplossen. We lossen de ellende op.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kiewik vertelt wat er allemaal aan de woning van mevrouw Van Zandbergen was te zien. Enorm veel rotzooi. De kat was in de gang gevonden, die eerst, met een kam ernaast, waaruit je van alles zou kunnen concluderen. Het zou heel goed kunnen dat de kat eerder dood was dan mevrouw zelf, bijvoorbeeld, speculeert Kiewik. In de kamer een leeggehaalde boekenkast. In een andere kamer de boeken, hoog opgetast. Vuilnis. Lege pizzadozen, bakjes van de Chinees. Kiewik vertelt dat Mahmood, die mee was op huisbezoek, eenmaal buiten, aan zijn verbijstering over de totale eenzaamheid die de woning ademde lucht gaf. Jannah vertrekt om haar kinderen van school te halen. Bij het afscheid geeft de koffiejuffrouw ons allemaal een hand. &#8216;We kennen elkaar nu toch ook alweer een paar jaar,&#8217; verklaart ze. De oude meneer Degenkamp komt ook nog een handje geven. Hij vraagt of alles goed gaat. Ik zeg dat alles goed gaat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We zien ondertussen toe hoe de koffiejuffrouw in een cabriolet plaatsneemt. Als ze is ingestapt, gaat de kofferbak open, stijgt het dak op en wordt ingevouwen, om tenslotte in de kofferbak te verdwijnen. Ook die sluit zich weer. Druk nu op start.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>(C) voor verslag: F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/1081/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>AGENDA 2012</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-agenda/2012/agenda-2012/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-agenda/2012/agenda-2012/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Feb 2012 10:43:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1076</guid>
		<description><![CDATA[16 januari: jury Festina Lente 22 januari: OBA, met Ramsey Nasr en Joke van Leeuwen 24 januari: 10 jaar Awater, Stadsschouwburg 27 januari: afscheid stadsdichter, Sugar Factoy, Verse Beats 2 17 februari: Nur Literatur, Rotterdam, met Charlotte Mutsears, Jan van Mersbergen 4 maart: café Tabac 13 maart: Boekenbal 16 maart, Zutphen, met oa Raymond van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>16 januari: jury Festina Lente</p>
<p>22 januari: OBA, met Ramsey Nasr en Joke van Leeuwen</p>
<p>24 januari: 10 jaar Awater, Stadsschouwburg</p>
<p><span id="more-1076"></span></p>
<p>27 januari: afscheid stadsdichter, Sugar Factoy, Verse Beats 2</p>
<p>17 februari: Nur Literatur, Rotterdam, met Charlotte Mutsears, Jan van Mersbergen</p>
<p>4 maart: café Tabac</p>
<p>13 maart: Boekenbal</p>
<p>16 maart, Zutphen, met oa Raymond van het Groenewoud</p>
<p>17 maart: voorlezen in boekhandel Van Pampus, 13 uur</p>
<p>21 maart, Haarlem, Openbare Bibliotheek, 20 uur, over vriendschap, ism Vrouwkje Tuinman</p>
<p>27 maart, Balie, voetlicht i.sm. VPRO de Avonden, radio 6, Vrouwkje Tuinman, Wim de Bie</p>
<p>8 april: Hemelbestormers, KRO radio, boekpresentatie</p>
<p>14 april, Rode Hoed, 2 minuten festival</p>
<p>15 april, Lege Zondagen, 16-17 uur F. Starik te gast in Het Parooltheater</p>
<p>20-21 april: selectiedagen ARTEZ Arnhem, Creative Writing, 10-16 uur</p>
<p>28 april, Breda, MOTI-Museum</p>
<p>4 mei: Theater na de Dam: dodenherdenking in de Melkweg, 21 uur, met Menno Wigman, Judith Herzberg, Grimbert Rost van Tonningen, F.Starik &amp; Eddie Kuijpers</p>
<p>6 mei: dodenherdenking in de Portugese Synagoge</p>
<p>7 mei: opname Cultura-tv</p>
<p>29 mei: Doperscafé, met Marjolijn van Heemstra</p>
<p>3 juni: Salon van Hest</p>
<p>24 mei: bundelpresentatie Gerry van der Linden, Wat een geluk, Perdu.</p>
<p>23 juni: Afterlife</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-agenda/2012/agenda-2012/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>EENZAME UITVAART NUMMER 141</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-141/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-141/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 13:48:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Log]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1072</guid>
		<description><![CDATA[EENZAME UITVAART NUMMER 141 &#160; I.M. Marco van Moock begraafplaats St. Barbara, dinsdag 21 februari 2012, 10 uur &#8216;s morgens dichter van dienst: F. Starik &#160; Marco van Moock werd geboren in Stuttgart op 16 juli 1964. Hij was ongehuwd, geen kinderen, geen familie, in Nederland niet en in Duitsland niet. Marco had de Nederlandse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>EENZAME UITVAART NUMMER 141</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>I.M. Marco van Moock</p>
<p>begraafplaats St. Barbara, dinsdag 21 februari 2012, 10 uur &#8216;s morgens</p>
<p><span id="more-1072"></span></p>
<p>dichter van dienst: F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Marco van Moock werd geboren in Stuttgart op 16 juli 1964. Hij was ongehuwd, geen kinderen, geen familie, in Nederland niet en in Duitsland niet. Marco had de Nederlandse nationaliteit, maar hij staat hier nergens ingeschreven. Stuttgart, een industriestad in het zuiden van Duitsland, Mercedes Benz komt er vandaan, en Porsche, de filosoof Georg Hegel. In 1988 won PSV er de Europacup.</p>
<p>Hij werd in een benedenwoning aan de Rombout Hoogerbeeststraat, die hij deelde met vier anderen, net als hij &#8216;gebruikers&#8217;, drugsverslaafden dus, door de politie gevonden op 7 februari 2012, om tien over twaalf &#8216;s middags. &#8216;Ongeveer,&#8217; vertelt Ali Mahmood die de melding doet, erbij: ongeveer om tien over twaalf dus. De politie kwam in actie naar aanleiding van een anonieme brief. &#8216;Dat weet ik verder ook niet,&#8217; vult hij ongevraagd aan, omdat hij wel aanvoelt dat dit detail aanleiding tot vragen kan geven. Een anonieme brief.</p>
<p>Een medebewoner, denk je dan. Want een lijk, dat wil je niet in huis houden. En je kunt het ook niet zelf opruimen, daar komt zeker gelazer van. Maar waarom, als huisgenoot, niet gewoon een ziekenhuis gebeld, een ambulance, de politie desnoods: gisteren deed hij het nog, en vanmorgen was hij dood. Sorry. Een brief doet er toch zeker een dag over. Daar moet dan weer een postzegel op. En al die tijd zit je er maar mee. Mahmood meldt het lichaam niet is te zien: het lichaam is verkleurd. Misschien vanwege dat gebruik, want erg lang zal hij niet dood hebben gelegen daar, tussen die vier anderen in de kleine woning in.</p>
<p>Ik bel Neeltje Maria Min, die geeft niet thuis. Wel beschikt ze over de moderne zegening van een antwoordapparaat, maar ik spreek niet in. Ik besluit dan even naar het huis te lopen, al weet ik eigenlijk al precies wat ik zal krijgen te zien: een wat stille, onopvallende straat bij mij in de buurt. Ik kom er dikwijls langs gefietst. Tegenover het huis een armoedige snackbar, die, hoe toepasselijk, in junkfood doet. Maar op <em>Googlemaps</em> oogt de woning keurig, al zijn de witte gordijnen zorgvuldig toegeschoven. Zou ik ook doen, als ik in een benedenhuis woonde. Ik wil ook niet voordurend gezien worden terwijl ik lief zit te typen, in mijn kamerjas door mijn woning scharrel.</p>
<p>Het  huis is er niet op vooruitgegaan sinds Google langskwam, al van enige afstand zie ik dat de nette gordijnen vervangen zijn door ooit kleurige lappen, die voor de ramen zijn geprikt. Voor een raam prijkt een gouden kikker, alsmede een deels uit zijn omlijsting gevallen aquarel van iets wat als een tempel zal zijn bedoeld, en een exemplaar van de Bhagavad Gita, het wereldverzakende heilige geschrift. De voordeur is met een hangslot vergrendeld, kennelijk zijn ook de overige bewoners vertrokken, vrijwillig of gedwongen. Ook de omliggende woningen tonen sporen van tijdelijke bewoning, kraak of anti-kraak; spaarzaam en voorlopig gemeubileerd, kozijnen in staat van ontbinding. Bij snackbar Michael hangt, erg optimistisch voor de tijd van het jaar, een grote rode OLA-vlag buiten, tot op de draad versleten. Binnen eet een man een donker uitgevallen bak patat. Die Michael weet hoe een man zijn patat lust.</p>
<p>Dinsdagochtend, bewolkt, waterkoud. Tien over half tien kom ik gelijk met Ali de begraafplaats opfietsen, juist achter de lijkwagen aan, die vroeger dan gebruikelijk is. &#8216;Druk, onderweg zeker,&#8217; veronderstelt Ali. Ik overhandig de cd die ik heb meegebracht aan de uitvaartleider: Leonard Cohen, <em>Old Ideas.</em> Nummer 5, nummer 3, nummer 7, in die volgorde, wijs ik. Om tien uur precies komt de uitvaartleider ons halen. &#8216;Heren,&#8217; zegt hij. Mahmood gaat op rechts zitten, tweede rij. Ik schuif op links de eerste rij in. Evenwicht, al zitten we nu eigenlijk verkeerd om. De dragers staan achter in de zaal. Leonard zingt, plechtig. &#8216;It&#8217;s a shame and it&#8217;s a pity. I know you can&#8217;t forgive me but forgive me anyhow.&#8217; <em>The ending got so ugly.</em> Dan sta ik op, buig voor de kist, leid mijn gedicht in met wat ik van Marco weet en spreek, even traag als de oude meester, al even plechtig.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>GEEF NIET THUIS, NOOIT</p>
<p>.</p>
<p>Een man moet zich niet thuis geven,</p>
<p>nooit. Beter is het, verborgen te leven,</p>
<p>zonder dat iemand het merkt. Schuil</p>
<p>in de kerk van je belachelijke gedachten</p>
<p>.</p>
<p>in de kerk van het schamel verwachten</p>
<p>de <em>fix</em> van het moment, de man op de brug.</p>
<p>Kostverloren, je kunt niet verder, en ook</p>
<p>niet meer terug. Huil! Als slaaf geboren</p>
<p>.</p>
<p>en als slaaf gestorven. Waar je vandaan</p>
<p>kwam maken ze keiharde auto&#8217;s en hier</p>
<p>kom je naar toe om zinloos kapot te gaan</p>
<p>in een huis zonder bel en zonder jouw</p>
<p>.</p>
<p>naam op de deur. Omdat het, met of</p>
<p>zonder jou, allemaal toch wel gebeurt.</p>
<p>Nacht. Kom en ga als een dief. Niemand</p>
<p>schrijft een laatste brief. Zegt dag.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>© F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En die niemand, dat ben ik. Ik vouw mijn brief in vieren, leg even mijn hand op de kist en schuif het papier dan onder de bloemen. &#8216;Show me the place /Where you want your slave to go / Show me the place / I&#8217;ve forgotten, I don&#8217;t know&#8217; zingt Cohen, en nu ik die tekst zo noteer weet ik het weer, de cd heeft gedurig meegedraaid bij het schrijven van het gedicht. Geef niet thuis, nooit. En dan is er verzoening: <em>Come Healing</em>. &#8216;And let the heavens hear it / The penitential hymn / Come healing of the spirit / The healing of the limb.&#8217; Body, mind, reason, heart, altar, name: come healing. Zo verlaten we de aula, de jonge meneer Degenkamp die zich nog niet heeft laten zien voorop met de uitvaartleider, dan de kist, Mahmood en ik daar achter. Bij het graf wordt niet gesproken. De uitvaartleider wijst simpelweg op het tolletje, Degenkamp zet zijn stok erop en dan zakt de kist. De uitvaartleider knikt, Degenkamp schept zand, we werpen een schepje, Mahmood een, ik een, we buigen opnieuw. Als ik de uitvaartleider aankijk, zegt hij: &#8216;Zullen we dan maar een kopje koffie nemen?&#8217; Van een indrukwekkende eenzaamheid is het, van goden en mensen verlaten. Dat gaan we doen. We drinken koffie.</p>
<p>Als we afscheid hebben genomen en terug naar de fietsen lopen zegt Mahmood plotseling: &#8216;Meneer Starik, ik was een beetje boos op jou.&#8217; Ik trek mijn wenkbrauwen op. &#8216;Dat staat in uw boek,&#8217; vervolgt hij, &#8216;wacht, ik heb het op een papiertje geschreven. Ja, hier staat het.&#8217; Hij toont me een opgevouwen post-it velletje waarop in blokletters EEN STEEK DIEP geschreven staat en daaronder &#8216;die weet nooit iets&#8217;. En daar gaat het om. Die. In combinatie met weet en nooit iets. Als de mensen dat lezen zullen ze denken dat het aan zijn afkomst ligt, dat hij niks weet, dat hij daar niet op zijn plaats is. &#8216;Welnee,&#8217; zeg ik, dat is een grapje dat door het gehele boek heen speelt, dat als ik hem iets vraag er dikwijls het stellige antwoord &#8216;dat weet ik niet&#8217; volgt, met de nadruk op dat en weet. Dat weet hij wel, en ook dat ik het niet zo bedoeld heb, maar toch, hij had al een tijd naar een gelegenheid gezocht om mij dit te vertellen. Hij zegt dat ik een goede vriend ben, een kennis, een collega, hij zoekt naar een juiste typering van onze relatie. Maar toch, vindt hij: &#8216;Het staat er zo hard.&#8217; Hij vertelt erbij dat eerst Kembel, en later Kerstens, hem altijd de instructie hadden gegeven om maar niet teveel te vertellen, en dat daar nu onder Bert wat gemakkelijk over wordt gedacht. &#8216;Vroeger had ik nooit verteld dat iemand verslaafd was.&#8217; En nu wel. Dat is waar.</p>
<p>Ik zeg dat dit de dichter helpt, om zich een beeld te vormen, net zoals het fijn is om een adres te weten, dat je ergens heen kunt gaan. Dan nemen we nogmaals afscheid. Mahmood fietst in hoog tempo weg, ik volg in het trage tempo dat je van Leonard Cohen zou verwachten: &#8216;Going home / Without my sorrow / Goning home / Sometime tomorrow / Going home/ Without my burden / Going home / Behind the curtain / Going home / Without the costume / That I wore.&#8217; We laten Marco achter.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>© voor gedicht en verslag F. Starik, dinsdag 21 februari 2012</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-141/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>miekesleesclub.nl</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/2012/miekesleesclub-nl/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/2012/miekesleesclub-nl/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Feb 2012 10:02:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Pers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1067</guid>
		<description><![CDATA[F. Starik: Een steek diep &#160; Mieke van der Weij op miekesleesclub.nl &#160; F. Starik is de afgelopen twee jaar stadsdichter in Amsterdam geweest, maar al veel langer is hij vaste dichter bij de uitvaarten van eenzamen. Verlaten zielen, die dood en vervuild aangetroffen werden in hun woning; buitenlanders van wie geen enkel familielid opgespoord [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>F. Starik: Een steek diep</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Mieke van der Weij op miekesleesclub.nl</p>
<p><span id="more-1067"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>F. Starik is de afgelopen twee jaar stadsdichter in Amsterdam geweest, maar al veel langer is hij vaste dichter bij de uitvaarten van eenzamen.</p>
<p>Verlaten zielen, die dood en vervuild aangetroffen werden in hun woning; buitenlanders van wie geen enkel familielid opgespoord kan worden, soms kon hun identiteit niet eens worden vastgesteld. Ook deze mensen worden begraven of gecremeerd op kosten van de gemeente. Vaak is er helemaal niemand om hen uit te zwaaien uit dit leven. En dan komt de dichter. Die heeft speciaal een gedicht geschreven, en dat wordt door hem (of haar) voorgedragen bij de kist. Er is een hele poule van dichters die hier aan meedoen, en zeker niet de minsten. Naast Starik bijvoorbeeld Tonnus Oosterhof, verse P.C.Hooftprijswinnaar.</p>
<p>Zolang dit soort zaken nog worden georganiseerd en bekostigd, is er nog hoop voor de mensheid, is er nog beschaving.</p>
<p>In <em>Een steek diep</em> staan niet alleen gedichten die op deze manier tot stand zijn gekomen, maar ook de verhalen eromheen. Opdat deze doden niet helemaal anoniem in de aarde verdwijnen.</p>
<p>Het is een ontroerend boek, dat je niet in één keer moet uitlezen. Af en toe een verhaal, om te beseffen dat het in dit leven niet alleen gaat om geld en status. Om even stil te staan bij anderssoortige levens, die treurig geëindigd zijn.</p>
<p>En natuurlijk om stiekem te denken: blij dat het met mij niet zo gaat aflopen. Dat hoop je dan maar!</p>
<p>Starik is een fijngevoelige observator. En hij heeft naast compassie ook humor.</p>
<p>Eenzame uitvaart nummer 57 gaat over een man die drie weken onopgemerkt in zijn huis heeft gelegen. ‘zijn ontzielde lichaam moest door de brandweer uit het raam van zijn etage op driehoog worden getakeld… Het vuil in zijn huis ligt ruim een meter hoog opgetast. Dit maakt het onmogelijk de woning op de gebruikelijke wijze, door de deur, te betreden. Er huist een omvangrijke muizen- en rattenpopulatie. Gaat u ervan uit dat het lichaam hun tot voedsel heeft gediend.’</p>
<p>Eenzame uitvaart nummer 114 betreft een asielzoeker die aan een overdosis stierf in hotel Continental. We hebben gedichtendag nog maar net achter de rug, dus eentje kan wel:</p>
<p>Het einde van een droom komt soms per brief./ Er was beschikt: je kon niet blijven.// Je schreef je in bij dit hotel,/het Continental aan het Damrak./ Er was beschikt, je kon niet blijven.// Een overdosis van een droom, die had je vroeger ook genomen, /thuis, in een ander werelddeel. /Er was beschikt: je kon niet blijven.// Je woonde in je droom, voor even,/maar dit hotel is klein en druk./ Er was beschikt: je kon niet blijven.// En ergens in papieren, zwart op wit,/ is plotseling beschikt: je mag hier blijven./ Een droom ging over in een droom.</p>
<p>Toen mijn eigen vader op zijn fiets was aangereden en hij in coma in het ziekenhuis lag, moesten we besluiten om de beademing te stoppen. Daar stonden we, vier kinderen met aanhang, rond zijn bed. Ik ben nog steeds dankbaar dat we, terwijl het leven uit hem vlood, psalm 139 hebben gelezen. Het was precies wat er nodig was. Betekenisvolle woorden. In den beginne was het woord… ja dat moeten we niet vergeten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>MIEKE VAN DER WEIJ</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/2012/miekesleesclub-nl/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>DAGBOEK STADSDICHTER (SLOT)</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2012/dagboek-stadsdichter-slot/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2012/dagboek-stadsdichter-slot/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 26 Jan 2012 10:18:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stadsdichter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1062</guid>
		<description><![CDATA[DAGBOEK STADSDICHTER (SLOT) &#160; Het is geworden donderdag 26 januari 2012, gedichtendag, en heden verschijnt De daklozenkrant, de Z! dus, voor de supermarkten van Amsterdam. Met de naam van de nieuwe stadsdichter erin, en zijn eerste stadsgedicht op de achterpagina: Menno Wigman. Ik ben blij en trots dat hij het van me wil overnemen. Zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>DAGBOEK STADSDICHTER (SLOT)</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden donderdag 26 januari 2012, gedichtendag, en heden verschijnt De daklozenkrant, de Z! dus, voor de supermarkten van Amsterdam. Met de naam van de nieuwe stadsdichter erin, en zijn eerste stadsgedicht op de achterpagina: Menno Wigman. Ik ben blij en trots dat hij het van me wil overnemen. Zijn nieuwe bundel, Mijn naam is legioen, is net uit en belooft een van die zeldzame hits in het land der poëzie te worden. Dinsdagavond noemde Arie Boomsma in De Wereld Draait Door die bundel al, alsmede de dreigende avond in de Sugarfactory (wie bedenkt die namen toch?). Vrijdagavond in de Sugarfactory, dus, neem ik afscheid als stadsdichter en een dag later vlieg ik naar de zon, om een week plat te liggen op het zwarte strand van La Palma. Het is een wonder dat dat zand niet afgeeft, al verkleurt men een weinig, in de zonne, en slaapt men negentien uur per dag. Onder het mom dat men een boek leest, vanachter de zonnebril.</p>
<p><span id="more-1062"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De laatste weken van het afgelopen jaar stonden in het teken van het verzamelen van geld. Veel geld. Voor het project in IJburg, waar ik met Martijn Sandberg aan werk &#8211; en we hebben goed geboerd, het is grotendeels binnen. Voor de uitgave van de driedubbeldikke uitgave van de Z! 96 pagina&#8217;s, een driedubbeldik bewaarnummer, en dat voor twee euro. Amsterdams Fonds voor de Kunst, SLAA en stadsdeel Centrum sprongen bij. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan. 32 pagina&#8217;s zijn door de Z!-redactie ingevuld, de overige pagina&#8217;s met zoveel mogelijk gedichten, artikelen over, interviews met, een agenda, heel veel foto&#8217;s van Bianca Sistermans, die me anderhalf jaar lang op mijn tocht door de stad volgde. Vormgeving Melle Hammer. Hard werken dus. Vergaderen. Mensen over een streep trekken. Schrijf wat. Voor mij. En wel nu. Die wil dit en die juist dat. Van die moet je dit zeggen en van die mag dit juist niet, je moet dat zeggen. Voor je het weet heb je iets onvoorzichtigs gekwaakt, en de internetpolitie waakt streng over je, en inderdaad, er is uiteindelijk een onvoorzichtigheidje doorgeglipt, in die Amsterdamse Daklozenkrant, qua mest voor de schitterende plant rancune. Een indrukwekkende telefoonrekening, dat is een resultaat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik realiseer me dat ik heel wat mensen zal moeten bedanken, morgen, op 27 januari, wanneer ik afscheid neem: Jasper Henderson, mijn back-office, die me uit de wind hield waar nodig en altijd het maximale uit de opdrachten wist te slepen. Hulde. Melle Hammer, de vormgever van de bijlage in het Parool en van de Z!, hulde de redactie van Z!, hulde Bianca Sistermans, die me anderhalf jaar lang als fotograaf volgde, Daphne de Heer van de SLAA, die, onder veel meer, amSTARikdam mogelijk maakte, hulde, hulde de muzikanten van amSTARikdam, hulde Ronald Ockhuysen van Het Parool, die trouwhartig mijn gedichten plaatste en altijd antwoordde: &#8216;Dank, maestro!&#8217;</p>
<p>Hulde, Roeland Rengelink, Rini Scheffers, Denise Juthan van stadsdeel Centrum &#8211; die me voortreffelijk begeleidden en waar nodig extra geld ter beschikking stelden, hulde burgemeester Van der Laan, op wie ik zeer gesteld ben geraakt en die, waar mogelijk, de stadsdichter bijstond en behulpzaam was: hulde!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hulde ook Martijn Sandberg, met wie ik in IJburg dat werk nog hoop te realiseren, hulde Volken Beck, die de belettering voor het Kohnstammhuis ontwierp. Hulde de talloze opdrachtgevers, die me vroegen een gedicht voor hen te schrijven en van mij een rijk man maakten, hulde. En hulde tenslotte Menno Wigman, die bereid gevonden werd mij op te volgen. Iemand moet het doen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik blader even terug door mijn agenda, kom een optreden in schouwburg Concordia tegen, te Haastrecht, met de Barockpuppies, die ook aan amSTARikdam meededen, iedere donderdag kom ik mijn mijn les in Arnhem tegen, ik kom tegen dat er een koelkast werd bezorgd op het atelier waar ik na mijn terugtreden veelvuldig hoop te verblijven. Een bureau. Ik zie dat ik in de Nassaukerk met Christine Otten een clubje daklozen aanmoedigde om ook iets over Amsterdam te schrijven, ik zie dat ik jureerde in Festina Lente, veelvuldig met Melle en Bianca over de Z! overlegde, ik lees dat ik met Olivia Jaeggi voor Paradiso oefende en op tweede kerstdag daadwerkelijk samen met de tienjarige zong dat ze zestien was, bijna al zeventien, en ik zeventien, binnenkort achttien. Ik zie dat ik, ziekjes, een enkel optreden verzuimde, ik zie dat ik in het verse nieuwe jaar menige borrel mocht bijwonen; zo schreef ik op verzoek van het AFK het gedicht met de volgens de directeur van het AFK raadselachtige titel Braaf, dat bij de lezing van Hedy d&#8217;Ancona over de staat van de creatieve stad werd uitgesproken, een gelegenheid waarbij onze burgemeester hard uithaalde naar de stompzinnige bezuinigingen op kunst en cultuur, die Amsterdam hard zullen treffen: dat was nog dagen voorpaginanieuws. Niet het gedicht, maar die bezuinigingen. Als burgemeester zeg je zoiets niet, kennelijk.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>BRAAF</p>
<p>.</p>
<p>Of ik bang ben voor een toekomst</p>
<p>dat er niks te vreten valt, het vooruitzicht</p>
<p>dat mijn laatste lezer, u, van armoe sterft</p>
<p>en ook ik naar honger dorst en u vraagt</p>
<p>.</p>
<p>of er nog hoop is, en ik zeg ja, er is,</p>
<p>altijd, het moet ergens vandaan komen</p>
<p>en het wordt telkens weer vermorst, zo</p>
<p>niet vandaag, dan toch wel morgen.</p>
<p>.</p>
<p>Deze stad barst uit zijn voegen</p>
<p>van de mensen die iets willen, die iets</p>
<p>kunnen, die iets moeten. Niet van u,</p>
<p>.</p>
<p>mijn laatste lezer, nee, van zichzelf.</p>
<p>Werken, streven, scheppen, sterke mensen</p>
<p>zonder vrees, mensen zonder zorgen.</p>
<p><em> </em></p>
<p><em>.</em></p>
<p><em>Loflied op de creatieve stad van stadsdichter F. Starik ter gelegenheid van het uitspreken van de eerste staat van de creatieve stad door Hedy d’Ancona, scheidend voorzitter van de Raad van Toezicht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst op dinsdag 10 januari 2012 in Pakhuis de Zwijger Amsterdam</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p>Een paar dagen later overleed Luit Tabak aan de gevolgen van een dom verkeersongeluk in Nieuw West, wat ook weer nieuws was, omdat zij vroeger met de huidige burgemeester was getrouwd, ik kende haar vaag van het schoolplein, omdat hun kinderen op dezelfde school zaten als mijn zoon, en omdat zij betrokken was bij onder andere The One Minutes Foundation, waar ik ook wel eens wat voor doe.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>MASSA</p>
<p>.</p>
<p><em>I.M. Luit Tabak</em></p>
<p>.</p>
<p>Mensen die je kent, mensen die je best</p>
<p>had kunnen kennen. Een mevrouw die</p>
<p>op het schoolplein stond om daar haar</p>
<p>kinderen weg te brengen, op te halen</p>
<p>.</p>
<p>net als jij daar wachtte, soms met</p>
<p>iemand sprak, maar meestal in gedachten –</p>
<p>een gezicht dat je, als je het ergens anders</p>
<p>tegenkwam, in verwarring bracht.</p>
<p>.</p>
<p>Zoals je winkeliers alleen maar in</p>
<p>hun winkel snapt, daarbuiten klopt iets</p>
<p>niet. Zomaar een gezicht. Een gezicht dat</p>
<p>.</p>
<p>jaren later, zomaar ergens op een fietspad</p>
<p>fietst, je was het jaren kwijt, en dan weet</p>
<p>je het weer, en dan heb je bijna spijt.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik lees dat Festina Lente ook in het nieuwe jaar weer een maandagavond lang duurde, dat ik de bundelpresentatie van Wigman bezocht, dat ik op zondag 22 januari met Ramsey Nasr en Joke van Leeuwen te gast was in de het Theater van het Woord in de OBA, terwijl ik daaraan voorafgaand in Desmet voor een radio 2 programma, iets met hemel, mijn gedicht &#8216;wij spreeuwen&#8217; voorlas, dat Piet Römer overleed. Amsterdam zoals Amsterdam bedoeld is.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>AMSTERDAM ZOALS AMSTERDAM BEDOELD IS</p>
<p>.</p>
<p>Dag Piet, met je hoedje en je kapstok</p>
<p>en je nostalgie naar hoe het vroeger ook niet was</p>
<p>dat toffe Amsterdam met se Jordaan, se kejakkie,</p>
<p>met se rijkbepruikte hoere, die best een nummertje</p>
<p>.</p>
<p>gratis willen maken omdat jij het bent, meneer de kok</p>
<p>met c o c k in je gesellige nepcafé, omdat je op de echte</p>
<p>Wallen natuurlijk niet mag filmen, met je crew en met</p>
<p>je lampies, je Telegraafverhaal van weer iemand omgelegd</p>
<p>.</p>
<p>en jij weet toevallig wie. Je werpt je vieze hoedje</p>
<p>op de kapstok van het bureau, vertelt hoe je heet</p>
<p>spelt het voor ons en wij denken dat we iets</p>
<p>snappen maar wat? Niet. Dag Piet.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Ik lees dat ik op dinsdag 24 januari weer een tiental filmpjes inspreek voor Torpedo-Magazine, die op den duur in Het Parool worden geplaatst, waarna later die middag, voorafgaand aan de uitreiking van de Turing Poëzieprijs, het tienjarig bestaan van tijdschrift Awater wordt gevierd, met een tiental dichters die een ode schreven naar aanleiding van Nijhoff&#8217;s Lied der dwaze bijen. Daarvoor schreef ik dit.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>ONS, ACH ROEKELOZEN</p>
<p>.</p>
<p>Er zijn dichters die vanuit de taal</p>
<p>het beeld verwekken, er moeten</p>
<p>dichters zijn die in abstracties denken:</p>
<p>ik neem de trein en reis van zaal</p>
<p>.</p>
<p>tot zaal, waar ik mijn zoete woorden</p>
<p>achterlaat, dan vlug terug naar huis, kedeng</p>
<p>kedeng weer thuis. Als ik die vogel door de</p>
<p>lucht zie zwenken denk ik niet was ik zo</p>
<p>.</p>
<p>vrij, hooguit zoiets als lekker wel.</p>
<p>Vannacht nog in mijn droom, bezopen</p>
<p>bij, spreidde ik mijn armen moeitelozer</p>
<p>.</p>
<p>steeg zoemend op, verdween, een spel.</p>
<p>Geen glinstering, ik vlieg, maar nergens heen.</p>
<p>Ik prijs mijn huis en zing. Ik ben gewoon.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Op gedichtendag zelf geef ik gewoon les in Arnhem. En vrijdag neem ik dus afscheid. Op verzoek van de SLAA schreef ik tenslotte bij wijze van afscheidsgedicht TERMIJN. Ik rust mijn kaas.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>TERMIJN</p>
<p>.</p>
<p>Twee jaar lang mocht ik uw dichter zijn</p>
<p>en ik stond er, met liefde, vol ijver. Ik zong</p>
<p>mijn lied voor sportkantinebeheerders, op</p>
<p>bijeenkomsten met vrijwilligers, vluchtelingen</p>
<p>.</p>
<p>burgemeesters, ik liet mij zien en draafde op</p>
<p>wanneer u dat van mij vroeg, beweende wie</p>
<p>beweend moest worden, stond voor de klas,</p>
<p>bewaakte de orde en nu ben ik klaar, nu is het af.</p>
<p>.</p>
<p>Genoeg. Uw nar, uw clown, uw reisgenoot.</p>
<p>Hij kwaakte, produceerde meninkjes en</p>
<p>frivoliteiten, liflafjes, banaliteiten, vulde</p>
<p>uw maag met snelgeschreven troep –</p>
<p>.</p>
<p>draagt zich over, trekt zich terug uit</p>
<p>het publieke domein, verlangt naar</p>
<p>de keuken, waar hij soept en sudderlapt</p>
<p>en eindeloos hetzelfde vers opknapt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>© F. Starik</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>+</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2012/dagboek-stadsdichter-slot/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>EENZAME UITVAART NUMMER 139</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-139/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-139/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 14:51:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Log]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1059</guid>
		<description><![CDATA[EENZAME UITVAART NUMMER 139 N.N. donderdag 19 januari 2012, 10 uur, St Barbara dichter van dienst: Judith Herzberg &#160; Als Van Bokhoven belt, en ik traditiegetrouw opmerk: &#8216;Moment. Even een pen en een papier pakken,&#8217; zegt hij dat er maar weinig op te schrijven valt. Een onbekende man, door de politie uit het water van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>EENZAME UITVAART NUMMER 139</p>
<p>N.N.</p>
<p>donderdag 19 januari 2012, 10 uur, St Barbara</p>
<p>dichter van dienst: Judith Herzberg</p>
<p><span id="more-1059"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als Van Bokhoven belt, en ik traditiegetrouw opmerk: &#8216;Moment. Even een pen en een papier pakken,&#8217; zegt hij dat er maar weinig op te schrijven valt. Een onbekende man, door de politie uit het water van het Amsterdam-Rijnkanaal gehaald. Ter hoogte van de Zuider IJdijk nummer 139. Het lijk verkeerde in verregaande staat van ontbinding. Europees uiterlijk, het haar grijzend aan de slapen, vermoedelijk een jaar of veertig, vijftig. Dat is het. De doodsoorzaak wordt &#8216;niet natuurlijk&#8217; genoemd. Dat kan van alles betekenen. Gevallen, gesprongen, geduwd. Ik vind Judith Herzberg bereid een gedicht voor deze onbekende meneer te schrijven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdagochtend. Het regent vies. Op de begraafplaats tref ik de oude heer Degenkamp. Richard, de jonge meneer, is bezig bomen om te zagen. &#8216;We hebben een versnipperaar gehuurd. Dat is duur. Dus Richard moet zagen.&#8217; Er komt een nieuw hek, van gietijzer, met een haag ervoor, is de bedoeling. De begraafplaats wordt al jaren afgeschermd door zo&#8217;n liefdeloos Heras-hekwerk. Dat wordt nu vervangen door zo&#8217;n tijdloos, fraai nostalgie-hek. En daarvoor moeten dus eerst die bomen om.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tommy Hilfiger is er weer. Ik had eigenlijk verwacht mevrouw Herzberg ook al aan te treffen, maar haar zie ik nog niet. Wel komt kort na mij Van Bokhoven in de witte dienstauto de begraafplaats opgereden. Ik maak me lichte zorgen. Had ik haar gisterenmiddag niet nog eens moeten bellen om haar aan onze afspraak te herinneren? Dan zegt Degenkamp dat zij al lang in de wachtruimte naast de aula zit. Ze had naar me gevraagd, maar was mijn naam vergeten. &#8216;U bedoelt meneer Starik,&#8217; wist Degenkamp, en ja, die bedoelde ze. Ze heeft een kopje koffie gekregen van de mevrouw die voor de koffie zorgt, al had de mevrouw erbij gezegd dat zoiets eigenlijk niet kon, reeds voor aanvang van de dienst een kopje koffie schenken, &#8216;want we moeten toch op de kosten letten&#8217;. Judith haalt het gedicht uit haar tas, of ik er nog even naar wil kijken. Het gedicht is met de hand geschreven. In potlood is er nog een kleine verbetering aangebracht. &#8216;Het ligt zo voor de hand, wat ik geschreven heb. Ik ben bang dat iedereen hetzelfde gedicht zou hebben geschreven. Lijken die gedichten niet allemaal op elkaar?&#8217; Ik stel haar gerust.</p>
<p>Nee, die gedichten lijken helemaal niet allemaal op elkaar. Iedere dichter denkt toch weer langs andere lijnen, altijd. Dan komt Degenkamp ons halen. &#8216;Zal ik mijn tas hier laten?&#8217; vraagt ze. &#8216;En mijn jas?&#8217; Ze draagt een tamelijk omvangrijke, donkergroene regenjas, die vervaarlijk kraakt en ritselt, bij iedere beweging. Degenkamp adviseert de jas maar aan te houden. We moeten straks de kist nog wegbrengen. &#8216;O, ik dacht dat we gewoon binnen bleven. Of moet ik mijn gedicht voordragen aan het graf?&#8217; Ze heeft eerder een uitvaart gedaan, lang geleden, van het verloop ervan is haar kennelijk niet veel bijgebleven. We herinnert ze zich de mevrouw die de uitvaart van de toenmalige overledene bezocht en verklaarde dat ze elkander kenden van de tennisbaan, van vroeger, voor ze zich in haar huis verschanste, &#8216;met de meubels tegen de deur geschoven enzo&#8217;. Dat was mij dan weer ontschoten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We gaan de aula binnen. Morgenstimmung van Grieg klinkt op, heel vredig. Dan komt Tommy naar voren om Judith het woord te geven. Ze zit wat onhandig schuin in het voorste bankje op rechts gepropt, met die grote jas aan, komt moeizaam overeind, vraagt of er misschien iemand aanwezig is die het overschot uit het water heeft gehaald. Dat is niet het geval. Dan leest ze haar gedicht voor, naar de kist gekeerd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Toegift</p>
<p>.</p>
<p>Natuurlijk haal je liever iemand uit het water</p>
<p>die nog te redden is. Maar stel dat hij nog leefde</p>
<p>wat hadden we dan voor hem kunnen doen. Hem vragen</p>
<p>waar zijn wanhoop op berustte, hem zijn geliefde</p>
<p>weer terugbezorgen, of zijn werk, of zelfvertrouwen?</p>
<p>.</p>
<p>Nu kunnen we een heel klein beetje rouwen</p>
<p>niet eens om hem, omdat we hem niet kennen,</p>
<p>maar uit een vaag gevoel van menselijk fatsoen.</p>
<p>.</p>
<p>De bijna-liefde, bijna aandacht die hij straks nog</p>
<p>meekrijgt in zijn kist, was misschien nèt dat</p>
<p>kleine beetje dat hem gered had, had kunnen redden,</p>
<p>dat hij, bij leven, heeft gemist.</p>
<p>.</p>
<p>Judith Herzberg</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als ze is uitgesproken, komt ze naast me staan, op rechts, ik, op de tweede rij gezeten. Ze kijkt me aan, ik knik. Dan vraagt ze iets, terwijl de muziek weer inzet. Saint-Saëns, De zwaan, uit het Carnaval der dieren, waarover Degenkamp later trots zal opmerken dat hij het zelf mooi gekozen vond, de stervende zwaan, het water, maar ik betwijfel of die zwaan wel stervende is, of dat Degenkamp dat er zelf bij verzonnen heeft. Ondertussen vraagt Herzberg nog iets, iets algemeens, over de eenzame uitvaart, ik geef een kort, gemompeld antwoord. Het laatste muziekstuk, het Largo van Dvorák. Op de r hoort eigenlijk nog een omgekeerde circumflex, maar die kan ik niet vinden, en Degenkamp spreekt de naam van de componist geheel fonetisch uit, hetgeen ons allemaal tot klankexperimenten met de uitspraak van zijn naam zal verleiden, bij de koffie, straks. Devoorrak. Judith komt met Dvwozjak. Ik houd het op Dvordzjak. Tommy pleit voor Dvoratsj.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We horen de dragers naar voren komen, nu gaan we allemaal staan. Dat is beter. Even later wandelen we de regen in, achter de kist aan. Judith Herzberg moppert dat ze het allemaal maar erg luxe vindt. Bloemen, kist, muziek, aula en alles. Nog net de regen niet. En of het feit dat de uitvaart op een van oorsprong katholieke begraafplaats plaatsvindt, ook betekent dat dit een katholieke uitvaart is. En vraagt zich hardop af of het geld dat aan de uitvaart wordt besteed, niet beter aan de levenden ten goede was gekomen, een vraag die in haar gedicht al impliciet wordt gesteld. Ik antwoord dat ik het belangrijk vind dat alle mensen met dezelfde aandacht en eer worden weggebracht, onverschillig wat er, misschien, aan de uitvaart vooraf is gegaan. Ze oppert dat ze haar vergoeding wellicht aan een goed doel kan schenken, vraagt hoe andere dichters dat doen. Het komt voor dat een dichter afziet van zijn vergoeding, vertel ik, dan blijft het geld gewoon in de stichting, en wordt er op den duur een andere dichter van betaald, dus dat helpt niet, niet echt, concluderen we.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bij de laatste rustplaats van onze nog even onbekende man aangekomen, houden we halt, om op gepaste afstand het plaatsen van de kist gade te slaan. &#8216;Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig,&#8217; verklaart Judith dan, en stapt met de dragers mee naar voren om de toebereidselen van nabij te bekijken. Als de kist gezakt is, we een kletsnat schepje zand geworpen hebben, slenteren we terug voor de onvermijdelijke koffie. Judith zegt dat ze het nog een keer wil doen, een eenzame uitvaart, &#8216;en dan maak ik een boos gedicht&#8217;. Over het gebrek aan aandacht voor de levenden. Ik moet dan altijd denken aan kunstcritica Anna Tilroe, die me eens vertelde dat aandacht een van de zeer weinige schaarse goederen is in onze overvloedige wereld. Aandacht. Raar spul. Iedereen wil het hebben, maar niemand wil het geven. Tommy vertelt over de uitvaart van de dag tevoren, een ouwe junk, maar met een hoop vrienden, waarbij hij van de meesten dacht: die hebben ook niet lang meer te gaan. Degenkamp vult aan dat er na afloop een kettingzaag zoek was. Het zou een manier kunnen zijn om aandacht te trekken. Een ouwe junk met een kettingzaag.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hij wil weten of het waar is, dat ik binnenkort afzwaai als stadsdichter. Dat kan ik beamen. Van Bokhoven informeert naar de precieze tijd en de lokatie. Die geef ik hem.</p>
<p>Voorzichtigheidshalve spreken we af dat ik hem een nummer van een vervanger voor de eenzame uitvaart zal verstrekken, als ik na mijn terugtreden mijn traditionele week naar de zonne vlieg, om daar een week lang heel stil in te liggen. Een week. Niet langer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik bel een taxi voor Judith. Wacht samen met haar op de komst van de auto. Als ze is weggereden, staat de oude heer Degenkamp me op te wachten voor zijn kantoor.  &#8216;Vreemde vrouw,&#8217; merkt hij op. Ik lach. &#8216;Onze lieve heer,&#8217; begin ik, maar maak mijn zin niet af.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>© voor het verslag: F. Starik</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stariks-log/2012/eenzame-uitvaart-nummer-139/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>DAGBOEK STADSDICHTER IIX</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-iix/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-iix/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 15:47:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stadsdichter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1055</guid>
		<description><![CDATA[DAGBOEK STADSDICHTER IIX &#160; Het is geworden 29 november 2011. Ik heb u achtergelaten op 16 september. Wat gebeurde er sindsdien? We bladeren terug in de agenda. Ik zie afspraken staan rond de voorstelling amSTARikdam, op 15 november in de Balie, wat een hoogtepunt in mijn stadsdichterschap zal vormen, zeker weten, want dat is al [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>DAGBOEK STADSDICHTER IIX</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden 29 november 2011. Ik heb u achtergelaten op 16 september. Wat gebeurde er sindsdien? We bladeren terug in de agenda. Ik zie afspraken staan rond de voorstelling amSTARikdam, op 15 november in de Balie, wat een hoogtepunt in mijn stadsdichterschap zal vormen, zeker weten, want dat is al geweest. Ik zie Festina Lente voorbijkomen, de derde maandagavond van de maand, waar ik tot de jury ben toegetreden, met Rick de Leeuw en Sven Ariaans. Elke donderdag reis ik trouw naar Arnhem om mijn studenten les te geven. Ik zie op 21 september een afspraak met de meestermetselaar staan die naar IJburg komt om de kosten van zijn arbeid in te schatten: het valt een soort van mee. Onze totale begroting zal neerkomen op 70.000,- waar we bijna de helft van binnen hebben. Moet lukken. Qua deadline gok ik nu op juli 2012.</p>
<p><span id="more-1055"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op 28 september heb ik mijn langverwachte ontmoeting met de burgemeester. Hij verklaart me uitvoerig zijn liefde en ik probeer zoveel mogelijk geld los te kletsen. Hij kent de exploitant van Blok 4 op IJburg, Vesteda, uit zijn tijd als minister. Hij belooft met hen te gaan praten. We kletsen over de Nacht van de Poëzie, die het in Utrecht moeilijk heeft. Is het een plan om die naar Amsterdam te halen, tot Vredenburg klaar is? Zou kunnen, maar alleen in goede harmonie, mocht Utrecht dat ook willen. Wij zijn van het harmoniemodel, zoveel is duidelijk. Ik stip het mislukte abdicatie/inauguratieplan aan. Hij is het ermee eens dat zulks een kansloze missie zal zijn. Vergeet dat, vindt hij. Wel wil hij graag dat ik nog jarenlang stadsdichter blijf, liefst zo lang tot de stadsdelen opgeheven zijn of worden, in 2014, is de planning, dan kan hij me meenemen naar de centrale stad. Nu, op dit moment, is dat onmogelijk. De begroting voor het komende jaar is gemaakt, en de tekorten vallen tegen, zwaar weer allerwegen, zucht hij.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen bereid ik de presentatie van Een steek diep voor, het boek is juist op tijd van de drukker gekomen om de burgemeester een soort van eerste exemplaar te overhandigen. Op vrijdagmiddag 30 september zit ik bij AVRO vrijdagmiddag-live, tussen 15 en 16 uur, om over het boek te praten. Aan tafel met een eonoom, die over de eurocrisis komt praten. Ik breng het gesprek danig in de war met mijn opmerking dat geld mijns inziens helemaal niet bestaat, een fictie is, dat we gewoon kunnen afspreken dat er wel genoeg is – dan druk je dat toch even bij? En bovendien, die paar miljoen Grieken, wat is dat op een paar honderd miljoenen Europeanen bij elkaar? Precies. 1 procent. Dus wat is het probleem. Er wordt gelachen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De dag erna, 1 oktober, treed ik op in de OBA, op een Caraïbische letterenavond, een voordracht over het werk van Boeli van Leeuwen. Eva Gerlach maakt indruk met haar verhalen over haar jeugd in Suriname.  Zondag 2 oktober mag ik in &#8216;Het Oog&#8217; vertellen over Een steek diep, ik rijd met John Jansen van Galen terug in de taxi van Hilversum naar huis.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We hebben een mooi kaartje laten drukken om amSTARikdam te promoten. Ik kan het op donderdag 6 oktober laten zien aan de man van stadsdeel West, die mij de sleutels overhandigt van het prachtige atelier dat ik gehuurd heb, via de CAWA, het vroegere bureau Woon en Werkruimte voor Kunstenaars. Tasmanstraat 15: een schitterend hoog lokaal, met een prachtige oude parketvloer erin, casco opgeknapt, met als extraatje een aangrenzende lerarenkamer, prachtig, prachtig. Ik teken een huurcontract per 15 oktober, dan mag ik erin.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Diezelfde middag presenteer ik eindelijk Een steek diep, in het uitvaartmuseum op begraafplaats De Nieuwe Ooster. De eerste woordloze boekpresentatie ter wereld, poch ik. Peter Zegveld en Dolf Planteijdt bespelen hun verschrikkelijke mechanische orgel: &#8216;Scherzo Mechanica&#8217;. Een soort van atonale symphonie, met heel veel rook erbij – we hebben uit voorzorg alle brandmelders afgeplakt. Het uur voorafgaand aan de presentatie praat ik met Joeroen van Kan voor radio 6 over het boek. We maken een wandeling over de begraafplaats. Na het concert wacht AT5 buiten voor een interview, terwijl de mensen binnen ernaar snakken een gesigneerd exemplaar van Een steek diep in ontvangst te nemen. Ik teken me een lamme arm, tot tegen achten de tent gaat sluiten en ik wel ophouden moet, en vlug naar huis, er mag niet flink worden doorgezakt, want de volgende ochtend vroeg wacht er alweer een eenzame uitvaart.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maandag 10 oktober brengt in de ochtend een zoveelste afspraak met de Hogeschool van Amsterdam, het Kohnstammhuis, waar na lang onderhandelen nu toch besloten is dat het gedicht &#8211; dat ik oorspronkelijk voor de film die over het gebouw gemaakt werd schreef – permanent in de aula wordt aangebracht. We komen overeen dat RIWI-Collotype het ontwerp van Volken Beck zal uitvoeren, op de lange wand onder de entresol die langs de gehele voorzijde van de aula loopt. En dit is de uiteiendelijke versie van het gedicht zoals dat inmiddels daadwerkelijk op de muur is aangebracht:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>I</p>
<p>.</p>
<p>Ik heb ze zien komen.</p>
<p>De mannen met lood</p>
<p>in hun schoenen en een kop</p>
<p>vol zorgen, de angst om het hart.</p>
<p>Ze gaven rekenschap</p>
<p>en vertrokken</p>
<p>de mannen,</p>
<p>illusies armer</p>
<p>en platzak.</p>
<p>.</p>
<p>Zo stond ik:</p>
<p>streng en grijs.</p>
<p>Standvastig als Stalin.</p>
<p>Als de rechtlijnige bureaucraten</p>
<p>die grijnzend achter hun loketten</p>
<p>zaten, ijverig in de weer met</p>
<p>stempels en betaalbewijzen.</p>
<p>Een ieder ten voorbeeld.</p>
<p>.</p>
<p>Neem en vergeet mij,</p>
<p>ik ben maar een ding. Een gebouw.</p>
<p>Een verzameling gangen, trappen en lokalen.</p>
<p>Ik draag u. U bent mijn belasting.</p>
<p>.</p>
<p>II</p>
<p>.</p>
<p>Nu zie ik je komen</p>
<p>jongens en meisjes</p>
<p>op parmantige hakjes.</p>
<p>Eindelijk vrouwen</p>
<p>op sneakers vol hoop</p>
<p>en verlangen</p>
<p>onderweg</p>
<p>naar morgen.</p>
<p>Steek op.</p>
<p>.</p>
<p>Zolang je maar weet:</p>
<p>ik zal je altijd ontvangen.</p>
<p>Zolang je maar wilt.</p>
<p>Ik reken op jou. Reken op mij.</p>
<p>Ik zal erop toezien</p>
<p>dat als je straks weggaat</p>
<p>dat jij iedere voetstap</p>
<p>in mij achterlaat.</p>
<p>.</p>
<p>Neem en vergeet mij. Zolang je onthoudt</p>
<p>dat ik elke beweging registreer en in mij opsla</p>
<p>dat ik iedere trilling bewaar, zal ik van je zwijgen.</p>
<p>Van jullie allemaal.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>© F. Starik, 2011</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Je leest het gedicht in het gebouw als twee eindeloze regels, onder elkaar, die zich 44 meter lang door het gebouw heen strekken.Prachtig. Papa trots. Een fraai stukje stadsdichtergeschiedenis, naast de OBA, waar Dienstbericht nog altijd hangt, en de verhoopte dichtregels op IJburg. Dan heeft een man toch echt wat neergezet, wat?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dezelfde middag heb ik een interview met een journalist van TROUW over Een steek diep, om aan het eind van de middag door te reizen voor docentenoverleg in Arnhem, buiten de reguliere lessen om, waar ik donderdag 13 oktober verstek moet laten gaan vanwege de voorstelling van het jaarlijkse Trendrapport over de gortdroge en uitputtend in cijfers uitgedrukte ontwikkelingen in de Binnenstad. Ik moet het gedicht dat ik er toch uit wist te puren in het Scheepvaartmuseum komen voorlezen, voor een reusachtig gericht van politici en ambtenaren, en kan niet tegelijkertijd in Arnhem aanwezig zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Feiten, cijfers, bronnen</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>In Amsterdam, die wereldstad vinden we</p>
<p>jaarlijks twaalf miljoen bezoekers, die elk</p>
<p>vijfhonderd euro uitgeven en waarvan</p>
<p>de meesten blijven slapen in de vijftigduizend</p>
<p>.</p>
<p>bedden die hen in hotels wachten, in jouw bed</p>
<p>dit jaar dus nog tweehonderd anderen van wie</p>
<p>vijfentachtig procent zegt in goede lichamelijke</p>
<p>gezondheid te verkeren, nadat ze in duizend</p>
<p>.</p>
<p>café&#8217;s en restaurants hebben gezeten, drie</p>
<p>miljoen rondvaarten over de grachten maakten</p>
<p>en het Anne Frank Huis bezochten, gezellig</p>
<p>vonden ze het wel, in Amsterdam, de binnenstad</p>
<p>.</p>
<p>waar dat jaar zo&#8217;n tachtigduizend mensen in</p>
<p>vijftigduizend huizen woonden, sliepen in hun eigen</p>
<p>bed en daar per saldo negenenveertig kinderen extra</p>
<p>maakten, de jongens heten Sem, de meisjes Julia <em>(*)</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p>.</p>
<p>© F. Starik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>(*) Bron: de populairste jongens- en meisjesnamen van het eerste kwartaal van 2011, gepubliceerd door de Sociale Verzekeringsbank.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>Op 17 oktober krijg ik het atelier aan de Tasmanstraat opgeleverd. Wow. Ik begin enthousiast te kletsen over de entresol, die ik er zeker in zal bouwen. Maar dat mag niet van stadsdeel West, het is een Rijksmonument, dit voormalige schoolgebouw, en ze hebben de entresol die de vorige huurder er in had laten bouwen, er juist uit gesloopt. Ze willen dat de ruimte de ruimte blijft. Daar moet ik een paar dagen over nadenken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dan besluit ik dat ik er een meubel in zal bouwen, een meubel, waar je op kan staan, los in de ruimte, een meubel, dat dan tevens als opslag functioneert, net zo gemakkelijk. Meinbert Gozewijn van Soest ontwerpt het ding en zal het in de komende weken los in de ruimte bouwen. Dan kom ik met de verfkwast. En ondertussen een extra gastcollege in Arnhem, afspraken met Martijn Sandberg en Roy Cremer van <a href="http://www.voordekunst.nl">www.voordekunst.nl</a> om eens te bezien of ons IJburg-project daar in anmerking voor komt. Dat doet het, maar het is nogal een risico: haal je minder dan 80% van het beoogde bedrag binnen, dan wordt het project als MISLUKT bestempeld en krijgen de donateurs hun geld terug.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op maandag 24 okober praat ik met Jurre van de berg van Sociologie Magazine over Een steek diep. Of het niet jammer is, vraagt hij, dat het bij zo&#8217;n boek altijd alleen maar over de inhoud gaat, en nooit eens over hoe mooi dat eigenlijk geschreven is? Ik zeg dat dat meevalt. Ware het slecht geschreven, dan kwam men aan de inhoud helemaal niet toe.</p>
<p>Die dinsdag mag ik met Volken nog maar eens naar het Kohnstammhuis om moeilijk te doen over het ontwerp en de uitvoering daarvan. Die woensdagochtend word ik verwacht ik op de kamer van cultuurwethouder Rengelink, maar daar komt een eenzame uitvaart doorheen. &#8216;En dat is het enige waarvoor ik alles uit mijn handen laat vallen,&#8217; excuseer ik mij bij de wethouder. De afspraak wordt genadiglijk opgeschoven.</p>
<p>Des donderdags heb ik herfstvakantie: ik hoef niet naar Arnhem, maar wel naar Diemen, om met het 7koppig blaasorkest Waarschuwing voor de scheepvaart om hun gedeelte van het programma amSTARikdam door te spelen, ten tweeden male, en er zal een derde male nodig zijn. Ondertussen vordert het ateliermeubel gestaag. Wel jammer dat ik nooit tijd heb om naar dat atelier te gaan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen aarzel ik of ik een tweede termijn als stadsdichter zal bijtekenen –enerzijds, anderzijds. Men wil mij graag houden maar kan ik dat aan? En als ik het niet voluit doe, maar op een laag pitje, waarom zou je dan stadsdichter blijven? Je moet er voor de mensen zijn, vind ik. En ik neig er meer en meer naar dat ik het niet aankan, nog twee jaar geleefd te worden, door de mensen. Ik heb het gewoon <em>te</em> druk. En in mijn vak, zo redeneer ik, gaat het om plezier, om hartstocht, om liefde. Als je dreigt dat te verliezen doe je iets niet helemaal goed.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op maandag 31 oktober presenteer ik met Martijn Sandberg ons plan voor BLOK IV bij de buurtgroep, die het idee ooit aanzwengelde. Men is enthousiast, zelfs ontroerd: ze vinden het prachtig. Dinsdag komt de verhuizer offerte opnemen: wat er vanuit mijn woning naar het atelier kan, en dan is er nog die opslag van 21 kuub in Beverwijk, die daarheen zal moeten komen. Atlas, heet deze verhuizer: dat bevalt me. Ik gooi de andere offertes weg. Atlas zal het zijn. 2 november, Allerzielen, brengt de opening van de tentoonstelling over de dood in het Tropenmuseum, waar ik in de catalogus</p>
<p>word geïnterviewd en waarin een gedicht is opgenomen, de eenzame uitvaart nietwaar?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Die middag komen we met de andere muzikanten van amSTARikdam op mijn atelier bij elkaar om de voorstelling nu eens goed in elkaar te steken, althans in virtuele zin. Ik demonstreer de kabouterdouche, die ik daartoe heb uitgevonden. En ik kan het niet laten: in eerste instantie ontvang ik in de lerarenkamer, wanneer de muzikanten binnendruppelen, die beleefd mompelen dat het een fijne kamer is, om pas later de deur naar het lokaal open te zwaaien. Dat grapje bevalt zo goed, dat we het bij iedere nieuwkomer blijven herhalen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Des donderdags is de individuele beoordeling van mijn studenten, waarna op vrijdag met Martijn Sandberg een nieuwe aanvraag voor IJburg wordt getimmerd – nu de buurt en de VVE van Blok 4 mee zijn, staat niets ons meer in de weg, behalve dat tekort van 40.000,-. De zaterdag brengt een uitvaart in de buurt van Arnhem, geen eenzame, een gewone, gevolgd door het afscheid van meneer Degenkamp, de beheerder van St. Barbara. Als hij me ziet, zie ik een kinderlijke blijdschap over zijn lieve gezichtje schieten. Ik heb dan drie kwartier in de rij gestaan, teneinde hem de hand te mogen schudden. Ik dacht: ik doe het gewoon. In de rij staan. De avond brengt de Museumnacht: optreden in de Nieuwe Kerk, twee keer. Over familie moet het gaan. Verschrikkelijke acoustiek, een matig geïnteresseerd publiek. De volgende ochtend, zondag 6 november, moet ik alweer vroeg op voor een Allerzielenconcert op begraafplaats Westgaarde, waar ik gedichten zal voorlezen aan de genodigden die dat jaar een geliefde of een familielid verloren. Herdenken. Er wordt hard om mijn verzen gehuild. Na mijn eerste optreden bel ik Bianca Sistermans dat ze maar beter niet kan komen om de stadsdichter te volgen, dat zou niet netjes zijn. Wat een verdriet. Zeer aangrijpend. En dat vier keer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Aan het eind van de middag borrel ik te lang na met de organisatie. Men kijkt terug op een bijzonder geslaagd evenement. Nou en of. Maar zwaar. Ik wankel naar huis met een reuzenboeket bloemen. Het is verdiend. Dat zeker.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op woensdag 9 november word ik met Rini Scheffers, de man van het stadsdeel die mij begeleidt, en backoffice Jasper Henderson bij de wethouder Roeland Rengelink verwacht. Ik vertel dat ik besloten heb mijntermijn niet te verlengen. Men vindt dat ik er nog maar een nachtje over moet slapen. Want het is wel jammer. Ik zeg dat ik moe ben. Ik herhaal het argument van<em> te</em>. Te druk. Niet fijn. Zonder iets bereikt te hebben stappen we weer op. Langzaam maakt een zekere opluchting zich van mij meester. Er gaat een eind aan zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag brengt de eerste lesdag van blok 2, in Arnhem, des avonds repeteer ik met de Scheepvaart, Sistermans fotografeert de overvolle huiskamer vol toeteraars en 1 dichter.</p>
<p>Vrijdagmiddag haast ik me naar de OBA voor een radio-interview over de aanstaande voorstelling in De Balie, amSTARikdam. Ik mag een half uur kletsen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zondag 13 november brengt een aangename kunstmiddag in een uitpuilend zaaltje in ARTI, thema &#8216;transsubstantiatie in de kunst&#8217;, georganiseerd door Chantal Breukers. Sprekers van uiteenlopende aard, onder andere Hans Maarten van den Brink, Hans Aarsman, acteur Marcel Faber, Vrouwkje Tuinman, Maria Barnas en mijzelve buigen zich hierover tot we aan het eind van de middag echt niet meer weten wat dat nu eigenlijk is, of was. Verhelderend, op duistere wijze. Buiten trekt ondertussen met veel lawaai de intocht van Sint Niklaas voorbij, terwijl Modeste Breukers op zijn bas Bach speelt, wat de voorstelling bij vlagen een surreëel tintje geeft.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maandag 14 november hebben we de gehele dag gereserveerd om de voorstelling amSTARikdam te repeteren, op te bouwen, in te stellen. En dinsdag 15 ook. Dan arriveert pas het geluid, we blijken een hoop herrie bij te moeten huren. &#8216;s Avonds volgt de voorstelling. Tachtig, negentig bezoekers: er kunnen er 130 in. Goed gevuld, mar lang niet uitverkocht. Het Parool heeft er niets aan gedaan, qua aankondiging. Dat had van mij best gemogen. Wel staat er de volgende dag over een halve pagina een foto van de dichter en zijn voorstelling op de kunstpagina: daar zijn jullie dus niet bijgeweest.</p>
<p>Maar de voorstelling verloopt rimpelloos, we zijn goed, de bezoekers betonen zich voldaan, en het lukt ons om de gehele voorstelling in 1 uur en zeven minuten erdoor te jagen, waar we vantevoren schatten dat het zeker 90 minuten zou zijn. Zo hard gaan wij.</p>
<p>Toch iets van dertig, 35 gedichten, grotendeels voor de stad geschreven. En deels uit eerder werk gesampled, omdat ook daarin de stad een hoofdrol speelt. Zo begint het.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>PROLOOG</p>
<p>.</p>
<p>Als en of je van een stad kunt houden:</p>
<p>een stad is niets dan straten en gebouwen</p>
<p>mensen die zich ergens heen verlangen</p>
<p>haasten zich naar winkels, warenhuizen</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>café&#8217;s en restauranten, bioscopen</p>
<p>en hotels om in te slapen, nee je wil nog</p>
<p>niet naar huis, je wilt alleen wat dansen,</p>
<p>drinken, iemand om mee weg te lopen</p>
<p>.</p>
<p><em> </em></p>
<p>nee teer te beminnen, toch iets kopen.</p>
<p>Lang heb je dat als ze je vroegen: &#8216;Heb jij</p>
<p>die cake van de Xenos&#8217; en jij zei &#8216;nee, die</p>
<p>.</p>
<p>heb ik zelf gebakken&#8217; opgevat als compliment,</p>
<p>het stilt de honger, tot iemand eindelijk wist:</p>
<p>je liegt. Je moet een eigen stad beginnen. Vlieg.</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>NEST ONDER DE BRUG</p>
<p>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Duiven. Je hebt er eens een met zijn kont</p>
<p>uit de zojuist gedaalde brug zien steken,</p>
<p>dacht dat hij nog net naar binnen kon, nest</p>
<p>onder de brug, geen idee, waar je maar een ei</p>
<p>.</p>
<p>kan bakken, okee, het beweegt een beetje</p>
<p>maar we zitten hier droog enzo. Te laat.</p>
<p>Het is goed om af en toe aan je buurvrouw</p>
<p>te denken. Weet dat zij aan jou denkt, zij</p>
<p>.</p>
<p>ook aan jou. Uitzicht heb je, als de brug weer</p>
<p>opengaat, uitzicht op haar, uitzicht op ramen</p>
<p>die naar jou terugkijken, uitzicht op de straat</p>
<p>.</p>
<p>die we allemaal begaan met onze boodschap,</p>
<p>onze gedachten dozen vol rotzooi die we niet</p>
<p>willen hebben. Duiven. En maar kwebbelen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag 17 november brengt een ode aan Remco Campert, Klup Vurrukkulluk, in een sjieke tent op de Stadhouderskade. Voor die gelegenheid heb ik het boek opnieuw gelezen, wat ik sinds mijn middelbare schooltijd niet heb gedaan. Een openbaring. Ik vis er onderstaande anekdote uit.</p>
<p>.</p>
<p>HET VURSCHRUKKULLUKKE VOORVAL MET HET SCHILDERIJ</p>
<p>EN DE WINKELIER MET DE BAARD</p>
<p>.</p>
<p>Een artiest met een baard is tot daar aan toe</p>
<p>maar een winkelier met een baard, dat gaat de buurt te ver.</p>
<p>Ze willen hem weg hebben. En waarom? Omdat hij een baard heeft.</p>
<p>.</p>
<p>In het kamertje achter zijn winkel ruikt het als in een café.</p>
<p>De meubels zijn er bruin en zwaar en nooit jong geweest.</p>
<p>Op tafel een bijna lege fles whisky en eronder een volle.</p>
<p>.</p>
<p>De winkelier met de baard kijkt. Al vijftien jaar. Hij raakt niet uitgekeken.</p>
<p>Een schilderij gevat in een gouden prachtlijst geeft zicht op een heidelandschap.</p>
<p>Op de voorgrond een herder met zijn kudde.</p>
<p>.</p>
<p>Een schaap tracht achter de lijst te verdwijnen.</p>
<p>De hond van de herder snuffelt wantrouwend aan de handtekening van de maker.</p>
<p>Daar geniet de winkelier met de baard nu al jaren van.</p>
<p>.</p>
<p>Het is geen goed schilderij, gelooft hij, maar hij houdt niet van goede schilderijen.</p>
<p>Die laten niets aan je fantasie over. Nu ziet hij voor het eerst dat de schilder</p>
<p>gewoon vergeten is de hond een staart aan zijn lijf te schilderen.</p>
<p>.</p>
<p>Vervelend. Voortaan zal hij alleen nog naar de plek kunnen kijken</p>
<p>waar die staart had horen te zitten. Misschien had die hond geen staart maar</p>
<p>dat had de schilder dan op een of andere manier waar moeten maken.</p>
<p>.</p>
<p>Dan had je bijvoorbeeld in de verte een wolf met een hondenstaart in zijn bek</p>
<p>weg moeten zien lopen. En dat gaat de buurt te ver.</p>
<p>Een winkelier met een baard en een schilderij van een hond zonder staart.</p>
<p>.</p>
<p>Aan de einder gaat met veel misbaar van kleuren de zon onder.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>Ik word na mijn  voordracht geïnterviewd door Philip Freriks, we lachen om de herinnering dat we hem ooit, als jonge dichtertjes, in Parijs hebben ontmoet, op zoek naar poëzie daar, en die was er niet, of ingeslapen, een tijdverdrijf voor fijne luyden. Ik heb het geluk dat ik tamelijk voorin het programma sta, er is nog volop aandacht. Die zal later danig verslappen. De organisatie schenkt, gedurende het programma, geen drank, zeer Oncampertiaans, en het programma duurt lang, erg lang.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maandag 21 november, de derde maandag van de maand, brengt inderdaad de poëzieslam in Festina Lente. We hebben het gezellig. Dinsdag 22 november mag ik een klimaatconferentie toespreken in De Rode Hoed. Ik schrijf er een klimaatgedicht voor.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>CANARISCH EILAND</p>
<p>.</p>
<p>Ik weet niet wie er ooit bedacht heeft</p>
<p>dat er mensen moeten leven in dit land</p>
<p>want erg leefbaar is het niet, hier in de kou</p>
<p>de regen en voor wie fietst: wind tegen</p>
<p>.</p>
<p>altijd. De winter brengt ons schaatsen</p>
<p>op glad ijs, loopneus erwtensoep, ogen</p>
<p>roodomrand, onze gezichten grijs</p>
<p>van ellende en wat doet de regering?</p>
<p>.</p>
<p>Helemaal niets. Ik eis een klimaat</p>
<p>als op een Canarisch eiland, zomer, winter</p>
<p>altijd prijs. Helder blauw water, zonneschijn</p>
<p>.</p>
<p>een milde bries, precies hoe het moet.</p>
<p>Zie dan de Noordzee, die oceaan</p>
<p>van grauwe soep. Warm op, kom goed.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen gaat ons land gebukt onder een dichte mist. De maandag kopt het Parool in chocoladeletters: &#8216;Mist blijft verkeer hinderen.&#8217; Mijn gedicht daarover heeft die middag in de krant gestaan, dus die tikken we er nog even achteraan.  Je hoort de deskundigen gniffelen, daar in De Rode Hoed: grappige lui, die dichters.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>MIST</p>
<p>.</p>
<p>We kunnen alleen nog denken in termen</p>
<p>van overlast. We ondervinden overal maar</p>
<p>hinder van. Niemand ziet terwijl hij fietst</p>
<p>de schoonheid van een wereld die tijdelijk</p>
<p>.</p>
<p>verdwenen is, opgelost, onttrokken</p>
<p>aan het alziend oog dat doorzicht eist.</p>
<p>Wij hebben niets aan grijs. Daar gaan we,</p>
<p>op de tast. We ondervinden overlast.</p>
<p>.</p>
<p>We moeten snel op reis. Wij zijn tegen.</p>
<p>We denken niet dat we nu al dagenlang</p>
<p>in wolken mogen wonen, er dwars doorheen</p>
<p>.</p>
<p>op onze fiets, een beetje bang. De wereld is er</p>
<p>nog, waarschijnlijk, ze laat zich gewoon even</p>
<p>niet aan ons zien. Misschien is ze verlegen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>*</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag 24 november vindt dan eindelijk de langverwachte opening van de Hogeschool van Amsterdam plaats, ik mag mijn Kohnstammhuisgedicht daar voorlezen. Of dat moet, zo kan je het ook zeggen. Ik verheug me erop de film te zien, die Rudolf Cremer Eindhoven heeft gemaakt, met heel veel mij erin. Maar wat we te zien krijgen is een wezenloos reclamefilmpje. Ergens vererop, in een collegezaaltje, draait een langere versie: ook niet veel soeps. Ik sms naar Rudolf: &#8216;Wat is er gebeurd?&#8217; Hij schittert door afwezigheid, en sms-t even later terug dat hij in Thailand zit, boos en teleurgsteld: van die film is niets heel gelaten. Dat zie ik ook.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het gedicht is heel mooi geworden, op de lange wand, dat is dan tenminste wel gelukt, al had ook dat wel heel veel voeten in de aarde, en werd ik tot het uiterste afgeknepen, financieel gesproken. Dat je een ontwerper moet betalen, en de schilder van de letters, dat begrijpen de mensen wel, maar voor een gedicht? Enfin. Ik tref Lodewijk Asscher, op de eerste rij, en weet hem vlug voor Blok 4 te interesseren, u bent toch niet alleen van onderwijs, maar vooral ook van financiën? &#8216;Mail me maar,&#8217; zegti, &#8216;ik zal me erin verdiepen.&#8217; Dat heeft de directeur van De Rode Hoed ook gezegd. Het zal toch wel goedkomen?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het afscheid van uw stadsdichter sluipt naderbij.We hebben ooit besloten dat we mijn afscheid gaan markeren met een speciale editie van de Z!, de daklozenkrant, extra dik, met een hoop stadsgedichten erin. Ook daarvoor komen we nog 5.000,- of misschien zelfs 7.000,- tekort. Ik schrijf mijn lieve wethouder dat het nu tijd is om zijn vage belofte dat mocht er ooit meer geld nodig zijn voor de stadsdichter, hij best over de brug wil komen, in te lossen. Met Melle Hammer, de ontwerper, en Hans van Dalfsen, de hoofdredacteur van Z! overleg ik hoe we dit gaan aanpakken. Bijna december. Op 12 januari moet het ding naar de drukker. En dan komt die kutkerst er nog tussendoor.</p>
<p>Er zal nog even keihard doorgebuffeld moeten worden. Eerst dat verslag maar eens even bijtikken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik ben dankbaar dat ik de verhuizing naar mijn atelier een maand heb uitgesteld, al was, in dit licht, twee maanden nog beter geweest. Het meubel is af, de muren zijn mooi wit gesausd, in de lerarenkamer staat alles klaar om de spullen te ontvangen, ik ben al naar de IKEA geweest om twee vitrine&#8217;s te laten bezorgen, net al naar Van Dijk &amp; co voor 12 grappige stoelen. maar nu moet in mijn huis nog alles uitgezocht: wat mee mag, wat weg moet. Dozen. &#8216;Onze gedachten dozen vol rotzooi die we zelf niet willen hebben.&#8217; Bovendien wordt de buitenzijde van mijn woning geschilderd. Ik verdwijn achter steigers. Daar moet de verhuizer ook maar doorheen kunnen. Of die rotzooi afbreken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden 30 november. Van de uitgeverij kreeg ik, trotse vader, een stapel Hollands Maandblad binnen, het nummer waarin mijn zoon, Boris von der Möhlen, 17 jaar oud, debuteert met een hilarisch verhaal over popfestival Sziget. Van de Balie kreeg ik de opnamen van amSTARikdam binnen, het is heel goed geworden, geweest: ik ben trots op mijzelf. En op mijn muziekvrienden nog het meest. Goed. Voor de komende tijd staat vooral, op 10 december, een optreden met grotendeels dezelfde muziekvrienden op het programma, in Schouwburg Haastrecht, een paar moeizame ontmoetingen met geldschieters, een bijeenkomst met daklozen die poëzie proberen te schrijven, en natuurlijk, het inmiddels bijna traditionele hoogtepunt van het jaar: de kerstmatinee, op tweede Kerstdag in Paradiso, met het Paradiso-Orchestra en fanfare St Cecilia, en met mijn eigen Vrouwkje Tuinman. Ik zal deze kerst enkele hoogtepunten uit the Sound of Music voor de vrome menschen zingen. Waaronder: &#8216;jij bent zestien, zeker geen zeventien&#8217; in een eigen, buitengewoon krukkige vertaling, waarbij de rol van Liesl wordt vertolkt door Olivia Jaeggi, tien jaar oud.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En op 26 januari 2012 ben ik dus weg. Uw Rolf. Dat wordt gevierd in the Sugar Factory. Tot zover.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-iix/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>VIER STERREN WAAR HET ER VIJF HADDEN KUNNEN ZIJN</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/vier-sterren-waar-het-er-vijf-hadden-kunnen-zijn/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/vier-sterren-waar-het-er-vijf-hadden-kunnen-zijn/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 15:01:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Een steek diep]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1053</guid>
		<description><![CDATA[F. Starik, &#8216;Een steek diep&#8217; (2011) Lichtvoetige tristesse cuttingedge.be &#160; &#160; Geen verhalen zijn schrijnender dan die over eenzame doden. Mensen die wekenlang in hun appartementje liggen zonder dat er een haan naar kraait, tot op het moment dat één van de buren begint te klagen over de niet te harden stank die in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>F. Starik, &#8216;Een steek diep&#8217; (2011)</strong></p>
<p>Lichtvoetige tristesse</p>
<p><a href="http://www.addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;winname=addthis&amp;pub=cuttingedgebe&amp;source=tbx-250&amp;lng=nl-nl&amp;s=digg&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.cuttingedge.be%2Fbooks%2Freviews%2F337317-steek-diep%3Futm_source%3Ddlvr.it%26utm_medium%3Dtwitter&amp;title=Boek%3A%20F.%20Starik%2C%20'Een%20steek%20diep'%20(2011)%20-%20Cutting%20Edge&amp;ate=AT-cuttingedgebe/-/-/4ed641c19135990b/4&amp;frommenu=1&amp;uid=4ed641c1be95eeb8&amp;ct=1&amp;pre=http%3A%2F%2Ft.co%2Fy1PfzbIt&amp;tt=0"></a></p>
<p><span id="more-1053"></span></p>
<p>cuttingedge.be <a href="http://addthis.com/bookmark.php?v=250&amp;username=cuttingedgebe"></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Geen verhalen zijn schrijnender dan die over eenzame doden. Mensen die wekenlang in hun appartementje liggen zonder dat er een haan naar kraait, tot op het moment dat één van de buren begint te klagen over de niet te harden stank die in de trappenhal hangt. Vervolgens wordt het lijk weggehaald en volkomen eenzaam ter aarde besteld: een erger einde is moeilijk in te beelden. Dat vond ook F. Starik, een Amsterdams schrijver, die zich inzet voor een waardige begrafenis voor deze eenzame doden. Met dat doel voor ogen hielp hij De Eenzame Uitvaart in Amsterdam uit de grond stampen. Bij dit project worden bij toerbeurt dichters gesommeerd een gedicht te schrijven dat door de dichter in kwestie tijdens de begrafenis voorgedragen wordt. Een groot aantal van zijn ervaringen heeft Starik nu opgetekend in het prachtig vormgegeven ‘Een steek diep. Schetsen van verloren levens’.</p>
<p>Starik, van 2010 tot 2012 stadsdichter van Amsterdam, bundelt verhalen over eenzame uitvaarten waarvoor hij het gedicht verzorgde of waarbij hij in de hoedanigheid van coördinator van De Eenzame Uitvaart aanwezig was. Ondanks het feit dat het gedurende het hele boek over eenzame doden gaat, verveelt de verhalenbundel geen moment. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de grote verscheidenheid aan verhalen achter de doden. Starik vertelt over mensen zonder familie of vrienden, over mensen die in onmin leven met hun naaste omgeving, maar ook over lichamen die niet geïdentificeerd konden worden of over buitenlanders die in Amsterdam het leven lieten en waarvan de familie niet voldoende geld ter beschikking had om het lichaam naar het thuisland te laten overbrengen. Zo krijgen de verhalen, hoewel ze in essentie allemaal op dezelfde manier gestructureerd zijn, toch elk een aparte invalshoek.</p>
<p>Ondanks het feit dat de dichters van De Eenzame Uitvaart vaak erg weinig informatie ter beschikking hebben over de overledene in kwestie, weet Starik elk verhaal toch weer interessant te maken door zijn oog voor detail. Hij vermeldt kleine omstandigheden, gesprekken met het eventuele publiek of met mensen die ambtshalve op de begrafenisdienst aanwezig zijn. Op die manier transformeert hij de begrafenissen in een poëtisch tafereel. Hoe schrijnend de omstandigheden ook zijn waarin de overledenen zijn teruggevonden, toch krijgen ze via de dienst De Eenzame Uitvaart een prachtig, zij het eenvoudig afscheid.</p>
<p>Naast Stariks oog voor detail zijn ook de gedichten die in ‘Een steek diep. Schetsen van verloren levens’ opgenomen zijn een pluspunt. De gedichten zijn vaak echte pareltjes en je krijgt als lezer vaak een beter beeld van de manier waarop dergelijke gelegenheidsgedichten tot stand komen. Een derde element dat ertoe bijdraagt dat wij Stariks nieuwe verhalenbundel warm kunnen aanbevelen, is de lichtvoetige toon waarop hij de verhalen brengt. Met een dergelijke thematiek dreigt men een al te dramatische toon aan te slaan, maar daarvan is bij Starik niets terug te vinden. Zonder respect voor de overledene te verliezen, weet hij vaak een komische noot in de verhalen te brengen.</p>
<p>‘Een steek diep. Schetsen van verloren levens’ heeft ons zeker weten te bekoren. Starik heeft een aantal prachtige verhalen opgetekend en ook enkele gedichten hebben een blijvende indruk achtergelaten. Stariks nieuwe verhalenbundel is weliswaar geen boek om in één ruk uit te lezen, maar wel uitermate geschikt om verhaal per verhaal te degusteren.</p>
<p><strong>Elie Pauwels</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>© Cutting Edge &#8212; 28 Nov 2011 images © Nieuw Amsterdam</p>
<p><a href="mailto:info@cuttingedge.be">Reageer</a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/persberichten/een-steek-diep/2011/vier-sterren-waar-het-er-vijf-hadden-kunnen-zijn/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>DAGBOEK STADSDICHTER VII</title>
		<link>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-vii/</link>
		<comments>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-vii/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 29 Nov 2011 10:51:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Starik</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stadsdichter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starik.nl/wp/?p=1051</guid>
		<description><![CDATA[DAGBOEK STADSDICHTER VII &#160; Het is geworden bijna 16 september 2011. Bij het uitzoeken van gedichten voor mijn optreden op 16 september kom ik het gedicht Crèche tegen, geschreven bij de eerste commotie rond &#8216;t Hofnarretje, geplaatst in Het Parool. Het bestand is gedateerd (laatst geopend) op 14 december 2010. Volgens mij heb ik het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>DAGBOEK STADSDICHTER VII</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is geworden bijna 16 september 2011. Bij het uitzoeken van gedichten voor mijn optreden op 16 september kom ik het gedicht Crèche tegen, geschreven bij de eerste commotie rond &#8216;t Hofnarretje, geplaatst in Het Parool. Het bestand is gedateerd (laatst geopend) op 14 december 2010. Volgens mij heb ik het gedicht in dit overzicht gemist.</p>
<p><span id="more-1051"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>CRÈCHE</p>
<p>.</p>
<p>We zijn niet veilig. Zolang we onze kinderen wegdoen</p>
<p>achter ergens een raam waarop gedrukt staat dat hier</p>
<p>eindelijk geknuffeld wordt, staat daar jouw naam</p>
<p>geschreven. Stop. Er is niets zeker in dit leven.</p>
<p>.</p>
<p>We zijn niet veilig: achter iedere ruit kan iets</p>
<p>verschrikkelijks gebeuren, achter elke deur en</p>
<p>achter ieder mens. Want we weten niet wie we zijn.</p>
<p>We leven in de wens van perfectie zoals we die</p>
<p>.</p>
<p>op televisie zien, iemand praat van achter een raam,</p>
<p>een bekend gezicht, een naam, en we weten niet wie daar</p>
<p>achter zit. Vandaag zijn we vader, geliefde, man en kind:</p>
<p>.</p>
<p>morgen barst er een beest in ons los. Misschien</p>
<p>zijn we inderdaad niet veilig. Er woont een baby</p>
<p>in ons, heilig. We leven in vertrouwen. Blind.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>.</p>
<p>Goed. Ondertussen. Het gedicht Metro, dat ik graag in een metrostation had gezien, heeft het niet gehaald. Het heeft in een krantje gestaan dat geheel gewiojd is aan de werkzaamheden rond de Noord-Zuidlijn, een vriend van me die toevallig bij de Dienst werkt die de bezigheden rond die lijn coördineert, heeft er nog een intern rondschrijven aan gewaagd, daarna werd het stil. Hij analyseerde die stilte later als: &#8216;Ze hebben het niet zelf bedacht, dat er een gedicht moet komen, dus het komt er niet.&#8217;</p>
<p>Waarvan akte.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen op IJburg:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8216;Je kunt altijd opnieuw beginnen. Je kunt nog alles overdoen.&#8217; Deze twee eenvoudige regels zijn afkomstig uit een gedicht dat ik op verzoek van een groep bewoners van IJburg schreef. Men benaderde mij omdat ik nu eenmaal stadsdichter ben, en tegen de tijd dat dit project eens gerealiseerd wordt, hoogstwaarschijnlijk <em>was</em>, want we hebben ons grote moeilijkheden op de hals gehaald.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het begon ermee dat het bewonersgroepje eigenlijk niet zo&#8217;n scherp idee had, hoe dat allemaal zou moeten, een gedichtenroute door hun geliefde buurt, men dacht voornamelijk dat het wel <em>leuk</em> zou zijn en had een paar locaties in gedachten, waaronder het prachtige BLOK 4, een van de eerste gebouwen die op IJburg in gebruik genomen werd. Dat leek mij wel een uitgangspunt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dus ik heb gezegd: bemoeien jullie je er verder maar niet te veel mee, ik zorg wel dat het in orde komt, dat het echt kunst wordt. Ik benaderde Martijn Sandberg om met het gedicht aan de slag te gaan. We kwamen al snel tot de keuze voor die twee regels. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst zegde bijna 25.000 euro toe om het gedicht als kunstwerk in de openbare ruimte te realiseren. Klaar.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar dat was buiten Martijn Sandberg gerekend. Die bedacht iets verschrikkelijks, iets onhaalbaars, iets krankzinnigs. Hij ontwierp een letterbeeld op basis van het grid dat de stenen van de gesloten, gemetselde gevel vormen: iedere steen een pixel. De logische consequentie van die gedachte was vervolgens: die muur moet dus opnieuw gemetseld.</p>
<p>Juist. We gaan dus een zo goed als nieuwe, in prima staat verkerende muur afbreken om die in iets gewijzigde vorm weer op te bouwen. Dat zullen de bewoners leuk vinden. Dat vloekt prachtig met het huidige politieke klimaat. Dat is zo mooi zinloos, dat het weer zin krijgt, nee, meer nog, zin gééft. Dat kost grofweg een ton, in plaats van de vijfentwintigduizend die we ter beschikking hebben.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik heb een zwak voor onhaalbare projecten. Ooit bedacht ik een festival, duizenddichters, waar inderdaad duizend dichters ieder precies 1 minuut zouden optreden: het uitspreken van een sonnet duurt ongeveer 45 seconden. Recenter vatte ik het plan op om de koningin, bij wijze van geschenk van de Amsterdamse bevolking, bij haar abdicatie met bloemen te bestrooien: blombardement. Dus dit kan er ook nog wel bij. Omdat het die twee regels wáár maakt, letterlijk waar maakt. Je kunt altijd opnieuw beginnen. Je kunt nog alles overdoen. De pioniersgeest van de bewoners van IJburg in steen gevat. Nu nog even die ontbrekende 75.000 euro ergens vandaan halen. Iemand?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Amsterdam, 16 september 2011, F. Starik</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starik.nl/wp/stadsdichter/2011/dagboek-stadsdichter-vii/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

