donderdag 28 januari 2010

 
Hedendaags impressionisme

Over F. Starik, Victoria
Rutger H. Cornets de Groot

Awater, winter 2010


‘Prijs de lucht van heet asfalt van zweet van patat’ dichtte Jan G. Elburg, ooit leraar van F. Starik aan de Rietveldacademie. In Stariks laatstverschenen, tiende bundel Victoria wordt ruimhartig plaats geboden aan dingen die even herkenbaar als onaanzienlijk zijn: van spa-flessen, stofzuigers en kruimeldieven tot de Belastingdienst, Dirk van den Broek, Hyves en Facebook. Toch gaat het in deze poëzie niet om het binnenhalen van ‘de alledaagse werkelijkheid’. De werkelijkheid is tenslotte niet alledaags, en zelfs niet herkenbaar, maar concreet en vreemd, wanneer je althans oog hebt voor de afgrond die zich achter elk ding opent. Neem die spa-fles, die in het huishouden van de bezitter als gieter blijkt te fungeren, en die daarmee een heel leven samenvat en een mentaliteit zichtbaar maakt. Of de verschrikking van de stofzuiger en de kruimeldief, die het vuil weghalen dat mensen voor hen achterlaten.

Starik (1958), dit jaar gedecoreerd met de prestigieuze Amsterdamprijs voor de Kunst, is patroon van de Eenzame Uitvaart, die laatste groet aan zwervers, junks, zelfmoordenaars, vergeten bejaarden, illegalen en andere welvaartsresten. In deze nieuwe bundel gaat het niet langer om het moment van de dood als afscheid van een leven, maar om hoe mensen zich dagelijks staande proberen te houden in het geweld van de dood. Soms moet daarvoor die dood ook tegemoet worden getreden:

En hoe ben jij de winter doorgekomen?
Stijfjes liggend, niet meer dromend?
Het voorjaar heeft je opgewarmd, maar niet genoeg.
Ze zeggen: we hopen dat je hier rust vond
maar rusten klinkt me te gezond voor wat jij doet.

Dat Starik zich in deze pregnante, maar ongedwongen taal uitdrukt ligt met zijn aandacht voor het onaanzienlijke, voorwaardelijke en vergankelijke niet voor de hand. Je zou verwachten dat zijn taal eveneens voor een deel uit afval en gerecycled materiaal zou bestaan, die bij gebrek aan bruikbaarheid de coherentie van zijn gedicht zouden aantasten. Maar Starik is er niet op uit om de status van zijn gedicht met modernistische grappen in het geding te brengen; het leven zelf staat immers al op de tocht. Toch kan door de herkenbaarheid van zijn motieven en de eenvoud van zijn taal het drama dan soms aan je aandacht ontsnappen, en lijkt het alsof deze poëzie zich zozeer met het onaanzienlijke identificeert, dat ze zelf onaanzienlijk wordt.

Maar de kunst is je bij het lezen van deze poëzie niet door je ogen te laten bedriegen. De zintuiglijkheid van Stariks gedichten blijkt niet uit opzichtige typografische, syntactische of prosodische ingrepen, maar uit het impressionistische perspectief dat ze bieden: je moet als het ware je ogen sluieren om in het diffuse aanbod van de ‘alledaagse’ werkelijkheid en in de eenvoud van Stariks taal de concrete contouren van psychische werkelijkheden te zien.

Starik heeft deze bundel Victoria genoemd, wat ‘overwinning’ betekent. Feitelijk past die titel op alle poëzie, want poëzie overwint alles, ook en vooral de dood. Wie Starik wel eens heeft zien lezen, weet dat hij zich nogal formeel, onnatuurlijk en onrechtstreeks uitdrukt, waardoor het lijkt alsof alles wat hij zegt op slag in poëzie verandert: poëzie is tenslotte geen natuurlijke taal. Maar dat betekent niet dat er aan die taal geen eisen worden gesteld. Want alles verdient het weliswaar om tot poëzie te worden verheven, maar niet alles is poëzie: er moet iets worden overwonnen. Het ‘Victoria’ bestaat eruit het alledaagse in de werkelijkheid en in de taal niet als vanzelfsprekends op te vatten, maar als iets dat, hoe voorwaardelijk ook, op die werkelijkheid is overwonnen, waardoor die taal evenzeer uit het leven is gegrepen als de mensen en dingen die er dagelijks uit worden gegrepen. Starik moet je leren lezen.


+

 
GENOEMD WORDEN

Awaters Jaarlijstjes (Awater winter 2010)

Dertien lijstjes van 'beroepslezers' leveren in totaal achttien titels op. Negen bundels worden slechts één keer genoemd. Drie bundels worden twee maal genoemd: die van Starik, Möhlmann en Wijnberg. Drie bundels worden drie maal genoemd, twee bundels vier maal, en Duinker schiet ruim boven alles uit: zeven keer genoemd worden levert de bundel Buurtkinderen van Arjen Duinker de Tweede Awater Poëzieprijs op.

Hanz Mirck schrijft over Victoria: 'Starik schrijft gebeitelde regels en ijzersterke observaties, maar terloops. "Je bent een muisklik van de eeuwigheid verwijderd" is er zo een. Met een prachtige, ernstige ironie.'

Ron Rijghard: 'Starik durft te dichten over wat we dachten al te weten. Zijn soms laconieke, soms diepgrimmige kijk geeft een extra dimensie aan de dingen om ons heen. Nuttige poëzie in optima forma.'

Verder in Awater: een verslag van Poetryzwem in Nijmegen en een recensie van Victoria door Rutger Cornets de Groot, die ik later online zal plaatsen, met als uitsmijter: 'Starik moet je leren lezen.'



+

maandag 25 januari 2010

 
'Met zijn woorden sticht hij eeuwigheid. In zijn reiken naar de uiterste grenzen van de taal weet hij zich gelokt door de stilte. Harmonie. Is dat wat de overwinning inhoudt?'

De recensent verbaast zich verder over de (on-)regelmatige regelval, het veelvuldig gebruik van de gebiedende wijs, alsmede de afwezigheid van rijm. Hoe kom je erop, zouden wij van Starik zeggen. Toch een mooie, lieve recensie.


F. Starik - Victoria
De overwinning is aan de verbeelding!
door Johan Reijmerink op Meander


Aan de catalogus van het Palau de la Musica, de concertzaal van Barcelona, gaf de auteur de woorden van de Catalaanse dichter F.V. Foix mee: ‘Niets eindigt, alles begint’. Op de plaats van een oud kloostercomplex verrees in 1908 na een moeizaam proces van onderhandelen een wonderschoon architectonisch ontwerp. Nog altijd een sieraad voor de stad. Zo was te zien dat elk einde een nieuw begin in zich draagt. De levenscyclus die F. Starik in zijn nieuwe bundel beschrijft, loopt uit op ervaringen met de eigen dood en die van anderen, maar biedt tevens zicht op een nieuw begin: “Ik ben een zieke vogel/ die zijn vleugels niet meer spreidt,[…] Ik ben een leeg papier,/ verfrommeld, nat, verwaaid/ uit een kapotgescheurde vuilniszak/ maar ik ben er nog, ik ben nog hier.//”. Zeker als dichter!

Starik bezingt in zijn cyclisch opgebouwde bundel Victoria (2009) achtereenvolgens de liefde, de tijd en de dood: het begint met het gedicht ‘Victoria’ en eindigt ermee. Meer vindt u niet in dit geestelijk verzorgingshuis, aldus de dichter F. Starik. Het ontwerp van kleurvlakken, lettercompositie voor en getekend portret van de dichter achter op de omslag geven aan de bundel een aansprekende uitstraling. De woorden van Gerard Reve in zijn gedicht 'Scheppend kunstenaar' vormen voor Starik de leidraad van zijn nieuwste bundel: ‘Naarmate ik ouder word, / wordt, wat ik schrijf, hoewel fraaier verwoord,/ steeds enkelvoudiger van inhoud'. In de aantekeningen achter in de bundel geeft hij een overzicht van verwijzingen die de naam Victoria oproept. Voor een dichter die zich als vrijwilliger beschikbaar stelt om in Amsterdam mensen die vervreemd zijn van het leven en in eenzaamheid sterven, naar hun laatste rustplaats te begeleiden, gaat zonder meer de uitspraak op, dat we midden in het leven in de dood staan. Dat laatste is hem zijn nieuwste bundel tot leidraad geweest.

Als ik de verzen van Starik lees, stel ik mij zo voor dat er een groot, donker en sterk ironisch getint geluid uit de mond van deze dichter komt. Zijn poëzie verraadt een stevige spreektoon. Met zijn toonzetting lijkt hij ons een wereld te willen laten zien, als zijnde dat deel van het bestaande, waar de sterveling zich vergist. We wandelen een leven binnen vol met misverstanden, ergernissen, mislukkingen en verrassingen zoals in het gedicht ‘Volgende keer’:

Volgende keer

Als ik in een volgend leven terugkom, graag zonder
mondkapjes, plastic handschoenen, graag geen
verpleegsters met een mutsje op, leggende infusen
aan ziekenhuisbedden, graag zonder ziekenhuizen

in het algemeen, helemaal geen. Als ik in een volgend leven
terugkom, graag, laten we dan in ieder geval een paar
dingen afspreken: geen verrassingen meer, laat ons
de volgende keer allemaal tegelijk het pand verlaten

niet dat telkens zomaar iemand, terwijl we staan
te praten, ertussenuit wordt gehaald, midden in een gesprek
vertrekt, alsof er een mobiel afgaat – die neem je even op.

Dat er ergens iemand aan je denkt. Worstelt met een vraag alsof
jij daarop een antwoord weet. Dat dus allemaal graag niet nog
een keer. Mobieltjes uit. Mondkappen af. Zo niet meer. Stop.

Wij lopen door straten waar de dood zich vrijelijk doorheen beweegt. Enkel de weerloze liefde voor Victoria lijkt een antwoord op deze niemand ontziende dreiging, de aftakeling is echter onafwendbaar.
Zijn parlandotoon is aantrekkelijk en irritant tegelijk. Hij beweegt zich daarmee op de grens van poëzie en proza. Poëzie als ingedikt proza en proza als uitgelegde poëzie. In ieder geval is hij in staat je anders naar de vanzelfsprekendheden van ons dagelijks bestaan te laten kijken, met als gevolg een vervreemdende ervaring. Zijn alledaagsheid gaat hand in hand met die ontnuchterende vervreemding. Deze kwaliteit beschouw ik als één van de voorwaarden waaraan aansprekende poëzie moet voldoen. Hij is goed in staat situaties, emoties, omstandigheden te cursiveren en in hun tegendeel te doen keren. Zijn poëzie kent een heel eigen mengsel van een alledaagse sfeer en een ironische toon. Ze heeft iets parmantigs, iets van tegen beter weten in de moed erin te houden. Zo’n uitroepteken achter het laatste titelgedicht ‘Victoria!’ getuigt daarvan.

Starik is een dichter die het nog wel even moet aanzien of de dingen zijn zoals ze zijn. Zijn toonzetting is een tikkeltje recalcitrant, eigenzinnig. En absurdistische trekken zijn hem ook niet vreemd, zoals in het gedicht ‘Last post’: “Of ze haar bril ook in de kist zal dragen/ nu ja, de kist -/ […] Ten slotte, ze durft het nauwelijks/ te vragen, wil ze graag weten of er mensen/ zijn om de plank het vuur in te dragen.” Ik moest er even aan wennen, toen ik in zijn nieuwste bundel begon te lezen. Gaandeweg heb ik zijn kijk op het leven en toonzetting leren waarderen. Hij blijft dicht bij de realiteit van alledag: een zoon die nog laat het licht laat branden, de blauwe doos van Ikea op de terugweg van Haarlem, de Turkse bruiloft in de straat, pootjebaden in Bakkum met de kwallen om je heen.

Aangezien er nogal wat gedichten tussen zitten die voor het podium lijken geschreven te zijn, krijgen die al lezend niet de extra dictie, die ze wel krijgen als ze zouden worden voorgedragen, om zodoende tot volle ontplooiing te komen. Neem het gedicht ‘Vaas met ster en barst’: “Knaagt hem het besef dat hij nooit/ zal oogsten, dat hij maar voor de sier/ op tafel staat, ontgaat hem dat hele concept/ van bloeien al, of is die rijke knop een beetje/ verlegen hier, sloof je niet uit, voor wie?” Een gedicht als ‘Hyves’ over zijn nieuwe vriend Hans, één van de 151 vrienden, aangeraakt door de bewondering, mondt uit in een afmelding van de ik. De ervaring van de intieme anonimiteit op Hyves krijgt in dit gedicht naar vorm en inhoud niet voldoende poëtische spanning mee.

Er staan nogal wat anekdotische gedichten in de bundel die het vaak van de laatste versregel moeten hebben, zoals in het gedicht ‘Proefrit’ waarin de ik met de liefde van zijn leven een proefrit maakt. Ze suizen geruisloos over de weg: “Stel dat er een zwaan opvliegt.” Die regel intrigeert en stelt het gehele gedicht in een metafysisch licht. Soms vormen enkele woorden als slotakkoord de vuurpijl die bij de lezer afgaat, zoals in het gedicht ‘Valse start’, waar de jij een onaangename ervaring moet zien kwijt te raken: “Raar spul eigenlijk, verdriet.” Of in het gedicht ‘Huis’ waarin we net doen alsof de afwezige nog aanwezig is: “Nu doen we net of je er bent,/ […]Victoria vouwt kleren op, zuigt stof, drapeert een kleed/ over de bank/ […] en verandert weer het licht. Alsof”. Dat woordje ‘alsof’ zet alles weer op veelzeggende wijze op losse schroeven en maakt de cirkel van het gedicht gesloten en open tegelijk.

Stariks verzen zijn naar de vorm genomen conventioneel: strofen en versregels van (on)regelmatige lengte, overwegend geen rijm, wel parallellie en enjambement in de versregels. De vormgeving oogt overzichtelijk. Zijn poëzie leest als gesproken taal, met zo nu en dan opsommende delen, maar ook momenten waarop je meent dat de dichter met je in gesprek lijkt te gaan. Hij gebruikt nogal eens de gebiedende wijs en infinitief- en deelwoordconstructies. Technische middelen, die goed zijn voor tempoversnellingen in het vers. Hij wijst de lezer graag de weg in zijn waarneming. Zijn gebruik van de gebiedende wijs komt soms wat dwingend over.

De eerste afdeling over de liefde onder de titel ‘Daarom dansen wij niet’ opent met het gedicht ‘Victoria’, de bewierookte geliefde. Het gedicht sluit af na de wedren om het ophalen van een stapelbed, zoals zoveel gedichten die een heel anekdotisch verloop kennen, in een omkering van standpunt of perspectief. In dit gedicht wordt het verzamelen en bijeenbrengen van de spullen en de geliefden veranderd in een zich buitengesloten weten bij de ik: “Te zwaar beladen kwamen/ we eindelijk thuis. Ze belde aan. Ik kon niet/ opendoen. Ik moet nog altijd buiten bij haar staan.” De laatste versregel draagt op verrassende wijze een ambigu karakter, zoals ook het geval is in het gedicht ‘Ohm’: “Wij moeten nu worden wie we nog niet waren/ in plaats van degene die we dachten dat we zijn.” Het gebeurt wel vaker dat Starik op die manier de poëtische spanning aan het eind opvoert en tot verrassende ontlading brengt.

Aan de poëzie van Starik is humor ook niet vreemd. In het gedicht ‘Stout’ weet de ik als ontwerper van een revolutie op behagebied zich in een bepaald jaar “uitgeroepen/ tot de meeste innovatieve drager in wijde omstreken,/ de omstreken van de berekening, ja daar.” De humor krijgt bizarre trekken in de ‘Stofzuiger’ die Victoria begraven wil zien naast de kip die ooit haar laatste rustplaats op het schoolplein had gevonden. De herinnering aan de schooltijd van Victoria wordt geëxtrapoleerd in een bizar verzoek aan de vroegere leraar voor een begrafenis van de stofzuiger naast de botjes van de kip. Wel instemming, maar “Er kwam geen kruis want wat schrijf je daarop?/ Stof tot stof.” Een treffende zwenking van het alledaagse naar een Bijbelse notie in de laatste drie woorden.

De jij weet: “er komt een dag/ dat je opstaat, dat gore bed verlaat en de wereld/ iets verschrikkelijks zult laten zien.” De ik houdt van vrouwen met een randje en wordt uitgedragen “tot meest innovatieve drager in wijde omstreken,/ de omstreken van de berekening, ja daar.” De ik is liefhebber van tweedehands kleren en verschijnt naakt voor de lezer, legt zichzelf aan hem uit, maar weet niet wie het zegt. We lopen rond in het dagelijkse leven van de ik en Victoria. Een afgebroken huis. Er komen gasten over de vloer met bizarre verzoeken om een vijver te graven in haar tuin waarin je kunt verdrinken. Een werkster die het huis kuist. Spreeuwen die doen denken aan mensen: “Een boom vliegt op en blijft toch achter./ Noem het God. Het individu opgelost/ in een groter genot, /”. In die bedreigende samenleving is er dan Victoria “die nooit over maatschappelijke problemen praat./ Victoria, met wie ik samenleef, die graag/ cadeautjes weggeeft aan de keukenla/ waar volgens vader alleen messen lagen.”

Victoria zegt dat ze de stilte kent, ze heeft ernaar gezocht, zo lezen we in het gedicht ‘Ze zegt dat ze die stilte kent’: “Bij het verlaten van de markt/ merkte ik pas op hoe grote stilte/ in mij daalde, groette de groenteman/ waar ik mijn kropsla haalde// maar sprak te zacht, ontmoette een kennis,/ schudde handen, alles goed, goed, och… ik knikte/ met mijn hoofd, bleef zoet zwijgend naast/ haar staan, betaalde. Het was alsof// alle geluid in mij werd uitgewist, kinderen/ op de fiets, het gillen van de tram in zijn vaste baan,/ de flauwe bocht – aardbeien een euro de hele kist -// ik hoorde niets, het zoog zich allemaal in mij op/ en werd daarbinnen uitgedoofd. Victoria zegt/ dat ze die stilte kent, ze heeft ernaar gezocht.” Eén van de betere gedichten waarin de onvrede en onrust over het naderende einde even tot bedaren lijkt te komen. Met zijn woorden sticht hij eeuwigheid. In zijn reiken naar de uiterste grenzen van de taal weet hij zich gelokt door de stilte. Harmonie. Is dat wat de overwinning inhoudt?

De tweede afdeling ‘Wat zal ons overleven’ opent met het gedicht ‘Spreekt vanzelf’ met als slotregel: “Niets zal ons nog overleven.” Internetsites en antwoordapparaat zijn beide communicatiemiddelen, maar hun anonimiteit kwalificeert ze tot vluchtige middelen die de communicatie een weinig oprecht karakter kunnen meegeven. Bloemen waarvan de stengels zijn afgesneden toen ze in de vaas werden gezet, symboliseren de vergankelijkheid. Bezoek aan de dokter in het ziekenhuis stemt ook al niet gerust. “Het is niet erg gewoon te zijn/ of oud en ziek, zolang je het zelf/ niet in de gaten hebt.” In het gedicht ‘Last post’ ironiseert Starik de moderne vormen van begraven: de wijze van aankleding in de kist, en hoe dan ook in een kist of slechts op de plank het vuur ingedragen te willen worden. Maar daar is dan in het laatste gedicht van deze afdeling de dichter die nog enig geloof hecht aan zijn voortbestaan na dit leven, maar dan wel in zijn poëzie: “Hoe je woord voor woord uit jezelf opstaat/ en daarna weer uitwist, schrapt, of je verandert dit/ in dat omdat jij dit beslist niet bent, of dat niet mooi/ genoeg is opgepoetst met je glanzende begeerte/ tussen de anderen, die je godbetert hebben geleerd/ waar jij je leven voor gaf, te worden wat jij je droomde./ Een leeg vak tussen twee woorden. Om daar/ waar je al die tijd woonde, te wandelen.”

De derde afdeling ‘Driehonderd vrienden en niemand online’ opent met het gedicht ‘Death on the internet’, waarin de draak wordt gestoken met die zogenaamde vergankelijkheid van ons. Er is immers sinds kort een vorm van leven na de dood: “zo groeit het internet om ieders leven heen.” Staan er eenmaal gegevens van je op internet: “Je bent een muisklik van de eeuwigheid verwijderd.” De dichter verdiept zich in de loop van deze afdeling in het fenomeen van de dood en het sterven: “Om de dood te leren kennen/ moet je eerst weten hoe de dood bij jou/ werd binnengebracht." Hoe kun je je verweren tegen de ziekte die je zal treffen en de dood die daarop volgt? “Ze zeggen dat ieder mens/ de ziekte krijgt die bij hem past/ zoals de baas op den duur het gezicht/ draagt van zijn hond,”, maar dat wens je een jong mens niet toe. “Zelf sterven is het ergste niet, het zijn de mensen/ die dag komen zeggen, die willen achterblijven/ met hun stomme verdriet.” Dit soort pakkende versregels maken de derde afdeling voor mij de moeite waard.

In de cyclus ‘Jeugd tot stof’ laat Starik de jeugdige idealen verwaaien in de tijd. Jammer dat hij in het derde gedicht een paar versregels heeft staan zoals: “Niets bereikt hebbenden.// Onzeker laverenden van sterfgeval tot sterfgeval.” Deze afdeling kent nogal wat gedichten met een treffende pointe. Maar er is ook die nieuwe oom “die het leven vergeleek/ met een busrit. Onderweg stappen er mensen in/ en uit. En jij moet blijven zitten tot het eindpunt.” Maar in hetzelfde gedicht staat de versregel: “Winter maakte plaats voor lente.” Er is het hardnekkige verzet tegen het voorbijgaan van de reis. Tegen beter weten in: “Jezelf omhelzend dans je door de kamer op een lied/ over een bevroren meer onder een ijsblauwe hemel/ die moet leren om te regenen, en hij kan het niet.” Weg met de dood. De overwinning is aan het leven, beter aan de verbeelding!

Starik laat ons getuige zijn van zijn verontwaardiging dat het leven zijn einde neemt. Hoe kom je de winter met de naderende dood door? Het bezoek aan het graf van een geliefde laat ons niet meer over dan er bloemen neer te leggen. Tot de volgende keer, zeggen we dan. Maar zo lang je er bent, al is het maar op een verfrommeld stuk leeg papier, leeft de overwinning. Naarmate ik deze gedichten van Starik meer tot me door liet dringen, gaven ze me een verfrissende blik op de vergankelijkheid van het leven van gewone mensen. Starik heeft een bijdetijdse bundel geschreven met een aantal memorabele confrontaties met de vergankelijkheid.



Auteur: Johan Reijmerink
Gepubliceerd op 18 januari 2010 in de rubriek Recensies | | Stuur een reactie aan Johan Reijmerink | pdf-bestand




+

dinsdag 12 januari 2010

 
Het orakel van de Contrabas, Annemieke Steenbergen-Spijkerman, schreef op verzoek van de dichter zelf een recensie over zijn jongste bundel, en hij werd niet teleurgesteld.
'Respect voor deze kunde innovatief is wel een woord dat te begrijpen is.'
Of: 'Hij blijft als dichter in een lijn doorgaand een lijn.'
En: 'Opgewekt wordt van de stijl die deze dichter heeft, opgewekt wordt van de treden die hij als ladder op en neer bestijgt!'
Maar: 'Vraag me niet te kiezen welke regel een traan opwekte mijn tranen opwekte in alle stilte even talrijke waterlanders liet lopen.'

De volledige tekst van Annemieke Steenbergen-Spijkerman vindt u hieronder.

*
Recensie: Victoria. Schrijver: F. Starik, een aanrader, hup morgen naar de winkel.
Delen. Door Annemieke Steenbergen-Spijkerman
Gisteren, 11 januari 2010 om 23:48 Facebook

De elfde uitgave van zijn hand, die bijzonder mooi aanvang vindt bij een uitgever die er mag zijn. Een stukje Rilke en je kunt van start gaan om een mooie lijn in dit werk te ontdekken want lijn is er in te vinden als je de moeite neemt meegenomen te worden in een prachtig werk van de hand van F. Starik. Hoe diep je de lagen in deze bundel, ik zou zeggen aanschaffen en lezen.

Waarom? Eigenlijk ontbreekt het mij aan de juiste termen woorden om het gevoel dat de poëzie oproept als ik deze ervaar (poëzie is te ervaren) van een recensie, waarom hij me vroeg, tracht te voorzien. Dit omdat er zoveel in de beelden die hij schildert met de gekozen karakters te zien en te ervaren zijn als je er in meeloopt.

Het titelgedicht Victoria waar de bundel mee start pakt me al helemaal in. Het tweede gedicht waarin de regel “De la die nooit meer open gaat” ligt proeft bijna als het doosje van het liedje ik zou je zo graag in een doosje willen doen van Donald Jones. Hij, Donald popt op bij dat gedicht met die regel en ik moet bijna zeggen kssst Donald nu lees ik even stop eens met zingen en glunder even in stilte omdat de vertellijn de poëzie verder te ervaren.

Moordend mooi qua onschuld is de regel in het gedicht stout: Ik was de ontwerper van een revolutie op behagebied. En: ik hield van vrouwen met een randje. Starik ontpopt zich als een humorvolle dichter met een lichtvoetigheid waar ik van kan genieten. Hij danst en swingt.

In het jaar van de zonnebril (wat een prachtig verzonnen mooie regel) Ik lees , slurp, in gedachten roep ik steeds zonder te schreeuwen meer en meer al lezend zachtjes: wauw. Respect voor deze kunde innovatief is wel een woord dat te begrijpen is. Hij is innovatief.

Hij brengt me even terug naar een traditie die wij thuis hadden en nog steeds hebben met zeven meiden Een traditie welke we aan de vrouwelijke lijn doorgeven over het onderwerp “berghutjes“ zoals we een beha noemden. De traditie en wat deze inhoud houd ik even voor mezelf maar gniffel wel bij dit ene gedicht en ga over een bredere lach nieuwsgierig naar wat hierna weer zal volgen.

Tweedehands en nu eenmaal graag gevonden kleren dragen. (met eenvoud in je regels kom je ver Frank) en dan: ja hoe velen gingen voor op dat pad. Dit gedicht is ook een om te lezen en te herlezen. Weer een beeld met prachtig vorm gegeven regels. Hij blijft als dichter in een lijn doorgaand een lijn. Een lijn die hij met Victoria heeft ingezet kraaien.
Er ligt van alles in deze bundel van serieuze dingen die hij weet te relativeren met humor, een geheel eigen humor die de bundel licht geeft. Menigeen die de moeite neemt zal het ontroerende voelen, omdat er zoveel lagen in liggen die enorm ontroeren als je onbevangen leest hier en daar wat opraapt, pelt en op inhoud bekijkt, hij dompelt je onder en trekt je weer boven.

Gaat op sommige plaatsen in de bundel dieper in het diep gaan dan taal soms te verwoorden is, hij schildert werkelijk toegewijd poëzie. Niet alle gedichten die men en uitgeeft schrijft als schrijver of dichter (er is verschil) kun je bestempelen als zijnde poëzie. De drie en zestig gedichten in deze doorgaande lijn wel zo ik ze ervaar, het is niet de hel van drie en zestig zoals men de Elfstedentocht van ooit zich herinnert. Geassocieerd aan het getal drie en zestig zou het aan de elf stedentocht en klunen en schaatsen kunnen refereren. Hoe ga je op reis door een bundel.

In deze drie en zestig gedichten zet Starik de puntjes die hij in regels aanhaalt en de komma’s en karakters als schaakstukken als zet op plaatsen neer die te plaatsen zijn. Ze sluieren en ontginnen ze wekken en dansen maar staan ook stevig solide en spreken tot de verbeelding. Poëzie mag ruimte laten voor verbeelding voor de lezer. Al lezend in deze bundel ben ik vaak stil.
Domweg, domweg stil kun je worden van pracht. Pijn ligt ook in regels pijn is ook een vorm van pracht als het na andere regels weer opgewekt rede een welving van tijd vind. Opgewekt wordt van de stijl die deze dichter heeft, opgewekt wordt van de treden die hij als ladder op en neer bestijgt, waarop je de bewustwording ervaren kan die hij al schrijvend gehad moet hebben. En ik zeg dan nadrukkelijk gehad moet hebben omdat dit geen afgeraffeld geheel is maar een zeer solide zorgvuldig samengestelde bundel.

Spreekt vanzelf

Er zijn te veel dichters om te onthouden
er zijn te veel regels die al te vaak zijn gezegd
steeds dezelfde sleetse gevoelens beschreven
met zon bij geluk en de maan in het echt

ik heb daar allemaal geen menig over
Alles is er al,

Vraag me niet te kiezen welke regel een traan opwekte mijn tranen opwekte in alle stilte even talrijke waterlanders liet lopen. Bepaal als lezer zelf de follow up van je keus in mooi en mooier en pffffff want kies gerust voor deze bundel. Hup naar de winkel!

Ervaar zelf waarom ik oprecht zeg: ontroerd. Ik ben ontroerd en dat mag poëzie doen je ontroeren en meenemen zodat je de bundel nog eens en nog eens wilt lezen. Er na verloop van tijd uit respect ezelsoren in verschijnen. Memoblaadjes om de mooiste zo er aan plakkend te kunnen openleggen.

Ja, ik herlas de bundel meer dan eens voor ik dit opschreef. Deze bundel komt binnen. Je kunt vervolgens vertellen als leek, als recensent wat je wilt maar een bundel mag aankomen. Hoe maak je mensen, anderen dan echt oprecht enthousiast, zo enthousiast wellicht dat ze nieuwsgierig morgen al naar de winkel gaan en zeggen een Frank Starik, Nee, inpakken is niet nodig, een Victoria nee no secret gewoon Victoriaaaaaaaa aub.

Dan hopen dat de winkelbediende niet zegt helaas, uitverkocht …en dan nee hoor aub veel leesplezier. Door zoals Starik het schrijft te zeggen Holy ground, wat een titel . Wat een regels met o.a de regel: ik heb vandaag je gangetje gewit. Ik heb het toch voor jou gedaan. Regels uit het gedicht Holy ground en al zal ik niet kunnen verwoorden poëzie is ervaren. In het gedicht op bladzijde vijf en veertig lees je de regels: eens per uur stopt er een treintje, spuugt een handvol grijze reizigers uit en je weet meteen Starik is een kleurrijk persoon.

Burt en een andere trijntje hoor ik opeens als achtergrondkoortje zacht meezingen en net als Donald die ongevraagd kwam musiceren zeg ik opnieuw sttt ik lees. Ik raak al ervarend lezend (die vraag popt dan opeens op) wel nieuwsgierig welke wijn of bier Frank nuttigt als hij aanvangt met schrijven of drinkt als hij zijn pen neer legt om dan dat wat hij schrijft met een glunder op zijn toet even ook zelf te overdenken. Ik zie hem bijna zitten aan zijn bureau om daarna nog even op de fiets een korte wandeling op twee wielen te maken en even door te waaien. De bundel geeft je ook een vorm van aardrijkskunde.

Zou hij echt van Haarlem naar Spaarnwoude gereisd zijn, de blauwe doos van Ikea gezien hebben met eigen ogen en aan margarine gedacht hebben is wel iets wat al lezend in me opwelt. Ook mijn licht schijnt vriendelijk op mijn bureau als ik het gedicht lees waar die regels staan en ik verbeeld me even die reis. Ik begrijp wel waarom hij juist deze bundel deze titel heeft gegeven. Het is gewoon omdat hij oprecht, oprecht een pracht werk heeft geschreven om nog jaren bij vele mensen die deze bundel of doordacht of per ongeluk aanschaffen iets dat staan kan als een huis geeft en mag geven. Domweg omdat hij die regels heeft neergezet in gezette karakters die regels poëzie als resultaat genereerden. Claw boys claw. Bloed zweet en tranen zijn verweven in dit boek deze bundel die deze dichter vol met poëzie heeft geven en zich van een enorme klus heeft gekweten. Ja een aanrader: Victoria, een echte aanrader.

ISBN: 9789046806821
Door: F. Starik
Verschijningsdatum: 11/11/2009
Uitgegeven door: Nieuw Amsterdam
Paperback Adviesprijs: € 16,50




*

donderdag 7 januari 2010

 
Jaren met Starik

CULTUUR/De Groene Amsterdammer

'Een van de hardst werkende mannen in de amusementsindustrie' klinkt enigszins ironisch als aanbeveling achter op een dichtbundel. En dat terwijl F. Starik steeds meer het masker van zijn gezicht trekt. Weltschmerz, bijtende spot, reviaanse olijkdoenerij, het heeft plaatsgemaakt voor menselijkheid. Hem een dichter noemen zou hem tekortdoen.

ERIK LINDNER
reageer op dit artikel

Victoria heet Stariks nieuwe dichtbundel - en die titel doet denken aan een aanstekelijk nummer van The Fall. De gedichten lijken minder op zichzelf te staan dan in de voorganger Songloed. Taferelen, voorvallen, particuliere anekdotes: Starik houdt het graag bij het alledaagse in zijn gedichten. In het begin is er de wat zotte hoofdfiguur die een stofzuiger naast een kip wil begraven als ook de eerstgenoemde het heeft begeven. Wat versificatie betreft doet Starik denken aan Menno Wigman, met iets slepends in de regels zoals in het gedicht Dienstbericht over het maandelijks invullen van een sociale-dienstbriefje. Het is crisispoëzie. Toch lukt het Starik niet helemaal om zijn actor's voice uit te zetten. ''s Middags zijn de foto's in een tuincentrum gemaakt./ De natuur ziet er in dit seizoen zo verlept uit', schrijft hij in het gedicht Partycentrum Almere. In een ander gedicht is de ik-figuur een derde persoon enkelvoud: 'Op u, die ik nog altijd zoekt.'??

Er staan aardige gedichten in de bundel, over spreeuwen die slapen rond het station of over een vader die het woord 'samenleving' gebruikt waar hij maatschappij bedoelt. En tegelijkertijd zijn de gedichten in Victoria zo huiselijk dat er voor de lezer niet al te veel ruimte blijft om er tussen te komen. Wat het malle bakje nu precies is waar het zeepje in klettert naast de nagelborstel weet alleen de dichter en zijn vrolijke vriendin: wij krijgen alleen mee dát hij het bakje mal noemt. 'Er zijn wel honderd vaste grapjes/ ingeslopen', zoals bepaalde geluiden en namen voor de katten en rare rituelen, zoals een van de katten aan de lamp laten ruiken. Aardig en gezellig, maar ook wat vrijblijvend. In een reviaans gedicht over een ontmoeting op een markt waarbij de spreker niet zo goed weet wat te zeggen, zie je wat Starik zou kunnen als hij zijn lezer en zijn vriendin Victoria en zichzelf niet zo zou entertainen.?Wat volgt zijn gedichten over Hyves en Facebook. Treffend is de opening: 'Hoe langer je gedichten schrijft, des/ te moeizamer dat gaat', wat spoort met het dagboek van de Hongaarse dichter János Pilinszky, waarin hij noteert terug te verlangen naar de onbevangenheid en kordaatheid van het begin, toen hij nog gewoon een gedicht kon maken zonder te talmen en te wikken en te wegen. Als de ik-figuur van Stariks bundel een brief schrijft, gooit een van de katten een vaas aan scherven, vervolgens gaat het hele gedicht over hoe die scherven precies opgeruimd worden.??

De dood komt veel aan bod in de bundel. Die is nooit ver weg in het werk van Starik. Er is een gedicht voor de betreurde collega Adriaan Jaeggi en er zijn gedichten voor de begrafenis van een vrouw van een bevriende dichter. Opvallend is een hoffelijke ode aan een zuster in een ziekenhuis. Er zijn gedichten over tandbederf en een keer roept hij uit 'Weg met de dood!' En op het eind is Victoria er weer, in diverse gedaanten: een zieke vogel, een trage vis, een afgedankte paraplu en een verfrommeld leeg papier.?Starik is de geestelijk vader van de eenzame uitvaart, een project waarbij dichters een gedicht schrijven en voorlezen voor mensen die eenzaam komen te overlijden. Chris Junge maakte de grap dat mensen die eenzaam dreigen te sterven een anti-Starik-codicil op zak kunnen dragen, voor het geval zij geen dichter aan hun grafkist wensen. Niet iedereen houdt van poëzie. En toch is het project 'De eenzame uitvaart' dat F. Starik organiseert bijzonder en belangwekkend. Bij ieder sterfgeval gaat het over die samenleving - of moet ik zeggen maatschappij? - en wordt er stilgestaan bij iemand die omkomt. Stariks beste teksten zijn de stukken waarmee hij deze uitvaarten beschrijft, van het telefoontje dat er weer een lijk is gevonden tot aan de ceremonie. In die verhalen zit geen enkele morbiditeit: het zijn portretten van de dichters die meewerken, de uitvaartbegeleiders en dragers, het proza toont betrokkenheid en is zeer goed geschreven.?

En dat lijkt de kracht van de kunstenaar F. Starik. Ooit plaatste hij vier stenen honden rond een plein in Amsterdam-Zuid. Een van de honden had hij naast de giromaat geplaatst en die hield een poot op. De stenen beelden waren met zand gevuld en verzwaard. Toch waren ze allemaal in een nacht vernield. Prachtig is het verslag van Starik van zijn bezoek aan het koffiehuis de volgende ochtend, de gesprekken met de bewoners over de honden. Het is een raak portret van een plein en zijn bewoners. Op die momenten, als kunst in het alledaagse infiltreert, of het alledaagse in kunst hakt, staat Starik op scherp. In de Amsterdamse wijk Westerpark hangen een aantal emaillen borden met een foto van de kunstenaar zwaaiend op een fiets, zoon voorop op de stang en vrouw achterop op de bagagedrager. Het heeft iets van een jongensboek - toen zwaaiden de mensen nog naar elkaar! En tegelijkertijd blijven het vrolijke en passende plakkaten.??

F. Starik is kunstenaar. De eenzame uitvaarten vormen een conceptueel project van een beeldend kunstenaar, die dichters in een reële en onbekende werkelijkheid laat participeren - de werkelijkheid van de weggemoffelde dood van eenzame mensen. Bij het eerdere boek Mijn leven als museum uit 1994 vroeg toenmalig criticus van De Groene Amsterdammer Hans Kloos zich af of Starik wel een literair boek heeft willen schrijven. In zijn proza neemt Starik het masker van de vormelijkheid steeds meer af en begint onderhoudend te vertellen. In zijn gedichten is hij na Songloed niet geklommen.???

F. Starik, Victoria. Nieuw Amsterdam, 72 blz., € 16,50

stuur door

reageer op dit artikel



+

donderdag 10 december 2009

 
9-12-09 http://www.decontrabas.com


Gedichten: F. Starik

F. Starik is dichter, beeldend kunstenaar en fenomeen. Dit jaar verraste hij vriend én vijand met de roman De Gastspeler, die louter juichende kritieken oogstte. En terecht. Nu is er een nieuwe bundel van hem uit, Victoria. Daarover merkte een dankbare lezer op: "Geen docent is er ooit in geslaagd om me gedichten en poëzie te laten waarderen. Het lijkt erop dat Starik hierin wel heel goed geslaagd is."


1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?

Er staan in deze bundel vooral een paar regels die erom smeken tot het volkseigen te gaan behoren, die als het ware reeds klassiek willen wezen voordat iemand de kracht ervan heeft opgemerkt: 'Je bent een muisklik van de eeuwigheid verwijderd,' schiet me zomaar te binnen. Je bent een muisklik van de eeuwigheid verwijderd. Dat neemt niet weg dat al mijn gedichten welluidend getuigen van de dingen waar wij allemaal mee worstelen, en dat is goed zo. Er staat in Victoria geen enkel gedicht dat niet helemaal in orde is en het niet verdient tot favoriet te worden uitgeroepen.

(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.

De bundel is enorm ontstaan uit de worsteling met de dood, de gevolgen ervan. Nu eens niet de eenzame dood, maar juist die in de nabijheid alsmaar plaatsvindt. Ik heb mij heel lang voorgehouden dat liefde de dood toch overwint, dat de liefde als het ware sterker is. Daar wil deze bundel van getuigen. Dat is een leugen, maar wel een aantrekkelijke.

(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?

Al mijn bundels zijn rijkelijk gevuld met allusies op eerder verschenen gedichten, dikwijls van de klassieke snit, daar ik die het beste ken. Ik vrees dat er aan de menselijke conditie als zodanig weinig verandert of te verbeteren valt. De namen van die door mij geciteerde dichters worden in de verantwoording bijna allemaal genoemd. Dus koop die bundel, en u zult deelachtig zijn. Het verheugt mij daarom niet minder een nieuw gedicht met u te delen dat in zekere zin bij sommige discussies hier op de Contrabas over 'de staat van de poëzie' aansluit. Grappig bedoeld is dan, zeg ik maar vast, dat die laatste regel zo ontzettend niet rijmt. Misschien dat dit vers in een volgende bundel verschijnt, waarschijnlijker lijkt me van niet. Die bundel wordt alweer veel beter dan dit.


Ersatz


Hij vraagt je of je nog gedichten schrijft
en waarover dan, waarom? Of je niet liever deelnam
aan het discours over te nadrukkelijke klankeffecten, syn-
tactische hoogstandjes, experimentele disruptiestrategieën,
de parallelle taalbeleving, zeg maar, en hoe zich dat verhoudt

tot het zieke fenomeen van de tijd: dit nu is de werkelijke strijd,
die van de metarealisten versus de representanten van
een onbekommerde werkelijkheid, waar dus niets van klopt,
met dat teruggegrijp naar de valse metaforiek van de deuk

in het pakje boter, dat slaat echt helemaal nergens meer op,
dat snap je toch zelf ook wel? Je lacht bescheten. Smeert je boterham
gewoon met margarine, wat, als je zo eens de verpakking leest,

behoorlijk gezond spul moet wezen, leuk, ze hebben er vitamines
door geroerd 'voor een verantwoord en evenwichtig voedingspatroon.'

Kun je van boter niet zeggen. Is alleen maar vet.


© F. Starik

Geplaatst door Chrétien Breukers op 9-12-09 | Permanente link



+

woensdag 2 december 2009

 
"Victoria", de nieuwe gedichtenbundel van F.Starik, raakt zelfs een fervent gedichtenhater: http://www.lekkerlezen.net

Victoria - F. Starik
Geschreven door Maikel
Vrijdag 27 November 2009
Uitgever: Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046806821

Met "De Gastspeler" heeft Starik me voor zijn schrijfstijl gewonnen. Dus toen ik hoorde dat er een nieuw werk van zijn hand uit zou komen, stond ik vooraan in de rij om "Victoria" te lezen.

Wat een schok dus om te ontdekken dat "Victoria" een gedichtenbundel is! "De Gastspeler" was een roman in een unieke stijl, hartstikke leuk om te lezen. Maar dit zijn gedichten, de literatuurvorm waar ik sinds de middelbare school zo een ongelofelijke hekel heb gekregen. Teksten die je niet kunt lezen, maar die je moet analyseren en beschouwen, op zoek naar een of andere diepere betekenis.

Maar ja, ik had beloofd om het boek te recenseren en belofte maakt schuld. Dus ging ik aan het lezen, gelijk in het gedicht over, jawel, Victoria. Een gedicht. Het rijmt niet, de zinnen zijn op de meest grammaticaal incorrecte plekken afgebroken, inhoudelijk gaat het niet diep. Helaas, mijn vooroordelen worden bevestigd.

Maar dan gebeurt er ineens iets. Op een gegeven moment raak ik gevangen door het ritme van de woorden. Ineens zie ik een diepere laag, die niet valt te beredeneren maar onmiskenbaar aanwezig is. Ineens zie ik de humoristische stijl waarmee Starik de eigenheden van onze tijd in woorden vangt. Zoals een gedicht over een vriend die je nooit ontmoet hebt, maar die je continue berichten stuurt en je wil introduceren bij andere vrienden die je nooit zult ontmoeten. De Hans die één van de 151 is, een vriendschap die vanochtend is opgezegd. Het gedicht is getiteld "Hyves". Wat een prachtig stuk beschouwing op de toenemende oppervlakkigheid van de sociale contacten en de inflatie van termen als "vrienden".

Dan valt ook op dat de bundel een duidelijke lijn heeft, die het verloop van het leven illustreert: het ontmoeten van je grote liefde, een armere periode, het dagelijkse leven, het overlijden van een dierbare, de worsteling van een dichter, bespiegelingen over het internet, ziekte, aftakeling. Zware thema's die luchtig worden gemaakt, afgewisseld met lichtere thematiek.
Geen docent is er ooit in geslaagd om me gedichten en poëzie te laten waarderen. Het lijkt erop dat Starik hierin wel heel goed geslaagd is.

Lees "Victoria" zelf



+

vrijdag 30 oktober 2009

 





Geachte heer/mevrouw,

Wij zijn zeer verheugd dat op 18 november 2009 de dichtbundel Victoria van F. Starik bij uitgeverij Nieuw Amsterdam verschijnt.

Victoria bevat bedrieglijk lichte, heldere gedichten, van een van een van de hardst werkende mannen in de amusementsindustrie. Nieuw element in Stariks poëzie vormt de afdeling Tijd: ziekte, ouderdom, gebreken, Starik gaat ze allemaal even opgewekt te lijf – een bijna panische levenslust spat van de pagina’s af.

Wij nodigen u van harte uit voor de feestelijke presentatie van Victoria op woensdag 18 november van 17.00 tot 19.00 uur in de Lobby Bar van het Victoria Hotel, Damrak 1 te Amsterdam. Het eerste exemplaar zal in ontvangst genomen worden door Victoria Koblenko.

Gezien het exclusieve karakter van deze bijeenkomst is reserveren een absolute noodzaak. Dat kan via e-mail Deborah Jeurissen. Mocht u vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Deborah Jeurissen (020 - 570 61 41).

Met vriendelijke groet,

Marie-Anne van Wijnen (uitgever)
Jasper Henderson (redacteur)